Het probleem ligt op ons bordje

Het belangrijkste milieuprobleem ligt pal onder onze neus, zegt biochemicus Harry Aiking: het glas melk, het broodje kaas, de gehaktbal. We eten te veel zuivel en vlees. Niemand heeft er erg in dat het tot voedseltekorten kan leiden.

Als jochie, opgroeiend in de jaren vijftig in de Amsterdamse Dapperbuurt, krijgt Harry Aiking van zijn moeder een keer in de week een stukje vlees op zijn bord. "Dat was heel normaal in die tijd. Dat is naderhand wel veranderd naar elke dag, maar ik ben weer op de weg terug."

Achter die keuze zit geen moreel of emotioneel idee. "Ik heb helemaal niets tegen vlees." Voor de biochemicus Aiking, is het een gevolg van logisch denken. "We consumeren te veel dierlijke eiwitten. Dat zorgt voor grote milieuproblemen. De balans in belangrijke ecosystemen raakt langzaamaan verstoord waarmee het leven op aarde een ongewisse toekomst tegemoet gaat. Vooral door wat wij op ons bord hebben. Gek dat dit probleem zo laag op de agenda staat. Iedereen kijkt, als het gaat om verduurzaming van ons leefpatroon, naar windmolens, zonnepanelen en elektrische auto's. Het grote probleem ligt dagelijks pal onder ons neus: het glaasje melk, broodje kaas en de gehaktbal naast aardappels en groenten zijn van grotere invloed."

Dode zone

De bèta-wetenschapper, die via ruimtelijke ordening, bodemsanering, asbestproblemen en klimaatverandering uiteindelijk uitkwam bij duurzame voeding, heeft onlangs in een nieuw boek van de Partij voor de Dieren - 'Meat the future' - zijn opvattingen uitgelegd. "De mens is als soort uiterst succesvol gebleken. Wij hebben een steeds grotere hap genomen uit de constante voorraad biomassa en zonlicht, ten koste van de andere soorten. Vooral de laatste decennia is daar een enorme versnelling in gekomen. Bleef het aantal mensen op de wereld vele eeuwen lang redelijk constant, de afgelopen zestig jaar is het met een factor tweeënhalf toegenomen. Mede ook door de snel toenemende hoeveelheid kennis zijn we aangeland bij een uniek moment in de geschiedenis. Wij zijn nog nooit met zo veel geweest en wij zijn nog nooit zo welvarend geweest."

Op zich lijkt dat een goede ontwikkeling, maar die ongekende schaalvergroting blijft niet zonder gevolgen. Zeker ook niet doordat de vergroting steeds sneller gaat, zegt Aiking die tot zijn pensionering in mei vorig jaar, verbonden is geweest aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam. "Meer eten, meer energie, meer huizen, meer vervoer. En dat allemaal in versnelde mate. Dat verstoort in toenemende mate essentiële geologische cycli."

Eerst is daar de stikstofcyclus. De verstoring daarvan is een urgent probleem, urgenter nog dan de broeikasgassen. "Dat laatste probleem is zeer van belang, maar de gevolgen voelen we pas echt na 2050. Stikstof is noodzakelijk voor alle levende organismen om te groeien. Bij alle organismen zit stikstof vooral in DNA. De atmosfeer bevat 78 procent stikstof. Die stikstof - N2 zeggen chemici - doet fysiologisch echter niets. Pas als die twee atomen worden gesplitst is het bruikbaar voor levende organismen. Die splitsing komt op natuurlijke wijze op gang door bacteriën en bliksem. Door dat proces is er naast natuurontwikkeling ook landbouw mogelijk. Er is uitgerekend dat op die manier drie miljard mensen kunnen eten. Van zowel planten als dieren.

Na de uitvinding van de stikstofkunstmest, honderd jaar geleden, is het mogelijk nu 7 miljard mensen te voeden. De natuurlijke stikstofcyclus wordt zo jaarlijks aangevuld met 100-200 procent extra (reeds gesplitste) stikstof. Prima, zou je zeggen. "Nou, dat valt te bezien. Stikstofkunstmest wordt zeer inefficiënt gebruikt door landbouwgewassen. De helft wordt niet opgenomen en komt terecht in oppervlaktewater. Waar dat toe leidt kun je bijvoorbeeld zien in de Golf van Mexico. In de delta van de Mississippi komt alle niet verbruikte kunstmest uit de Corn Belt, de enorme maisgebieden in de VS, terecht. Het veroorzaakt een dode zone zo groot als half Nederland. Er groeit niets meer door algengroei, die daar gedijt door de stikstofovervloed. Iets dergelijks zie je ook aan de monding van de Jangtsekiang bij Sjanghai en in de Oostzee. Op het land gebeurt iets dergelijks. Oplopende ammoniakemissies met name door bacteriële afbraak van dierlijke mest - ammoniak is een reactief stikstofproduct - verwaaien over het land en tasten bossen aan."

Minder soorten

Het gevolg van die opgepepte stikstofcyclus is een groot verlies aan biodiversiteit, verlies aan soortenrijkdom. Die genetische verarming is ook slecht voor de voedselproductie. Hoe minder soorten, des te kwetsbaarder is het systeem. Daar komt de verstoorde koolstofcyclus nog bij. Aiking: "We blazen door een overmatig gebruik aan fossiele brandstoffen veel koolstof ons leefmilieu in. Jaarlijks 1 tot 2 procent voegen we toe aan de natuurlijke koolstofcyclus. Opwarming van de aarde is het gevolg."

De VU-biochemicus staat in de wandelgangen bekend als 'de eiwitprofessor'. Welke rol speelt dat eiwit in al die cycli? "Het verbindt de koolstof- en stikstofcyclus alsook de biodiversiteit. Het is de spil in de verstoring van die cycli en het verlies aan biodiversiteit, de drie grootste milieuproblemen. De intensieve productie van dierlijke eiwitten - vlees en zuivel - vergt door een ongunstige omzetting veel kilo's aan voedergewassen. Gemiddeld is zes kilo plantaardig voer nodig om er een kilo vlees of liter melk van te maken. Daardoor verdwijnt 40 procent van het menselijk basisvoedsel als granen in dierenmagen. Onze toch al grote en nog groeiende hang naar vlees en zuivel zal meer land en kunstmest vergen. Nu al is een derde van de vruchtbare grond op de wereld bestemd voor veevoer. De uit het lood hangende stikstofcyclus zal nog meer uit balans raken. De biodiversiteit zal verder afnemen door toenemend landgebruik voor al dat veevoer. En omdat de productie van kunstmest veel energie vergt zal ook de koolstofcyclus verder verstoord worden. Dierlijk eiwit staat middenin dat verhaal."

Grazende koeien

We kunnen al dat graan en soja beter zelf opeten, stelt Aiking, en de koeien laten grazen op graslanden die ongeschikt zijn voor akkerbouw. Zo is er geen competitie tussen de productie van menselijke voeding en veevoer. En kunnen de liefhebbers gewoon vlees blijven eten, zij het veel minder dan nu. Het zit er voorlopig niet in, vermoedt Aiking. "Al die mensen in opkomende economieën. Die gaan allemaal vlees consumeren (China) of zuivel (India) en zijn daar met hun torenhoge verwachtingen op een goed leven niet vanaf te brengen."

Door die houding zal niet alleen het milieu maar ook de voedselzekerheid gevaar gaan lopen. "De vraag zal sneller groeien dan het aanbod. De opbrengsten per hectare nemen minder toe dan nodig is om in 2050 10 miljard monden te kunnen vullen. Er is uitgerekend dat een groei nodig is van 2,4 procent per hectare per jaar. Voor basisgewassen als granen en rijst zitten we nu op de helft. Voedsel wordt dus veel duurder. Een recent rapport van adviesconcern KPMG berekent een prijsstijging van 70 tot 90 procent in 2030."

Bij beleidsmakers is het besef nog niet doorgedrongen dat met name de onderkant van de samenleving de dupe zal zijn. Ook in ons rijke deel van de wereld. In Groot-Brittannië gaat 6 procent van de bevolking dagelijks met honger naar bed, laat een recent onderzoek zien. Dat loopt met het stijgen van de voedselprijzen alleen maar op.

Nederland denkt een uitzondering te zijn. Als we er al iets van vinden, is het een probleem van andere landen. Niets is minder waar. Ik weet zeker dat, net als in Groot-Brittannië, ook hier mensen met honger naar bed gaan. Het verschijnsel voedselbanken is slechts het topje van de ijsberg. Kennelijk hebben we een klein hongersnoodje nodig om wakker te worden."

We kunnen makkelijk toe met minder eiwitten, zegt Aiking. "We consumeren dagelijks in Nederland 90 tot 00 gram eiwit, terwijl volgens de Gezondheidsraad 50 tot 60 gram voldoende is. Er kan dus gevaarloos een derde af, een derde consumptie van dierlijk eiwit omzetten in plantaardig en de laatste derde besteed je aan vlees en zuivel maar dan wel van goede kwaliteit. Kleinere porties of minder vaak in de week, maar dan wel van grasetende koeien."

Zelf wil Aiking toe naar een dag in de week vlees eten. De maaltijd uit zijn jeugd weer terug op tafel. "Dat was, met de kennis van nu, zo gek nog niet. Maar nee, het zal toch meer divers zijn. Met pasta, couscous, quinoa."

Meat the future

Het jongste boek van de Nicolaas Pierson Foundation, het wetenschappelijk bureau van de Partij voor de Dieren - 'Meat the future' - is vorige maand uitgekomen en legt uit hoe een menu met minder vlees de maaltijden van miljarden extra mensen zeker stelt en het milieu spaart.

De bijdrage van Harry Aiking gaat over voedselzekerheid. Verder geven, naast enkele buitenlandse bijdragen, meer Nederlandse experts acte de présence, zoals waterexpert Arjen Hoekstra, bodemdeskundige Jan Willem Erisman en gedragseconoom Henriëtte Prast. Het boek kost euro 14,95.

Eén dag in de week vlees, niet vaker. Dat lijkt 'eiwitprofessor' Harry Aiking een prima idee.

Wie is Harry Aiking?

Harry Aiking (1949) is als biochemicus opgeleid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij werkte voor het Centraal Laboratorium voor Bloedonderzoek. Sinds 1980 is hij verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU in Amsterdam. Als harde beta werkte hij veel voor overheden. Hij deed onder meer onderzoek naar bodemvervuiling in Gouderak en de Volgermeerpolder, naar luchtkwaliteit en het gebruik van asbest. Daarna schoof hij steeds meer op naar milieuonderzoek en duurzame voeding. Hij was onder meer projectleider van Profetas, een multidisciplinair onderzoek naar de vervanging van dierlijke eiwitten door plantaardige. Vorig jaar ging hij met pensioen, maar is nog wel verbonden aan het IVM-VU.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden