Het pinkstert overal

Het woord Pinksteren komt van een Grieks getal: de vijftigste dag na Pasen. Zoals uw pink de vijfde vinger is. Dat pinkje heeft iets speels en ondeugends, het is niet echt nodig om uw muesli op te eten of uw pincode in te toetsen. En zoals een pink de laatste vinger van je hand is, is Pinksteren het laatste grote feest van het kerkelijk jaar.

Dat zullen we weten. Wind en vuur zetten de boel op stelten, Jezus' leerlingen worden beschuldigd van luidkeels lallen op de vroege ochtend, er ontstaat een oploop en het bevoegde gezag rukt in paniek uit om hen bij de kraag te grijpen - gezag waar ze lak aan hebben. In hen steekt God zijn pink op tegen de heersende orde. Zoals deze krant dagelijks eindigt met een cartoon, is het Pinksterfeest een spotprent aan het einde van het kerkelijk jaar.

Aanvankelijk had de Jezusbende allerlei ideeën over hun leraar, de wereld en vooral zichzelf. Het zag er zo mooi uit: Jezus zou koning van Israël worden waarbij de billen van twee van zijn leerlingen - wie, daarover trokken ze elkaar de baard nog uit - links en rechts van hem op het pluche zouden neerzijgen. Maar de pink van God prikt al hun plannetjes door, zodat er frisse geestkracht binnenstroomt.

Het bijbelboek Handelingen vertelt hoe er ineens allerlei vreemde mensen tot geloof komen - tegen de vooroordelen van de leerlingen in. Eerst Samaritanen ('samaritaan' was een scheldwoord dat ze als jochies op straat riepen), dan een eunuch (ook een scheldwoord, waarvan ze pas later met rode konen ontdekten wat het betekende), de christenvijandige Saulus, een leerlooier (onrein gedoe met dooie beesten) en uiteindelijk zelfs niet-joden. Daarvoor moest het goddelijke pinkje wel Petrus' bewustzijn open peuteren met behulp van een enge droom met kreeften.

Pinksteren komt in eerste instantie vaak niet over als een zegen maar als een nachtmerrie, een plaag waarvan je gaat stotteren en stamelen. Neem bijvoorbeeld een winkel die jarenlang rustig draait. Dan komt er een supermarkt in de buurt die zijn pink naar de winkelier opsteekt. De omzet loopt terug. Paniek, een faillissement lijkt in zicht. Maar dan krijgt de ondernemer een creatieve impuls en gaat zich specialiseren. Zijn zaak wordt een delicatessenwinkel met klanten tot ver buiten de wijk.

En neem relaties, ach relaties. Wat kan het daar pinksteren. Denk aan een stel dat het goed heeft gepland: hij werkt op de dagen dat zij vrij heeft en zij wanneer hij vrij heeft, zodat hij en zij vrij voor de kinderen zijn - als u het nog volgen kunt. De seks gaat trouwens best goed, nou ja niet slecht, oké knudde. Druk en moe. Dan wordt een van hen plotseling verliefd op een ander. Pinkje - en paniek, met veel gestotter tegen elkaar. Maar ondertussen waait er een onbekende frisse bries naar binnen die hun ingedutte huwelijk nieuw leven kan inblazen.

Steekt God ook in de huidige economische crisis, waarop alle mooie groei- en bezuinigingsplannen stuklopen, zijn pink op? Als dat zo is, dan mogen we verwachten dat er vroeg of laat nieuw elan en nieuwe creativiteit binnen zal stuiven die onze maatschappij vernieuwt en verder brengt. Tot het zover is, slaat af en toe de paniek toe: banken vallen om, huizen staan onder water, mensen verliezen hun baan. En ondertussen kwekken en stamelen we de krantenpagina's en actualiteitenrubrieken vol.

Als God speels zijn pink opsteekt, gaat er een rilling door de wereld. Eerst van ontzetting en paniek, dan door het waaien van de wind die nieuw leven brengt. Zoals een oude spreuk zegt: Hominum confusione et Dei providentia. Vrij vertaald: als je God aan het lachen wil brengen, vertel hem dan wat je plannen zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden