Column

Het plastic paradijs van Egypte

El Fajoem, 100 kilomter ten zuiden van Caïro in Egypte.Beeld ap

Twee dagen geleden zag ik de première van de film 'Plastic Harem' en nog steeds weet ik niet precies wat ik heb gezien. Ik zag de zinnenprikkelende diva's van de Egyptische muziekindustrie, en dr. Hratch, de number one plastische chirurg van Libanon. Verder de zingende sjeik van Doebai, badend in weelde, en te midden van dit alles de kettingrokende hoofdpersoon: kunstenaar Tarik Sadouma, geboren in Amsterdam, zoon van een Egyptische vader en een Nederlandse moeder.

Plus zijn vriend en zakelijke partner Eduard Padberg, correspondent in Caïro voor deze krant totdat het leven en werken in Egypte hem vorig jaar te gortig werd; hij kon niets meer beginnen in dit land waar alles kapot ging.

Drama genoeg, maar waar ging het nu om in deze film, behalve botox en borsten? Om de beelden, zei Sadouma, toen ik hem aanschoot na de première. De beelden, ja. Sadouma volgt het spoor van zangeres Malak al Nasser, zijn ex-vriendin, en hij maakt sculpturen van haar en iedereen die zij tegenkomt. Zijzelf is, dankzij het snij- en spuitwerk van dr. Hratch, ook een beeld: van de vrouw zoals de Arabische man die graag ziet. Godin, kindvrouw, maagd, duivelin. Geen reële persoon.

Boetserend
Zo maakt Sadouma beelden van beelden, en al blijft hij in de film ver weg van het politieke spektakel dat zich intussen om hem heen voordoet, hij boort wel datgene aan wat daarachter schuilgaat; de onderstroom van de Egyptische en ook de Arabische psyche. Hij doet dat tastend en boetserend, wetend dat de vrouwen die hij observeert zichzelf aanbieden als maskers en dat maskers projecties zijn van dromen en verlangens.

Bij dr. Hratch - een prachtfiguur, zoals alle personen in deze film - komt dit zomaar aan de oppervlakte als de chirurg vertelt dat hij zelfs klanten heeft die zich op hun sterfbed laten opereren, om in schoonheid te sterven. Dan schemert de oudheid opeens door in deze wereld van blingbling en oliedollars. "Dit doet me denken aan de farao's", zegt Sadouma tegen Hratch. Dat is het: in een wereld waar een mensenleven zo vluchtig is en zo weinig voorstelt, grijpt men naar de schoonheid als tovermiddel om te ontsnappen aan de vergankelijkheid.

In Amsterdam reageert Sadouma, die de film ziet als 'een performance', een beetje kregel op vragen naar de bedoeling van zijn werk. Maar hij kan het toch niet laten een hint te geven door Nietzsche te citeren, die zei dat de Grieken hun bijna-perfecte beelden maakten omdat ze overgevoelig waren voor het leed van de mensheid. Zo lijken de Egyptische diva's het ideaal te belichamen van eeuwige onschuld en schoonheid en, tegelijkertijd, van beschikbaarheid: wie geld heeft, kan hen bestellen.

Religieuze utopie
Als Sadouma in Doebai terechtkomt, waar hij zijn beelden tentoon wil stellen, en daar wordt geconfronteerd met de schrikbarende rijkdom van de sjeiks, ziet hij dat zij proberen het paradijs naar zich toe te trekken; een onislamitische onderneming om de hemel op aarde te creëren, desnoods dan maar met botox.

Misschien is dit wat ik gezien heb in deze film: dat in Egypte, en ook elders in de Arabische wereld, deze plastic utopie tegenover de religieuze utopie van de islamisten staat. Beide kunnen niet waarmaken wat ze beloven, maar ze betoveren het volk - hetzelfde volk dat vermalen wordt in de strijd om de juiste variant van het paradijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden