Het poppenspel. Dood ding leeft

Roos Hoogland met haar Jan Klaassen, een aan lager wal geraakte zonderling. ( FOTO YVONNE DE BLAAUW) Beeld
Roos Hoogland met haar Jan Klaassen, een aan lager wal geraakte zonderling. ( FOTO YVONNE DE BLAAUW)

Feikes Huis is nieuw, maar biedt ruimte aan een oud ambacht: Het poppenspel. Voor wie het vergeten is: dat is een soort Second Life, met figuurtjes die je écht kunt aanraken.

’Speel jij ook graag met poppen?”, staat in grote letters te lezen op het affiche van Feikes Huis, het nieuwe productiehuis voor poppen- en objecttheater dat dit weekend de deuren opent in het Amsterdamse Ostadetheater. Het huis biedt jonge theatermakers een plek om voorstellingen te maken waarin stokpoppen, handpoppen, marionetten, schimmen en alle mogelijke figuren en objecten op het toneel tot leven komen.

Artistiek leidster Eliane Attinger vertelt dat Feike Boschma, de nestor van het Nederlandse marionettenspel, dolgelukkig is met het naar hem vernoemde huis.

„Hij is nu 88 maar de fijne kneepjes van het vak is hij nog niet verleerd. Tijdens de opening brengt hij een van zijn klassieke acts voor het voetlicht: een dansend lapje textiel in de vorm van een ballerina op één been. ’Moet ik nu wéér met die ballerina komen opdraven?’, vroeg hij verbaasd. ’Ja natuurlijk!’, riep ik. Om te laten zien hoe hij destijds begon, als jongen die op zijn zolderkamer experimenteerde met lapjes stof.’ In zijn handen kwamen ze tot leven als expressief bewegende figuren, waarmee hij optrad in het cabaret van Wim Kan en van Wim Sonneveld.”

Zijn de theatermakers die net van de opleidingen komen even enthousiast over Feikes Huis? „Deze theaterkunst fascineert hen, omdat het zoveel nieuwe mogelijkheden biedt in het theater. Het is een heel beeldende vorm, die je kunt combineren met film, fotografie of beeldende kunst. In Nederland zijn er geen gespecialiseerde opleidingen voor poppen- en objecttheater. Wij vullen die lacune door workshops te organiseren.”

Theatermakers doen in Feikes Huis ook kleinschalig onderzoek, onder de titel ’Jan Klaassen Academie’. De vier jonge deelnemers aan de eerste editie lieten zich inspireren door het volkspoppenspel van Jan Klaassen en Katrijn.

„Jochem Jalink maakte een slapstick met handpoppen in de hoofdrol en bij Roos Hoogland is Jan Klaassen een aan lager wal geraakte zonderling, die met handpopjes zijn levensverhaal speelt”, vertelt Attinger.

Ook de geschiedenis van het handpoppenspel kreeg aandacht tijdens de stoomcursus Jan Klaassen. Over de herkomst van Jan en Katrijn zijn allerlei verhalen in omloop, zegt zij. „Zo zijn in Amsterdam, in archieven uit de achttiende eeuw, gegevens gevonden over een echtpaar met de namen Jan Klaassen en Katrijn Pieters. Door hun ruzies, drankmisbruik en vechtpartijen waren ze in opspraak gekomen. Maar de link met het personage Pulcinella uit de Italiaanse commedia dell’arte ligt het meest voor de hand.” In Engeland heb je Punch en Judy, in Turkije Karaköz en Hacivat en zo heeft ieder Europees land zijn eigen echtpaar in de poppenkast.

Welke technieken moet je onder de knie krijgen als poppentheatermaker? „Acteurs en regisseurs moeten leren zich te verplaatsen in een dood ding en de vaardigheid ontwikkelen om daar met de juiste bewegingen leven in te blazen. Met een beetje fantasie kun je niet alleen van een pop maar ook van een borstel, een fles of een sinaasappel een personage maken. Voor kinderen is het heel vanzelfsprekend dat hun knuffels gevoelens hebben en ook volwassenen zijn deze animistische manier van denken nog niet vergeten. Het idee dat de dingen om je heen een eigen geest – animus – hebben, komt bijvoorbeeld naar voren als je het hoofd stoot en boos wordt op dat rotkastje dat in de weg staat.

Ook in de virtuele wereld zie je het terug, zoals het internetspel Second Life waar mensen met een alter ego in de vorm van een poppetje een tweede leven leiden. „Tekenfilms en computeranimaties staan dichtbij poppenspel.”

Het zijn warrige tijden vol onzekerheid en dan geeft het misschien een goed gevoel om zelf aan de touwtjes te kunnen trekken, denkt Attinger. „Je bent als poppenspeler de schepper van je eigen wereld. Het is fijn om weer een ambacht onder de knie te krijgen en met je handen te werken, in plaats van gebruik te maken van geautomatiseerde technieken.”

Bekende groepen in deze theaterdiscipline zijn Theater Gnaffel en Het Speeltheater Holland. Zij maken jeugdvoorstellingen met muziek, beweging en filmbeelden, waarin poppen en acteurs samenspelen.

Neville Tranter, Fred Delfgaauw en Rieks Swarte hebben naam gemaakt met voorstellingen vol piepkleine en levensgrote poppen en figuren voor volwassenen. Hotel Modern werkt met simultane filmopnames van kleine figuren, waarmee ze in de voorstelling ’Kamp’ in miniatuur een concentratiekamp uit de Tweede Wereldoorlog nabouwden.

Tot de jongste generatie horen Ulrike Quade, Duda Paiva, Tg Winterberg en Puppetry and Dance.

„Deze theaterdiscipline is heel breed en varieert van kleinschalig poppentheater tot grote spektakelproducties op locatie, zoals van Dogtroep en The Lunatics. Maar dat formaat past niet in Feikes Huis, wij beperken ons tot het kleinschalige theater. Wij werken met jonge makers.”

Iedereen komt op haar af om samen te werken, vertelt Attinger, van het Productiehuis Jeugdconcerten van Het Concertgebouw tot The Lunatics. Samen met Theater Bellevue en Jeugdtheater De Krakeling organiseert het Ostadetheater/Feikes Huis een nieuw internationaal festival in Amsterdam, waarvan de eerste editie volgend jaar februari te zien zal zijn.

Maar eerst is er de opening en daar brengen jonge theatermakers de resultaten ven hun onderzoek in de Jan Klaassen Academie voor het voetlicht. Komt dat zien! Komt dat zien!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden