Het parlement mag de jarenlange leugentjes niet accepteren

In de reacties op het rapport van de Rekenkamer over de groeicijfers van Schiphol wordt omzichtig voorbijgegaan aan de staatsrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers. De vraag is niet wie wist dat onjuiste gegevens werden gebruikt, maar wie daarvoor verantwoordelijk was. Dat was ex-verkeersminister Jorritsma.

Het rapport van de Rekenkamer heeft duidelijk gemaakt dat het kabinet willens en wetens onhoudbare en onjuiste cijfers heeft gehanteerd om steun te krijgen voor zijn toekomstplannen met Schiphol. Het gaat niet om een kleine vergissing, maar om een verschil van bijna honderd procent. Het kabinet bleef vasthouden aan een groei van 4,7 procent, het gemiddelde van de jaarlijkse groei tussen 1980 en 1991. De luchthaven groeide sinds 1990 echter met 7,9 procent per jaar. Was het gemiddelde genomen van de jaren 1985 tot 1995, wat in de rede lag, dan had zelfs moeten worden uitgegaan van ruim 9 procent per jaar (cijfers luchthaven Schiphol).

Twijfels over de haalbaarheid van het gunstigste scenario van het Centraal Planbureau, waarin de luchthaven 'beheerst' zou groeien, waren er al in 1990. Schiphol wilde mainport worden, en oefende grote druk uit om een vijfde baan te mogen aanleggen. Het nieuwe kabinet (Lubbers-III) wilde dat ook, maar het probleem was dat dit niet te verenigen was met de belofte dat economie én milieu er beter van werden (de 'dubbele doelstelling').

Het was voorjaar 1990. In een kabinetsoverleg deelde verkeersminister Maij-Weggen onverwacht mee dat Schiphol mocht groeien tot 40 miljoen passagiers, en niet meer. “Wij waren zeer verbaasd, want bij Vrom gingen we uit van een groei tot zestig miljoen passagiers in 2015”, zegt een ambtenaar van Vrom die erbij was. “Dat was toen erg veel, maar het leek ons realistisch op basis van de ontwikkelingen. Wat Maij deed leek ons zeer onverstandig.”

Met het vaststellen van deze grens door Maij-Weggen (ongetwijfeld met steun van premier Lubbers en minister Kok van Financiën) werd een compromis bereikt, waarmee de Tweede Kamer in die zeer milieubewuste tijd verdere groei van Schiphol kon toestaan. Het maximum in 2015 werd nog ietsje opgerekt tot 44 miljoen per jaar. Omdat de milieudoelstelling nu was veilig gesteld, kon de invulling van het Schipholbeleid nu worden overgelaten aan Verkeer.

In 1991 kreeg Verkeer ook staatsrechtelijk de verantwoordelijkheid over de beleidsvoorbereiding en het overleg met de maatschappelijke organisaties. Dat overleg werd gecoördineerd door de Projectgroep Mainport en Milieu Schiphol (PMMS). Het projectbureau PMMS zorgde voor de verstrekking van cijfers en gegevens, en bestond grotendeels uit ambtenaren van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) van Verkeer en Waterstaat. Vrom had in deze projectgroep nog wel een formele plaats, maar geen eindverantwoordelijkheid.

In 1995 moest een besluit worden genomen over de PKB-Schiphol, die onder meer de aanleg van een vijfde baan mogelijk moest maken. Minister Jorritsma was inmiddels als minister van verkeer en waterstaat verantwoordelijk voor de 'beleidsvoorbereiding'. Inmiddels was grote twijfel ontstaan over de gehanteerde groeicijfers. Het probleem was, dat de PKB-procedure zou moeten worden overgedaan als de cijfers achterhaald bleken. Dit zou jaren tijdverlies betekenen, en dit wilden noch Schiphol, noch Verkeer en Waterstaat, noch premier Kok en een aantal vooraanstaande topambtenaren.

Het was niet milieuminister De Boer, maar verkeersminister Jorritsma die in het overleg met de Tweede Kamer in 1995 en 1996 de verantwoordelijkheid droeg. Er werden zeer veel vragen gesteld over de werkelijke groeicijfers, maar Jorritsma bleef volhouden dat de cijfers nog steeds juist waren, en dat het lage groeiscenario dus een geldig uitgangspunt bleef. Zeer gedetailleerd antwoordde zij schriftelijk op tientallen even gedetailleerde kamervragen. En deed dat later nog eens over tegenover de Eerste Kamer. De minister hield in haar antwoorden bij hoog en bij laag vol dat het lage groeiscenario nog steeds geldig was, en onderbouwde dit - pagina's lang en keer op keer - met allerhande cijfers, afkomstig van haar eigen Rijksluchtvaartdienst.

De minister handelde op basis van een oud compromis, dat door het kabinet werd ondersteund. Maar droeg daarvoor wel de volle verantwoordelijkheid. En aangezien zij geen twijfel toeliet aan de gehanteerde cijfers, had de Tweede Kamer geen keuze dan haar te geloven. De enige andere keuze zou zijn geweest om - op basis van de nieuwe cijfers die Schiphol in de weken voor het slotdebat (voorjaar 1995) vrijgaf - een motie van wantrouwen in te dienen en de minister naar huis te sturen. Gezien de 'medeplichtigheid' van de premier en andere verantwoordelijke ministers (met name Wijers en De Boer), zou dit de val van het kabinet betekenen.

Kon dit van de Tweede Kamer worden gevraagd? Nee, en dat wist minister Jorritsma. Zij werd gedekt door de premier, die de opstandige milieuminister had bevolen in haar hok te blijven. Minister Jorritsma wist hoe dierbaar de coalitie Wim Kok was, en dat hij deze coalitie kost wat kost zou willen behouden. Dit zou niet moeilijk zijn, omdat Paars-II rotsvast in het zadel zat en het economische tij meehad.

Minister De Boer is niet opgestapt tijdens het Schipholdebat. Dat is haar wellicht te verwijten, maar enigszins begrijpelijk is het wel gezien het feit dat zij te maken had met een compromis dat al in 1990 in het kabinet was gesloten. Maar de echte vraag is, hoe de verantwoordelijke minister, en dat was Jorritsma, de onwaarachtigheden voor haar rekening heeft kunnen nemen die haar ambtenaren voor haar opschreven om de schijn te blijven ophouden tegenover de Tweede Kamer. Dat zij die verantwoordelijkheid nam, bleek destijds al uit uitlatingen van de toenmalige Schipholtopman Smits, die liet doorschemeren dat Jorritsma's ambtenaren wisten dat ze fout zaten. En als haar topambtenaren het wisten, wist Jorritsma het ook - en anders was ze een sul van een minister. Zoals Henk Koning van de Rekenkamer tegen NOS-verslaggever Job Frieszo zei: 'de politiek is zelden naïef, dat weet u'.

De vraag of er jarenlang gelogen is tegen het parlement - laten we het beestje maar bij de naam noemen - door de Rekenkamer, is (omfloerst door mooie woorden) beantwoord met een ondubbelzinnig 'ja'. “Maar de Tweede Kamer wist het ook”, zo lijkt zelfs de Rekenkamer minister Jorritsma af te willen dekken. Dat het parlement iets wist (of kon vermoeden) is evenwel niet relevant, en kan niet als een verzachtende omstandigheid gelden. De Tweede Kamer kan immers niet verantwoordelijk worden gehouden voor de gegevens die het kabinet - in dit geval de verkeersminister - verstrekt. Deze verantwoordelijkheid berust bij de minister, en bij niemand anders.

De kwestie is wat er overblijft van de geloofwaardigheid van bewindslieden, (en van een parlement dat zulk gedrag gedoogt) als zij glashard onjuiste verhalen ophangen over cruciale elementen van het nationale beleid. Wat moeten burgers nog voor waar aannemen, zelfs als het gaat om beslissingen die tot ver in de volgende eeuw bepalend zullen zijn voor Nederland op economisch, financieel en milieugebied?

Die vraag moet, gezien het 'gedoogbeleid' van de coalitiefracties in de Tweede Kamer, worden beantwoord door zowel de Kamer als het kabinet. Maar op de allereerste plaats door de minister die zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid nam voor de leugentjes om bestwil, nodig om door te kunnen gaan met het Schipholbeleid.

Kortgeleden nam de Belgische minister Tobback zelf ontslag, toen bleek dat hij zijn eigen ambtenaren niet in de hand had. Hij trok de conclusie uit het feit dat onder zijn verantwoordelijkheid een asielzoekster de dood had gevonden, en dat hij dit in de toekomst niet zou kunnen voorkomen. Hij redde daarmee zijn eigen eer, en die van de politiek. Minister De Boer heeft die conclusie ook getrokken; zij keerde vanwege Schiphol niet terug als minister van Vrom. Van de destijds eerstverantwoordelijke minister voor hetzelfde dossier horen we niets. Dat orritsma zelf conclusies trekt uit het Rekenkamer-rapport, zoals Tobback, valt niet te verwachten. Als de Kamer dit laat gaan, loopt zij dus goede kans de volgende keer opnieuw in het ootje te worden genomen. Hoe kunnen wij zo op de politiek vertrouwen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden