Review

Het prikkeldraad is er voor de hertjes

Rita Törnqvist: 'Hoofdbagage', Van Goor, 135 p, ¿ 24,50, vanaf 10 jaar; Anke de Vries: 'Memo zwijgt', Lemniscaat, 139 p, ¿ 24,50, vanaf 9 jaar.

Dit is geen citaat uit een jeugdboek, maar opgetekend uit de mond van de schilder die vorige week mijn trappenhuis schilderde. Joviale man. Uiterst beleefd tegen de blanke bewoners. Maar even vergeten dat trappenhuizen gehorig zijn.

Ze zijn uit het leven gegrepen, de vele jeugdboeken die de laatste jaren verschijnen over discriminatie, racisme, migranten, vluchtelingen en het leven in een vreemde cultuur. Cultuurverschillen begint een van de grote thema's in de jeugdliteratuur van de jaren negentig te worden. Maar - een bekend dilemma bij geëngageerde boeken - het blijkt niet mee te vallen om daar ook literatuur van te maken. Sommigen lukte het, zoals Anne Provoost met 'Vallen' (1994), Gaye Hicyilmaz met 'De bevroren waterval' (1993) en Rita Verschuur met 'Vreemd land' (1995), terwijl 'De weg naar het Noorden' van Naïma El Bezaz een veelbelovend debuut is.

Ook op de Kinderboeken Top Twaalf van deze maand prijken twee nieuwe titels: 'Hoofdbagage', van Rita Verschuur, en 'Memo zwijgt' van Anke de Vries. De twee boeken zijn bijna uitersten binnen het genre. 'Hoofdbagage' is het vervolg op 'Vreemd land', en laat zien dat cultuurverschillen zich niet alleen voordoen tussen westerlingen en mensen uit arme landen, maar ook tussen Europeanen onderling. Terwijl 'Memo zwijgt' over de klassieke cultuurkloof van het gastarbeiderskind in Nederland gaat.

'Hoofdbagage' is het vierde deel van de jeugdherinneringen van de schrijfster, die in en na de Tweede Wereldoorlog spelen. Als Rita Törqvist vertaalde ze Astrid Lindgren en schreef ze al jaren kinderboeken, maar pas onder haar meisjesnaam Verschuur lijkt ze haar literaire draai gevonden te hebben. De vier boeken bestaan uit korte, trefzekere schetsen, miniatuurstudies van beleven en voelen van een opgroeiend meisje.

'Vreemd land' en 'Hoofdbagage' spelen beide in de zomer van 1948. In het eerste mag de dan net 13-jarige Rita in Zweden logeren, en raakt bevriend met Britt-Marie, terwijl in 'Hoofdbagage' Britt-Marie daarna voor veertien dagen mee mag naar Nederland. Beide meisjes ervaren het andere land als vreemd, en de gewoonten als raar of vies. Rita vindt het in 'Vreemd land' vies dat de Zweden hun eten wegspoelen met drinken, terwijl Britt-Marie het op haar beurt vies vindt dat Nederlanders zomaar met hun schoenen van de straat de kamer in lopen. In die zin passen 'Vreemd land' en 'Hoofdbagage' op elkaar als het negatief en positief van eenzelfde foto. 'Hoofdbagage' mist het sprankelende van 'Vreemd land', maar het voegt ook iets toe. Aanvankelijk krijgt Rita van haar ouders de opdracht om alleen het positieve van Nederland te laten zien, en niet de gevolgen van de oorlog. Vooral omdat Britt-Marie als kind in Finland zelf een oorlog (tegen de Russen) heeft meegemaakt. En dus verzint Rita bijvoorbeeld dat al dat prikkeldraad in de duinen (waar nog mijnen liggen) er is 'voor de hertjes. Dat die niet zomaar de weg op kunnen rennen en doodgereden worden.' Op een gegeven moment kan de oorlog echter niet meer ontkend worden. En dan, samen in de donkere kast waarin Rita's vader zich voor de Duitsers verstopte, komen de verhalen. Niet alleen van Rita, maar ook van Britt-Marie. Pas als ze die heeft kunnen vertellen, lijkt Britt-Marie echt los te komen.

Hoewel 'Hoofdbagage' en 'Vreemd land' twee op zichzelf staande boeken zijn, vormen ze samen een uitstekend geschreven, gedetailleerde studie van hoe twee kinderen elkaars cultuurverschillen ervaren.

Anke de Vries is er niet op uit om, zoals Rita Verschuur, literatuur te schrijven, maar om kinderen sociaal gevoelig te maken met verhalen over maatschappelijk onrecht. Die verhalen zijn integer geschreven, maar ook schematisch: het is altijd overduidelijk wie 'de goeden' en 'de slechten' zijn. 'Kladwerk' (1990), over racisme op school, en 'Blauwe plekken' (1992), over kindermishandeling, zijn daar voorbeelden van. Razend populaire boeken zijn het, die beide de Prijs van de Nederlandse Kinderjury kregen.

Anke de Vries schreef 'Memo zwijgt' op basis van het filmscript van de jeugdfilm 'De jongen die niet meer praatte' van Ben Sombogaart, die vorige maand tijdens Cinekid in première ging. Het gaat over de Koerdische jongen Memo, die met moeder en zusje door zijn vader naar Rotterdam gehaald wordt, omdat die het in Oost-Turkije te gevaarlijk vindt worden. Hier vormen de cultuurverschillen een ware cultuurkloof. Terwijl Memo in zijn dorp een spraakwaterval was, kan hij in Nederland geen woord meer uitbrengen, niet als hij gepest wordt op school, niet tegen zijn vriendje Jeroen en niet tegen de politie na een schietpartij. Hij wil maar één ding: terug naar Turkije, en als hij samen met Jeroen naar de haven gaat, ziet hij een Turks schip. Hij klimt erop...

Er komt in kort bestek onwaarschijnlijk veel aan de orde in 'Memo zwijgt': de Koerdische burgeroorlog, legale en illegale gastarbeid in Nederland, schietpartijen, heimwee, stress, ziekenhuis. Gelukkig worden er geen namen van strijdende facties genoemd, maar blijft het een spannend en zeer toegankelijk kinderverhaal vol actie waarin de vriendschap tussen een Koerdische en een Nederlandse jongen voorop staat. Spanning en sentiment in overvloed: daar kun je smalend over doen, maar kinderen die dit boek voor de Kinderjury kiezen worden vast niet als de huisschilder waar dit stuk mee begon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden