Het politieke midden moet worden heroverd

null Beeld Robert Vos, ANP
Beeld Robert Vos, ANP

In de Verenigde Staten spreken ze van de 'missing middle', hier over het 'verdwijnende midden'. Het is een ontwikkeling die in beide landen leidt tot bestuurlijke verlamming en politieke desoriëntatie. De val van het kabinet-Rutte is in dat perspectief dan ook geen verrassing. Maar wat is er veranderd nu in nog geen tien jaar tijd het vijfde kabinet voortijdig van het toneel verdwijnt?

De Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama gebruikte juist dit weekeinde de term 'vetocratie' om de toestand van verlamming te typeren waarin de democratie in de Verenigde Staten verkeert. Die verlamming is het gevolg van de hevige polarisatie tussen Democraten en Republikeinen. Het midden is door wederzijdse blokkades veranderd in een politieke no go-area waarin compromissen nauwelijks mogelijk zijn. De basis van geven en nemen, waarop het Amerikaanse tweepartijen-systeem altijd kon functioneren, is verdwenen. De verhoudingen zijn zo vergiftigd en de verdeeldheid is zo groot dat een oud-senator onlangs spottend opmerkte dat het niet lang meer zal duren 'voor we Democratische en Republikeinse tandpasta hebben'.

De verschillen
Het Nederlandse coalitiebestel verschilt sterk van het Amerikaanse, maar ook hier manifesteert zich met de val van het kabinet-Rutte de bestuurlijke stagnatie in volle hevigheid. De basis van geven en nemen lag hier vooral in de afwisseling van centrum-linkse en centrum-rechtse kabinetten, waarin de christen- democraten dankzij hun harmoniedenken en dominantie de spilpositie innamen. Ze waren de scharnier waar de Nederlandse politiek vanaf de jaren dertig in de vorige eeuw om draaide. Dat was ook nog het geval in 2010, toen zij ondanks hun geringe zetelaantal een beslissende invloed hadden op de kabinetsformatie.

Maar er is een levensgroot verschil. In de jaren dertig beschikten de christelijke partijen nog over een absolute meerderheid. Die meerderheid ging pas in 1967 verloren. Dat de anti-revolutionair Colijn er desondanks voor koos de liberalen en vrijzinnig-democraten erbij te halen had alles te maken met de economisch depressie. Hij wilde het draagvlak voor de pijnlijke aanpassingspolitiek verbreden. In 2010 bewandelde vigerend CDA-leider Verhagen in zekere zin de omgekeerde weg door te kiezen voor een coalitie die op de kleinst mogelijke meerderheid in de Kamer kon rekenen en bovendien steunde op de PVV, een omstreden partij die haar bestuurlijke betrouwbaarheid nog niet had bewezen.

Het kan niet anders of Verhagen zal hard worden afgerekend op het mislukken van het experiment, zoals partijgenoot Wim van de Camp, leider van het CDA in Europarlement, het regeeravontuur zondag in een twitterberichtje kwalificeerde.

Het experiment
Dat de samenwerking nu een experiment wordt genoemd, laat zien hoe oneindig groot de souplesse van sommige politici is; het toont ook aan hoezeer Verhagen na de verkiezingen van 2010 het gewicht van zijn partij overschatte. Partijen als het CDA, waarop het coalitiebestel lange tijd rustte, zijn eenvoudigweg niet groot genoeg meer om een stempel op de gang der dingen te drukken, zoals Lubbers dat in de jaren tachtig en Kok dat in de jaren negentig nog wel konden doen. Daar is nu ook VVD-leider Rutte achter gekomen.

In het debat over de regeringsverklaring vroeg Rutte de Kamer het gedoogkabinet te beoordelen 'naar zijn wezen en niet naar zijn schijn'. Maar wat was het wezen en wat was de schijn? In de formatie riep Rutte zelf de verwachting op dat er een program in de maak was 'waar rechts Nederland de vingers bij zou aflikken'. PVV-leider Wilders gooide daar na het aantreden van de ploeg nog een schepje bovenop door triomfantelijk te spreken van 'het meest rechtse kabinet aller tijden'. Dat gold wellicht voor de samenstelling van de coalitie en de uitstraling van de bewindsliedenploeg met 'Dikkerdakken' als Opstelten, Teeven, Hillen, Kamp en Donner, maar het program sprak (afgezien van revanchistische bezuinigingen op de kunst en de omroep) de taal van de vetocratie vanwege de blokkades om de grote fricties, vooral op de woning- en arbeidsmarkt, aan te pakken.

Rutte slaagde er niet in
In de houding tegenover Europa is Rutte met weinig anders bezig geweest dan gegoochel met 'wezen' en 'schijn', vooral vanwege de schreeuwerige oppositie van zijn politieke vriend Wilders. Anders dan zijn verre voorganger Cort van der Linden, die tussen 1913 en 1918 een minderheidskabinet leidde, slaagde Rutte er niet in van zijn zwakte in het parlement een kracht te maken en daardoor sterk te staan in het land. De partijloze Cort kon met zijn kabinet, zoals hij zei, een zelfstandige, niet politiek gebonden positie innemen, zijn achterkleinzoon kon zich onmogelijk losmaken uit een constellatie waarvan de geur en kleur zo sterk werden bepaald door de meest schreeuwerige partner. Dat hij er in slaagde in het Europese en internationale beleid enkele kwesties op te lossen, had vooral te maken met de constructieve en verantwoordelijke houding van de oppositie. Een zekere duivelskunst heeft hij zeker laten zien, maar door het onverhoedse vertrek van de PVV uit het Catshuis is zijn gezag toch schade toegebracht, zij het niet in die mate dat er geen herkansing meer mogelijk zou zijn.

Wat Europa en de Verenigde Staten verbindt is de breuk met de cultuur van tevredenheid. Deze stelde de partijen na de Tweede Wereldoorlog in staat op basis van geven en nemen politiek te voeren. Daar is een eind aan gekomen sinds de sterk gegroeide en welvarende middenklasse kort na de eeuwwisseling in de greep is geraakt van angst en onzekerheid, ingegeven door de al langer ingezette globalisering en de aanslagen op 11 september 2001.

Omslagpunt
Het perspectief dat het morgen beter wordt, is omgeslagen in het vooruitzicht dat het misschien wel slechter wordt. Fukuyama schreef begin dit jaar in een essay in het blad Foreign Affairs onder de titel 'De toekomst van de geschiedenis' dat de Amerikanen vandaag van de dag 'wel kunnen genieten van hun mobieltjes, goedkope kleding en Facebook, maar dat ze het steeds moeilijker hebben hun eigen huis en ziektekostenverzekering te betalen en een redelijk pensioen voor hun oude dag veilig te stellen'.

In Nederland hebben de partijen die het politieke bestel droegen dat zo veel welvaart en maatschappelijke vrede bracht, moeite gehad die omslag te maken. De fricties die zich nu voordoen en de schulden die zowel publiek als particulier zijn opgebouwd (vooral de hypotheekschuld) zijn de uitdrukking van de laksheid en de lafheid een politiek van de terugtocht in te zetten. In dat perspectief was het gekkenwerk van VVD en CDA om in zee te gaan met een partij, liever gezegd een groep, die het materiële en nationale egoïsme tot de kern van haar program heeft verheven. Daarbij hanteert de PVV een stijl van politiek bedrijven die veel overeenkomst vertoont met wat de historicus Johan Huizinga tijdens de crisis in de jaren dertig omschreef als 'kwajongensachtigheid in het kwadraat': wel brutaal roepen, geen verantwoordelijkheid nemen.

CDA en VVD zijn zo ver gegaan in het gedogen van wat Rutte kwalificeerde als 'belletjetrekken' en 'het werpen van stukken rood vlees', dat zij op de koop hebben toe genomen dat de stijl van Wilders thans als normaal wordt ervaren. De gevolgen zijn riskanter dan het lijkt. Het politieke leven lag tot voor kort ingebed in een breder politiek-sociaal bestel, dat steunde op overleg, redelijkheid en ernst. Het gaf de Nederlandse politiek een tamelijk voorspelbaar karakter, maar ook veel stabiliteit.

Oud-premier Wim Kok wees er vorige week in zijn Montesquieu-Trouw-lezing nog op dat Lubbers zijn straffe bezuinigingsbeleid in de jaren tachtig kon voeren dankzij het Akkoord van Wassenaar, waarin werkgevers en vakbeweging een uitruil van loonmatiging tegen nieuwe (deeltijd)banen waren overeengekomen.

Afhankelijk gemaakt
Rutte en Verhagen hebben zich in de formatie al uit die bredere kaders losgerukt en zich afhankelijk gemaakt van de smalst mogelijke politieke meerderheid en een onvoorspelbare partner, die meende per sms te kunnen meeregeren. De politiek is aldus meer op zichzelf teruggeworpen en ook daardoor een gemakkelijke prooi geworden van televisiemakers die haar nog louter als bron van amusement zien of als de opgeblazen inquisiteurs van de vermeende volkswil.

John Adams, de tweede president van de Verenigde Staten, waarschuwde ruim twee eeuwen terug al voor deze tendensen. Aan de vooravond van de onafhankelijkheid schreef hij dat, zo vreesde hij, elke assemblee leden zal hebben 'die aan invloed winnen door lawaai in plaats van door verstand, door kleingeestigheid in plaats van door groothartigheid, door onwetendheid in plaats van door geleerdheid, door samengeknepen harten in plaats van door ruimdenkendheid'.

Met het krimpende midden gaat meer verloren dan alleen het CDA, hoewel die partij zeker nog niet moet worden afgeschreven. Het CDA is dankzij de ongehoorde risico's die Verhagen heeft genomen wel het pregnante gezicht van de gezagscrisis waarin de politiek verkeert, of beter gezegd, zichzelf willens en wetens heeft gestort. Of het bestel in ruime zin zich zal handhaven, hangt af van de vraag of de ernstige partijen in staat zijn het midden weer inhoud te geven door in de grote kwesties van deze tijd de basis van geven en nemen te hervinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden