Het probleem is juist dat ze te weinig Marokkaans zijn

Het is geen opvoedkundig probleem, zegt Fatouch Chanaat, Marokkaanse moeder en hulpverleenster. Socioloog Iliass Elhadioui is het daar helemaal mee eens: „Deze jongens raken ontkoppeld van het gezin, van de moskee en van het onderwijs.

Van onze verslaggever

Ze krijgen hun tweede opvoeding op straat. En daar gelden andere normen en waarden. Dit is de anti-cultuur van de straat.

„Het gedrag van de probleemjongens heeft niets met de Marokkaanse cultuur te maken. Dit zijn geen Marokkaanse straten, maar straten in Slotervaart, Kanaleneiland, Charlois of de Schilderswijk. Het probleem is niet dat deze jongens Marokkaans zijn, maar juist te weinig Marokkaans”, zegt Elhadioui die als promovendus is verbonden aan de Faculteit der Sociale Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet onderzoek naar de sociale uitsluiting van Turkse en Marokkaanse jongeren in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.

„Als je opgroeit in een keurige wijk in Wassenaar is het niet moeilijk om sociaal-economisch gezien een goede positie te verwerven. Maar op straat in achterstandswijken leeft een groep die neerwaarts integreert, die steeds verder afglijdt. Dat zie je ook in de Franse banlieues en de Amerikaanse getto’s”, aldus de socioloog.

„In de achterstandswijken heerst een anti-cultuur. Ze zijn overal tegen. En denken dat iedereen tegen hun is. Ze horen Wilders en zeggen tegen elkaar: Zie je wel, Nederland wil ons niet. Ze hebben niet de bagage om te beseffen dat Wilders slechts 9 van de 150 zetels vertegenwoordigt en heel veel mensen anders denken.

„Waar hun woede vandaan komt? Ik zie dat ze zich zowel ingesloten als buitengesloten voelen. Ze voelen zich Nederlanders, weten alles van typisch Nederlandse rechten als gelijke behandeling, dat kleur en geloof geen rol mogen spelen. Toch voelen ze dat ze niet dezelfde kansen krijgen. Niet op school, niet op de arbeidsmarkt. Jij en ik kunnen wel zeggen dat er wél kansen zijn, dat ze niet moeten klagen maar ervoor moeten gaan. Maar discriminatie gebeurt niet openlijk, het is niet objectief. Het gaat om gevoel. En die emotie leeft op straat.

„Hoort misdaad bij de Marokkaanse cultuur? Flauwekul. De eerste generatie kwam rechtstreeks uit Marokko en stond dus nog veel dichter bij die cultuur. Toch waren ze destijds in de criminaliteitscijfers zwaar ondervertegenwoordigd. Ze werkten vijftien uur per dag en hadden helemaal geen tijd voor afwijkend, of asociaal gedrag.

„Problemen in Nederland worden etnisch gemaakt. De ettertjes op straat zijn Marokkanen, eerwraak is Turks en bolletjesslikkers zijn Antilliaans. Politici zijn er goed in alles aan culturen te verbinden.”

„Maar de Marokkaanse cultuur verklaart het gedrag van die jongens niet. In de Marokkaanse cultuur is er respect voor ouders, voor ouderen, voor vrouwen en voor geloof. Daar zie je bij die jongens heel weinig van terug. Zij verheerlijken materialisme, de machocultuur, hangen aan status en hebben heel andere gedachten bij begrippen als respect en eer.”

Abdel Boulal, pedagoog, oprichter van Intercultureel Pedagogisch Advies ICP, werkt al ruim tien jaar in Amsterdam-West, waar hij de opvoedkundige problemen van ouders en de woede van hun kinderen van dichtbij meemaakt. „Moslimjongeren vinden dat hun ouders zich laten overdonderen door de verdorven westerse samenleving. Dat hun ouders zich als harde werkers hebben laten uitbuiten. Dat die eerste generatie niet is opgewassen tegen de Nederlandse samenleving en dat zij dat als de nieuwe generatie hardhandig moeten rechtzetten. En sommigen denken zelfs: moeten wreken.”

„Veel ouders hebben niet de culturele en intellectuele bagage om met name hun zoons in het gareel te houden. Als die jongens op straat met sterk verknipte gangmakers in aanraking komen, creëren ze hun eigen wereldje waarin auto’s in brand steken een heldendaad wordt. Die jongens -van groep 7/8 van de basisschool tot jong adolescent– beïnvloeden elkaar sterk, en sleuren elkaar mee in spannend, riskant gedrag.”

„Die jongens hebben het gevoel dat ze niets te verliezen hebben”, zegt Ibrahim Wijbenga, een Marokkaans-Nederlandse jongerenwerker in Eindhoven. „Deze jongens krijgen alleen status als ze ’s avonds op tv komen omdat de auto die zij in de fik hebben gestoken, wordt gefilmd. We moeten zorgen dat die jongens in die probleemwijken weer iets te verliezen krijgen. Nu hebben ze niets. Geen mogelijkheden, geen kansen, geen vooruitzichten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden