Het platteland, en niet Belgrado, lijdt onder sancties

Een zonnige oktoberochtend in Belgrado. In de winkelstraat Kneza Mihajlova is het rond een uur of negen nog rustig. Obers zetten de terrasstoelen klaar, spreiden kleedjes op tafels en slepen kussens aan. Een enkele vroege vogel bestelt een kop koffie. De winkels van Replay en Diesel openen hun deuren. De eerste handelaren in sigaretten en t-shirts rijden hun mobiele kraampjes de straat in.

Twee uur later ziet dezelfde straat zwart van de mensen. De terrassen zitten vol. De verkopers van illegale cassettebandjes en cd's laten de laatste hit uit hun boxen schallen. Inmiddels hebben ook al een verkoper van tweedehandsboeken en een eenzame handelaar in Bosnisch-Servische parafernalia zoals foto's van de inmiddels als oorlogsmisdadiger gezochte vroegere leider Radovan Karadzic hun stalletjes opgeslagen.

,,Vrouwen hebben altijd genoeg geld om zich op te tutten'', zegt Goran achter zijn kraampje met Thaise sieraden. Acht jaar geleden verwisselde hij zijn baan als gevierde, maar slechtbetaalde tv-regisseur voor de straathandel. Om politieke, maar vooral om financiële redenen, zegt hij eerlijk. Sindsdien is hij uit de geldzorgen. Hij reist ieder jaar een aantal maanden naar Azië om waren te kopen en is verder ,,zijn eigen baas''.

Het is de paradox van Joegoslavië. Al jaren holt de economie achteruit door oorlog en economische sancties, en toch kunnen tallozen het zich veroorloven om hier op een zonnige doordeweekse dag koffie te drinken en dure merkkleding te kopen. Veel Serviërs zouden tegen Milosevic hebben gestemd, omdat het water hen aan de lippen stond, maar daar is in het centrum van Belgrado weinig van te merken.

Dat is anders in Novi Sad, tachtig kilometer naar het noorden. Sommige achterafstraatjes in de oude binnenstad maken de indruk, alsof je regelrecht Albanië binnenstapt. Stoepen zijn weggezakt, de klinkers van de bestrating losgeraakt zodat sommige kruispunten in enorme zandbakken zijn veranderd, de helft van de straatverlichting is kapot en het pleisterwerk van veel huizen komt in plakken naar beneden.

,,In 1989 was de Vojvodina een van de rijkste delen van Joegoslavië, we stonden economisch op hetzelfde niveau als Slovenië'', zegt journaliste Jelena Klut. Nu is de provincie meegesleept in een verarming, waarvan in Belgrado betrekkelijk weinig van te merken is, maar in de dorpen des te meer.

Het zijn de boeren die voor een groot deel de prijs van de sancties en de corruptie hebben moeten betalen. Zoals de familie Dulic uit Cikerija, een boer met een bedrijf van 4 hectare. Om het voedsel betaalbaar te houden en de inflatie laag, waren boeren zoals hij jaren lang verplicht om hun producten tegen een vaste, te lage prijs te verkopen. Ondertussen moest hij wel tegen een veel te hoge prijs diesel voor zijn tractor aanschaffen, omdat hij ondanks bonnen en ondanks dagen in de rij staan geen brandstof voor een betaalbare prijs kon krijgen.

,,En het droevigste is, dat de onderlinge relaties eraan kapotgaan'', zegt Ivan Djukic. ,,Ik heb een tractor, maar als mijn buurman mij vraagt om hem, net als vroeger, te helpen zijn brandhout naar huis te krijgen, dan moet ik hem dat weigeren, omdat me dat vijf liter diesel kost die ik niet kan krijgen. Waar blijft dan de vriendschap, de menselijkheid?''

In de dorpen is de armoede te zien, in de versleten kleding, het achterstallige onderhoud van de huizen, de oude auto's op het erf. Het steekt schril af tegen de dure BMW's in de straten van Belgrado en de onstuitbare bouwwoede rondom de Servische hoofdstad, waar hele wijken bestaan uit ongepleisterde, vaak half-affe, maar wel al bewoonde huizen, met deels ontbrekende ramen en deuren en stapels stenen in de tuin, producten van geduldige huisvlijt, handige ritselarij of uit het buitenland gezonden valuta.

Zonder de steun van hun geëmigreerde familieleden zouden veel Joegoslaven het waarschijnlijk niet gered hebben. De armoede, maar vooral ook de angst voor militaire mobilisatie heeft honderdduizenden het land uitgedreven. Hun geld is voor de achterblijvers een belangrijke bron van inkomsten. ,,In de Hongaarse gemeenschap ontbreekt een hele generatie mannen, de twintigers en dertigers'', zegt pastoor Janos Sztrikovic in Novi Sad, ,,Die zitten nu allemaal in Hongarije, Canada en vooral in Nieuw-Zeeland.''

Maar het waren niet alleen de moeilijke omstandigheden die mensen het land uitdreven. Jarenlang protesteerden Joegoslaven die het niet eens waren met de oorlog, met hun voeten en vestigden zich in het buitenland. In het naburige Boedapest bijvoorbeeld leeft inmiddels een grote kolonie Servische intellectuelen. Radiozender B92 zond, toen de zender het werk in Belgrado onmogelijk was gemaakt, vanaf het Hongaarse Szeged uit.

Een van de opvallendste verschijnselen na het aftreden van Milosevic was de onmiddellijke omslag van de media. Op de vijfde oktober brandde het parlement, in de nacht daarop kregen radiojournalisten die eerder wegens hun kritische houding waren ontslagen, een telefoontje of ze de volgende dag op de redactie wilden verschijnen.

Kranten, die de regering jarenlang in de hemel hebben geprezen, staan plotseling vol kritische verhalen. Interviews met ondernemers die klagen over de corruptie van de vorige regering. Aanvallen op politici en op de familie Milosevic, op zoon Marko die bij voorkeur met 150 kilometer per uur door de dorpen raasde en zijn zakken vulde met de handel in benzine, sigaretten en namaakwhisky.

Wat in de kranten overigens nog steeds opvallend ontbreekt, is een analyse van de schade die Milosevic, zijn familie en zijn aanhangers buiten Servië zelf hebben aangericht. Veel Joegoslaven vinden dat Milosevic berecht moet worden, niet voor de oorlogen die hij elders heeft gevoerd, maar vooral voor de economische misère en de corruptie in eigen land. En niet in Den Haag, maar in Belgrado.

Niet dat het daar voorlopig van zal komen, verwacht de mensenrechtenadvocate Biljana Kovacevic. Zijzelf zou het erg zuur vinden als Milosevic wegkwam met niet meer dan een corruptieproces in Joegoslavië.

Maar zelfs daarvoor ziet ze weinig mogelijkheden: ,,De rechtelijke macht in dit land was zo betrokken bij al het gesjoemel en geritsel en heeft zelf zoveel boter op zijn hoofd. Het duurt jaren voordat we hier rechters hebben die echt een onafhankelijk oordeel kunnen uitspreken over wat er de afgelopen tien jaar in Servië is gebeurd.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden