Het Pauperparadijs: spiegel van deze tijd

theater | Honderdduizend mensen, gedrild tot goede burgers in strafkolonies: na het zeer succesvolle boek 'Het Pauperparadijs' gaat morgen de gelijknamige theaterproductie in première. In Veenhuizen, de plaats des onheils.

Toen regisseur Tom de Ket zes jaar geleden het boek van Suzanna Jansen over de strafkolonies in Veenhuizen las, was hij diep onder de indruk. "Waar ik nog het meest verbaasd over was, was dat ik van die hele geschiedenis niets afwist, terwijl ik daar bij wijze van spreken om de hoek, in Assen, ben opgegroeid. Met mijn ouders kwamen we vaak langs die gebouwen in Veenhuizen. Nooit heb ik kunnen bevroeden dat zich daar ooit zulke dramatische geschiedenissen hebben afgespeeld."

De Ket zag er meteen een theaterdrama in over het thema hoe grote idealen rampzalige gevolgen voor gewone mensen kunnen hebben. Het duurde even voordat alle vergunningen waren geregeld, maar morgen is het zover. De binnenplaats van de voormalige strafkolonie Veenhuizen, is tot en met 7 augustus een podium. Naar schatting 40.000 mensen gaan een glimp opvangen van het leven dat zich daar tweehonderd jaar geleden afspeelde.

De basis voor het drama vormt het zo succesvolle 'Het Pauperparadijs' van Suzanna Jansen uit 2008. Zij wilde geruchten onderzoeken als zou haar familie van voorname afkomst zijn geweest en dat er een erfenis was misgelopen. In plaats daarvan ontdekte Jansen dat vijf generaties terug haar familie rond 1823 terecht was gekomen in een sociale heropvoedingsexperiment in Veenhuizen van ongehoorde omvang. Mensen die niet in hun eigen onderhoud konden voorzien, kwamen in die tijd in een strafkamp terecht.

Grote gestichten

In grote gestichten werden in totaal honderdduizend mensen in erbarmelijke omstandigheden gedrild tot 'goede burgers'. Naar schatting hebben een miljoen Nederlanders een voorouder die ooit in deze koloniën heeft geleefd. Jansen wilde laten zien hoe deze goede bedoelingen fnuikende gevolgen konden hebben. Haar familieleden kwamen in een fuik terecht waaruit ontsnappen onmogelijk bleek. Nog lang nadat de familie er in 1860 vertrok, ging zij gebukt onder het verleden.

In zijn toneelstuk beperkt regisseur De Ket het drama tot één generatie, die van Teunis Gijben die in het gesticht verliefd werd op Cato Braxhoofden, de dochter van de gestichtsbewaarder. In nauwe samenwerking met de auteur werd besloten om van Teunis een wees te maken, terwijl hij in het echt met zijn ouders naar Veenhuizen kwam.

Wat volgens De Ket in het stuk zeker niet mocht ontbreken was het regeringsbesluit van 1826 om alle wezen in Nederland 'op te zenden' naar Veenhuizen. "Dat vond ik zo'n schokkend gegeven. Zij werden gewoon gedeporteerd, onder het mom dat frisse lucht goed was voor stadskinderen. Bovendien waren het niet allemaal wezen. Het waren vaak kinderen wier ouders zo arm waren dat zij niet meer voor hen konden zorgen. In heel veel gevallen hebben die ouders hun kinderen nooit meer gezien, want Veenhuizen lag wel een paar dagreizen van de grote steden vandaan. Goede bedoelingen dus, maar tegelijkertijd zo hardvochtig."

Tegen de regels

In het stuk zien we hoe Teunis en Cato elkaar ontmoeten en hoe zij op eigen houtje besluiten te vertrekken naar het naburige Kloosterveen. Dat is tegen de regels in, waardoor zij weer moeten terugkeren in Veenhuizen. Zij worden slachtoffers van de regels die door Johannes van den Bosch, de oprichter van de grootschalige heropvoedingskampen, zijn bedacht. "Paupers probeerden van alles om zich te verbeteren", zegt De Ket, "maar werden door iedereen tegengewerkt. Precies zoals nu eigenlijk. Wie werkloos is, moet voldoen aan onvoorstelbaar veel regels anders krijg je strafkorting en kom je nog meer in de problemen."

Deze generaal Van den Bosch, een goede bekende van koning Willem I en zijn zoon, speelt een centrale rol in het theaterstuk. Deze militair trok zich rond 1818 het lot aan van de duizenden straatarme Nederlanders die hongerlijdend, ziek en dakloos de grotere steden bevolkten. In Leiden was bijna de helft van de bevolking afhankelijk van kerken of andere maatschappelijke organisaties. De Nederlandse overheid was na de Franse bezetting door Napoleon bijna geruïneerd.

Van den Bosch bedacht de oplossing van het stichten van koloniën in de dun bevolkte gebieden van Nederland waar de armen en werklozen te werk werden gesteld. Daar zouden ze beginnen met het ontginnen van grond. Vanaf dat moment konden ze stapsgewijs het vak van boer leren. Met tucht en discipline, zoals zijn kernwoorden luidden, wilde Van den Bosch de paupers zodanig opvoeden dat zij zelfstandig zouden worden.

Hij was kennelijk een zeer inspirerende man, want hij wist niet alleen het vertrouwen van de nieuwbakken koning te winnen. Ook zijn welgestelde landgenoten dachten dat Van den Bosch het ei van Columbus had ontdekt. De generaal richtte de Maatschappij van Weldadigheid op. Mensen met enig kapitaal betaalden één stuiver per week aan deze organisatie om die koloniën op te bouwen.

"Dat was een gigantisch succes", zegt De Ket. "Dat was eigenlijk de allereerste succesvolle vorm van crowdfunding. In korte tijd waren er 20.000 van die rijken die dit sociale experiment helemaal zagen zitten. Interessant vind ik dat al deze welgestelden, net als Van den Bosch, vonden dat het de schuld van die mensen zelf was dat ze arm waren. Ze wilden niet deugen, zo dachten ze, en dat moest veranderen door strenge opvoeding."

De eerste zogeheten 'vrije koloniën' kwamen in de buurt van Steenwijk en kregen koninklijke namen als Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. Arme gezinnen kregen daar een kleine hoeve en stukje land dat zij konden bewerken. Zij leefden onder toezicht, uiteraard, want zelf konden zij niets, zo vonden de bestuurders.

Al snel zag Van den Bosch dat hiermee het armoedeprobleem in het koninkrijk niet ging verdwijnen. Het moest daarom grootschaliger. De volgende stap was de verandering van het oude fort De Ommenschans in een 'onvrije kolonie'. Het vrijblijvende maakte plaats voor dwang, want de paupers stonden niet te springen om naar Drenthe te verhuizen.

Snel daarop kwam de bouw van een grote kolonie in het gehucht Veenhuizen. Daar had je scheiding tussen de fatsoenlijke en de onfatsoenlijke armen. De eerste groep verbleef met hun hele gezin in een kamer aan de buitenzijde van de gestichten. Veroordeelde bedelaars en landlopers zaten aan de binnenzijden in slaapzalen met tachtig hangmatten die omhoog werden getakeld om ruimte te maken voor eettafels. Mannen en vrouwen waren gescheiden, de kinderen zaten in een apart gesticht.

Volksverheffing of fuik?

Precies een jaar geleden nomineerde het kabinet de nog bestaande gebouwen van de Koloniën van Weldadigheid voor een plek op Unesco's Werelderfgoedlijst. "De Koloniën zijn een mooi voorbeeld van de verheffing van het volk", zo zei minister Bussemaker van cultuur bij de bekendmaking. Waren die gestichten nu een vorm van volksverheffing of was het, in de woorden van Suzanna Jansen, een fuik waar mensen niet meer uitkwamen of een stigma opgeplakt kregen waar mensen niet meer vanaf kwamen?

"Ik denk dat het beide is", zegt De Ket. "Ik moet toegeven dat ik in de loop van het project anders over Van den Bosch ben gaan denken. Ik zag hem eerst als een megalomane gek die over de ruggen van armen belangrijk wilde zijn en macht wilde uitoefenen. Later ontdekte ik dat hij ook zijn hart op de goede plaats had. Hij vond namelijk als enige in die tijd dat er iets moest gebeuren. Hij deed tenminste wat en dat vind ik prijzenswaardig."

Daar ziet De Ket een groot verschil met nu. Politiek noemt hij een 'procedureel toneelspel'. "Iedereen staat aan de zijlijn te roeptoeteren over de toenemende armoede en groeiende ongelijkheid in de samenleving, maar niemand doet wat. Er heerst een totale visieloosheid. Neem de huidige nood van vluchtelingen. Het is aan lokale initiatieven te danken dat er hier en daar wat gebeurt."

Je kunt van Van den Bosch volgens De Ket veel zeggen, maar niet dat hij geen visie had. "Misschien had hij wel te veel visie. Zijn tomeloze ambities gingen met hem op de loop en hij verloor de menselijke maat uit het oog. De projecten kostten meer geld dan gedacht. Hij wilde de boel rendabel krijgen door nog meer mensen onder te brengen en dat ging niet zonder dwang en meer ellende. De wens om de begroting kloppend te krijgen zorgde voor een perverse prikkel. Van perverse prikkels zoals bonussen weten we alles sinds de bankencrisis."

Hoeveel mensen Van den Bosch ook naar zijn koloniën haalden, de kosten bleven de pan uitrijzen en de opbrengsten bleven achter. Bovendien leken de paupers ondanks alle dwangmaatregelen zich niet beter te gaan gedragen of minder te gaan drinken. De zelfstandigheid kwam maar heel zelden binnen bereik. Mensen bleven arm en zonder opleiding.

De liberaal Thorbecke eiste uiteindelijk dat de koning met de werkelijke cijfers naar buiten kwam. In 1859 nam de overheid de regie over de koloniën over en daarna was er een geleidelijke overgang van de 'paupers van Johannes van den Bosch naar veroordeelde landlopers. Nauwelijks veertig jaar later verdween de laatste pauper. De gebouwen van Veenhuizen werden geleidelijk gevangenissen. Nu zijn er nog twee over en is er een gevangenismuseum.

De Ket zag in het boek van Suzanna Jansen meteen theater, omdat hij werd getroffen door de overeenkomsten met de huidige tijd. "Het vertelt zoveel over hoe wij nu denken over armoede, de terugkomst van de standenmaatschappij, het verdwijnen van de samenhang in de maatschappij. Ik hoop dat ik de bezoekers een spiegel kan voorhouden."

De voorstelling Het Pauperparadijs gaat morgen in première. Locatie: Gevangenismuseum Veenhuizen. Voor informatie en reserveringen: www.hetpauperparadijs.nl

Tom de Ket

Tom de Ket (1958) is acteur, toneelschrijver, regisseur en cabaretier. Op televisie speelde hij onder meer mee in 'Baantjer', 'Spangen', 'Russen', 'We zijn weer thuis' en 'Gooise vrouwen'. Onlangs schreef en regisseerde hij de 'Drentse Blues Opera'. Vanaf 2012 brengt hij samen met George van Houts en Inge Bos theaterstukken over de zakelijke moraal en financiële hygiëne, zoals 'De vastgoedfraude' en 'Door de bank genomen'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden