Column

Het probleem is dat er zes, zeven partijen menen dat het Torentje binnen handbereik is

Columnist Hans Goslinga. Beeld Trouw

Jacques Wallage was in 1998 als rechterhand van PvdA-voorman Wim Kok betrokken bij een van de langste regeerakkoorden ooit. Hij weet dus waarover hij het heeft als hij nu, als vertrekkend voorzitter van de Raad voor het openbaar bestuur, pleit voor een kort akkoord op hoofdlijnen, dat zowel het kabinet als de coalitiepartijen in de Tweede Kamer meer ruimte van handelen geeft.

De Britten hebben in hun politieke leven de diepe wijsheid ontwikkeld: 'Waar je staat, hangt af van waar je zit'. Het kan geen kwaad daaraan te denken als je een oud-politicus hoort zeggen hoe het eigenlijk moet. De praktijk is immers weerbarstig en in de politiek valt aan een aantal wetmatigheden niet te ontkomen.

Zo is het gesmade regeerakkoord meer nog dan een agenda de uitdrukking van het wantrouwen tussen coalitiegenoten, die weliswaar samenwerken maar tegelijk verwikkeld zijn in een strijd om de macht. Met twee partijen levert dat al een heidens karwei op, laat staan als er vier partijen in het spel zijn die in omvang niet veel van elkaar verschillen.

VVD-aanvoerder Bolkestein wilde in 1998 alle afspraken met PvdA en D66 tot achter de komma vastleggen, omdat hij beducht was voor de macht van links, in dat jaar voor het eerst (en vooralsnog laatst) beschikkend over de helft van het aantal Kamerzetels. Hoewel de paarse coalitie, die succesvol opereerde tussen 1994 en 1998, inzet was van de verkiezingen duurde het daarom toch nog drie maanden voor er een regeerakkoord was voor Kok II. Pikant en veelzeggend: van de dualist die hij tijdens Kok I was, transformeerde Bolkestein in een oogwenk in een monist pur sang.

Regenteske vertoning

Maar is het dan toch niet verstandig de waarschuwing van Wallage ter harte te nemen dat het bestel kraakt in zijn voegen? Dat zo'n kabinetsformatie een regenteske vertoning is en niet meer aansluit bij de publieke geest van de samenleving? Zeker, maar daarbij moet je bedenken dat deze klacht van alle tijden is.

Een aantal jaren terug heb ik een rede mogen houden voor de vereniging van oud-Kamerleden over het omineuze thema 'Is er nog toekomst voor de Tweede Kamer?' Ik vertaalde dat als het gevoel van de heren en dames dat in hun tijd alles beter was. En was dat ook niet zo? Bij de opsomming van de kwalen waaraan het bestel thans leed, zag ik veel instemmend geknik. Maar ze keken verbaasd op toen ik vertelde dat ik citeerde uit een rapport dat het daglicht zag toen zij op het Binnenhof aan de knoppen zaten.

De koopman en de dominee hebben gemeen dat zij niet graag over macht spreken. Dat verklaart waarom in de boeken en rapporten over de Nederlandse politiek dat woord vrijwel ontbreekt. Die verhulling draagt niet bij aan het inzicht waarom een formatie zo lang duurt of waarom politici eindeloos kunnen millimeteren.

Vaste garanties

De politicoloog Hans Daalder constateerde in de jaren zestig van de vorige eeuw al dat vrijwel alle partijen de behoefte hebben bij de formatie vaste garanties te zoeken in programmapunten en in de personen van de ministers. Maar tegelijk wensen alle partijen afstand te bewaren. De formatie is dus het zoeken van evenwicht tussen verplichting aan elkaar en behoud van een zekere vrijheid.

Daalder vond dat niet getuigen van hypocrisie of gespletenheid. Het was domweg een gevolg van de mogelijkheden die ons bestel biedt. Daarin kun je als partij zowel binnen het kabinet pressie uitoefenen, als tegenover het kabinet de strijd verder voortzetten in het parlement en, in zwaar omstreden kwesties, ook daarbuiten.

Als je dit eenmaal ziet, is het niet nodig in heilige verontwaardiging over de Haagse politiek de armen ten hemel te heffen. Daalder schreef: 'Politieke pressie en strijd zijn niet alleen de essentie, maar zelfs de rechtvaardiging van de politieke partijen'. Voor zover er een probleem is, komt dat voort uit schijnheiligheid en opportunisme, zo kernachtig door de Britten samengebracht in de wijsheid 'Where you stand depends on where you sit'.

Taaie machtsstrijd

De moeilijkheidsgraad in deze formatie is niet alleen dat er vier partijen nodig zijn voor een meerderheidskabinet. Een probleem is ook dat er zes, zeven partijen zijn die menen dat het Torentje binnen handbereik is. De traagheid van het spel verhult de taaie machtsstrijd die gaande is een zo gunstig mogelijke uitgangspositie voor de volgende slag te veroveren.

In dat licht maakt het niet eens veel uit of er een meerderheidskabinet of een minderheidskabinet uit rolt. Het eerste biedt, zoals het afgelopen decennium afdoende heeft aangetoond, niet per definitie meer stabiliteit dan het tweede. Een zekere afstand tot het kabinet lijkt wel geboden - puntje voor Wallage - in de zin dat de partijen de ruimte krijgen voor een heroriëntatie op de kwesties van deze tijd die dieper gaat dan de populistische antwoorden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden