Het paradoxale leven van Thomas Merton Amerikaanse monnik ook 25 jaar na dood spiritueel lichtbaken

Op 6 februari 1966 schrijft hij een vriend: 'De manier waarop het christelijk geloof wordt geleefd is zo 'schizo' dat het een wonder is dat men tegelijkertijd christen kan zijn en geestelijk normaal. Ik heb het over een christen die leeft volgens het geijkte patroon en de goedgekeurde vormen.'

Nog voor zijn tragische dood (december '68) door velen afgeschreven als te radicaal of te spiritueel, doorhalen wat niet gewenst is, staat de Amerikaanse dichter, auteur en katholieke monnik Thomas Merton nu, 25 jaar later, weer volop in de belangstelling. Zijn sociale kritieken en spirituele ontboezemingen worden druk gelezen, ook door jongeren, en regelmatig komen er boeken uit, met Mertons gedachtengoed als onderwerp.

In de Verenigde Staten organiseert men elk jaar een groot internationaal Merton-congres. En in West-Europa, ook in Nederland, zijn er clubs van 'Mertonvrienden' waar men de geestelijke nalatenschap van deze veelzijdige trappist, die vaak zijn tijd vooruit was, bestudeert en bediscussieert.

Zijn leven is snel verteld. In 1915 geboren uit een Amerikaanse moeder, die toen hij zes was overleed, en een Nieuwzeelandse vader, die na een succesvolle carriere als kunstschilder stierf toen Thomas nog 17 moest worden, voelde hij zich een leven lang ontheemd.

Als student in het Engelse Cambridge, waar hij een meisje van eenvoudige komaf met een kind liet zitten, en aan de Columbia-universiteit, New York, hing Merton stevig de beest uit. Dat belette hem niet intellectueel (hij studeerde moderne talen en filosofie), journalistiek (Merton schreef en tekende voor bijna alle bladen van de universiteit) en politiek (een kort lidmaatschap van de communistische partij) uiterst actief te zijn. Hij stond bekend als een briljante, zeer populaire student.

Eind 1938 werd Merton, die uit een protestants milieu kwam, onder invloed van de Franse katholieke filosofen Gilson en Maritain rooms-katholiek. Drie jaar later, hij was toen al leraar Engels aan een middelbare school, trad hij, 26 jaar oud, in bij het strenge contemplatieve trappistenklooster 'Our Lady of Gethsemani' in Kentucky.

Hij schreef er het boek dat hem in 1948 op slag wereldberoemd maakte: The Seven Storey Mountain (Nederlandse vertaling: De Louteringsberg), een boeiend geschreven, maar wel erg roomse autobiografie die een romantische kijk gaf op het contemplatieve kloosterleven. Mede daardoor haalde het boek een miljoenenoplage en vele vertalingen. Voor een hele generatie katholieken werd Merton een spirituele goeroe.

In de jaren die volgden ontwikkelde Merton zich van een gezagsgetrouwe, de buitenwereld schuwende monnik tot een kerkkritische, sociaal sterk geengageerde kloosterling die het institutionele harnas van zijn orde ontvluchtte door zich in een kluis in de bossen rond zijn klooster terug te trekken.

Van daaruit correspondeerde hij met pausen, dichters (Ernesto Cardenal), romanschrijvers (Pasternak, Miller), theologen (Redford Ruether) en filosofen (Maritain), met zenmeesters, boeddhistische monniken en soefi-mystici.

Breed terrein

In meer dan vijftig boeken onderzocht Merton uiteenlopende onderwerpen als het existentialisme, de kernbewapening, het kloosterleven, de zwarte burgerrechtenbeweging in Amerika, het contemplatieve gebed, de oorlog in Vietnam en de dialoog met de niet-christelijke godsdiensten. Een verbazingwekkend breed arbeidsterrein voor iemand die ruim 27 jaar lang een afgezonderd leven leidde en zijn klooster zelden verliet.

Zijn eerste buitenlandse reis als monnik - naar Bangkok waar hij een conferentie van abten toesprak - werd tevens zijn laatste. Hij stierf er op 10 december 1968 aan de gevolgen van kortsluiting.

“We zijn met Thomas Merton nog lang niet klaar” voorspelt zijn Amerikaanse biograaf en vriend Jim Forest (52). “Over honderd jaar zal men zijn boeken nog lezen en bestuderen.” Terugkijkend constateert Forest, aan wie Merton zijn boek Faith and Violence opdroeg en met wie hij jarenlang correspondeerde: “Ik heb sinds Thomas' dood nooit meer zo'n goede vriend gehad. Dat gevoel kent iedereen die met hem bevriend was.”

Nu in Alkmaar wonend legt Jim Forest uit dat ons land een uitzondering vormt wat betreft het gebrek aan interesse voor Mertons denken en doen. Naar de reden gevraagd: “Ik denk dat het komt omdat z'n werk, dat in de V.S. voor radicaalpolitiek doorgaat, in Nederlandse ogen niet politiek genoeg is.”

Anderzijds zouden volgens hem de spirituele gedachten van Merton hier goed van pas komen. Want ofschoon het Nederlandse christendom naar zijn mening op sociaal gebied veel positiefs bevat noemt hij het spiritueel “een woestijn”.

“Wat de generaties na ons waarschijnlijk vooral in Merton zal blijven boeien”, meent Jim Forest, “zijn z'n dagboeken, samengebracht in werken als The sign of Jonas uit 1953 en Conjectures of a guilty bystander uit 1966. “Die stralen een sfeer van menselijke direktheid uit die tijdloos is.”

“Het is ongelooflijk hoe weinig van zijn sociaal-kritische en religieuze ideeen achterhaald blijken. Ook de jeugd kan bij hem nog veel van haar gading vinden. Er zijn maar weinig moderne schrijvers die zo helder en toch zo diep over zingevingsvragen schrijven als hij.

Er is momenteel op het gebied van spiritualiteit heel wat bullshit in omloop. Daar hoef je bij Merton niet bang voor te zijn. Die verkoopt je geen knollen voor citroenen. Zijn spiritualiteit is gegrondvest in de nuchtere realiteit van zijn eigen leven en in die van de moderne samenleving. Het heeft niets van dat gemakzuchtige dat veel vormen van New Age kenmerkt.''

Gevraagd naar de invloed die Merton had op het politieke en sociale gebeuren van zijn tijd antwoordt Forest: “Veel meer dan je zou verwachten van iemand die in een afgelegen klooster zat. Zo zeggen heel wat hoofdrolspelers in de zwarte burgerrechtenbeweging dat ze door zijn geschriften over racisme werden beinvloed.

Hetzelfde geldt voor zijn boeken en essays over oorlog en vrede. Die hebben de katholieke vredesbeweging in de V.S. zeker niet onberoerd gelaten. Dat uitgerekend deze icoon van katholieke respectabiliteit, die met paus Johannes XXIII en Paulus VI correspondeerde, zich zo vastberaden afzette tegen de oorlog in Vietnam en het Amerikaanse kernwapenprogramma maakte indruk. Lokte overigens ook veel verzet uit. Maar ja, hij was tamelijk onaantastbaar, he.''

Dom Cees Tholens (81), stichter van de benedictijnerabdij De Slangenburg, was er bij toen Merton in zijn logeerkamer dood werd aangetroffen. ”Hij lag op zijn rug, naakt, en met twee rode striemen over zijn borst.” De oud-abt noemt Merton “een profeet aan wiens bron we ons nog steeds laven”.

Tholens: “Merton bespeurde in de jaren zestig als een der eersten wat nu steeds meer bovenkomt: het besef dat de mens niet kan leven bij brood alleen, dat er grenzen zijn aan materiele groei, dat welvaart en geluk niet per definitie op elkaar aansluiten, dat wij niet boven de natuur staan maar er een integrerend deel van uitmaken. En dat we permanent moeten streven naar innerlijke vrijheid, dat we los dienen te komen van zucht naar carriere en consumptie die alleen maar schijngeluk verschaffen.”

Vernieuwing

“Volgens Merton is persoonlijke, spirituele vernieuwing, waarbij het intellect niet wordt buitengesloten maar evenmin als de maat van alle dingen wordt beschouwd, het wapen tegen de dehumanisering van de moderne mens welke zich uit in massaconsumptie, massavermaak en massavernietiging.”

Hij werd om die reden monnik, om los te raken van alle valse aanspraken, alle druk die dagelijks op ons afkomen. Overigens wil dit niet zeggen, dat hij niet middenin de wereld stond. Dat stond ie wel degelijk. Maar door zich in een klooster terug te trekken en vandaar uit het sociale en politieke gebeuren te becommentarieren, voorkwam hij dat hij door de wereld werd opgeslorpt. Dat was ook zijn latere visie op het kloosterleven: de monnik staat niet boven de wereld, maar hij is ook niet van de wereld.

Door als kluizenaar te leven en zo zijn ego uit te schakelen, wilde Merton openstaan voor alle mensen. Conform zijn uitspraak: 'ik moet niemand zijn om iedereen te zijn.' Hij ging de kloosterling steeds meer zien als iemand die juist omdat hij geen gevestigde belangen heeft - kinderen, carriere, geld - in staat is zichzelf te geven waar dat nodig blijkt.

Om een antwoord te vinden op het oude mysterie van het transcendente 'zelf' van de mens richtte Merton de blik naar Azie. Daar houdt men zich al eeuwen bezig met het mysterie van de 'niemand' die door mede-lijden, zuivere liefde en nederigheid het eigen individu ondergeschikt maakt aan het geheel en zo verenigd is met alles.

Ik heb een paar keer met de Dalai Lama over Thomas Merton gesproken en ook met zenmeesters en boeddhisten - en allen zeiden ze: 'We hebben geen westerling gevonden die zo'n inzicht had in de moeilijke wijsheid van het Oosten als hij. Merton kwam niet, als veel westerlingen, om ons te vertellen hoe de zaken er hier voorstonden. Hij kwam om te luisteren en te leren.' Zonder zijn christelijke wortels te verloochenen, was hij een der eersten die inzag dat kennisneming van de oosterse spirtualiteit die van het westen kon verrijken.''

Blijvende actualiteit

Guus Franken (60), stedebouwkundig adviseur in Rotterdam, zegt: “De man blijft actueel. Zo zat ik aan de vooravond van de Golfoorlog te lezen in zijn boek 'Conjectures of a guilty bystander' uit 1966 (Gissingen van een schuldbewuste toeschouwer) en het leek alsof het gisteren was geschreven. Alles wat Merton in dat werk bestreed, sloeg ook op 1991: het vijanddenken, het vanzelfsprekend gebruik van geweld. Hij is, 25 jaar na zijn dood, nog helemaal van onze tijd.”

De vrouw van Guus, Maud (57), ex-verpleegster, pedicure en (“kritisch”) medewerkster van moeder Teresa, vult aan: “Ook spiritueel valt er bij Merton veel te halen. Met name wat betreft de vraag hoe we ons voor het transcendente moeten openstellen. Maar hij wordt nooit zweverig, blijft met zijn voeten op de grond. Het gaat hem niet om abstracte theologie maar om een concrete zoektocht van mensen naar God.”

Guus en Maud zijn lid van De Mertonvrienden, een groep Nederlanders en vooral Vlamingen die zich sedert tien jaar bezighouden met Mertons gedachtengoed. Een driemaandelijks contactblad en jaarlijkse studieweekenden verstevigen de onderlinge band.

Guus en Maud raakten in hun jeugd, onafhankelijk van elkaar, begeesterd door De Louteringsberg. Na Mertons dood ebde de belangstelling wat weg, maar via de oecumenische spiritualiteit van Taize kwam hij hen weer in het vizier.

Guus: “In de kerk van het 'rijke roomse leven', waar ik me overigens niet tegen afzet, stond er altijd een scherm tussen jou en God. Dat scherm heeft hij neergehaald.”

En Maud zegt: “Wat ik zo goed vind aan Merton is het feit dat hij geen heilige is (zo had hij als kloosterling korte tijd een liefdesrelatie). Dat maakt hem zo menselijk. Hij was een man vol tegenstrijdigheden. Aan de ene kant had hij een intense behoefte aan sociaal contact, terwijl hij aan de andere kant hunkerde naar rust. Enerzijds schamperde hij op zijn schrijverschap, maar anderzijds kon hij niet leven zonder te schrijven. Aan de ene kant onderwierp hij zich bijna masochistisch aan het absolute gezag van zijn abt en aan de andere kant klaagde hij dat hij zo kort werd gehouden. Van hem heb ik geleerd wat het betekent in paradoxen te leven.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden