COLUMN

Het peloton bekeek mij met argusogen: de journalist die was gaan fietsen

Beeld Maartje Geels

Het is een gewoonte die ik zelfs onder de Catalaanse platanen niet kan laten. Altijd even checken hoe het met de sport is. 

Naast het terras waar we zojuist een tafel vol eten hebben leeggeschranst sta ik te wachten met mijn fiets. De zes vrouwen die met mij op pad zijn hier in Spanje, zijn druk met het aantrekken van jasjes en vullen van bidons voor de afdaling van 24 kilometer die we voor de boeg hebben. Ik zie dat het nog wel even duurt, pak mijn telefoon en open de app van Studio Sport.

Wat is er op de Coolste Baan gebeurd is. Wie er gewonnen heeft, of verloren. Volg hier de Ronde van Drenthe live, lees ik bijna meteen. Ik kan geen weerstand bieden en klik.

O! Ze zitten in de laatste drie kilometer, mijn oud-collega's. Wat een grote groep nog. Wat hebben ze een smerige gezichten, zie ik met mijn neus ongeveer tegen het schermpje van mijn telefoon gedrukt. Ik word teruggeslingerd in de tijd.

Zachte stem

Het is precies vijf jaar geleden dat ik me voor het eerst écht wielrenster voelde. Dat was ook in deze Ronde van Drenthe. Het was ontzettend koud. De regen kwam met bakken uit de lucht. De hele koers lang. Soms was het geen regen, maar natte sneeuw. En het waaide hard. De gitzwarte wolken die laag over de VAM-berg scheerden herinner ik me alsof het gisteren was.

Net als de bidon die ik wilde aanpakken, maar die meteen uit mijn hand glipte omdat mijn handschoen zo glibberig geworden was. Of de keien in de Drentse bossen waar zo'n beetje iedereen op viel, omdat ze zo glad waren. En de ploegleider die met zijn zachte stem in mijn oor vertelde wat er komen ging. Dat ik het goed deed. En dat het niet ver meer was.

Mijnwerkersgezichten

De Ronde van Drenthe was toen, net als nu nog steeds, een World Tourwedstrijd. Het allerhoogste niveau, met de allerbeste rensters ter wereld. Maar 49 van de 130 deelneemsters bereikten de finish. De rest verdween bevroren, met kapotgevallen ledematen of gewoon totaal uitgeput van het toneel. Ik finishte als achtste. Tussen rensters als Marianne Vos, Elizabeth Armitstead, Anna van der Breggen, Kirsten Wild, Emma Johansson, Tifanny Cromwell en Ellen van Dijk.

Daar kan ik me nu helemaal niks meer bij voorstellen, dat ik dat toen kon. Ik staar naar de mijnwerkersgezichten op mijn schermpje, het geslinger - valpartij! - waarin de sprint voorbereid wordt en merk dat de vrouwen die hier met mij in Spanje fietsen om me heen zijn komen staan en met ogen op steeltjes over mijn schouder naar het schermpje turen.

Tot die Ronde van Drenthe vijf jaar geleden voelde ik me meestal de journalist die was gaan wielrennen. Zo werd ik ook bekeken door veel vrouwen in het peloton. Met argusogen. Iemand die op haar dertigste zomaar mee komt doen en misschien ook wel echt mee kan komen, dat geeft het vrouwenwielrennen geen goed imago, vonden ze.

Een ander leven

Ik snapte het goed, dat ze er zo over dachten. Altijd heb ik mezelf voorgehouden: het is aan mij om te bewijzen dat ik hier thuishoor. En dat deed ik. In die Ronde van Drenthe. In dat weer, in die koers, finish je niet zomaar tussen de namen die nog steeds de wereldtop beheersen. In de weken erna finishte ik nog een paar keer tussen dezelfde namen, in andere World Tour-wedstrijden.

Het is dit keer Amy Pieters die met een machtige sprint de wedstrijd wint. Het lijkt een ander leven, wat ik daar op mijn schermpje zie. We stappen op en dalen af. Het is een ander leven. En vooral een fantastische herinnering aan de tijd dat ik wielrenster was.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier haar eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden