Het overkwam Waspik

Waspik kijkt vol schaamte terug op 2007. Terwijl het dorp feest vierde, werd een vluchtelingengezin weggetreiterd. Dat was niet voor het eerst. ,,Dingen die niet goed gaan, daar hebben ze het liever niet over. Dat is ook typisch Waspik.”

Het jaar 2007 was een bijzonder jaar voor Waspik. Het Brabantse dorpje vierde zijn 750-jarig bestaan uitbundig: er waren een vuurwerkshow, een fietstoertocht en een grootse feestavond. Het hoogtepunt van alle festiviteiten vond plaats op een zondagochtend in augustus: 750 Waspikkers genoten gezamenlijk van een reusachtig openluchtontbijt.

Frits Heijltjes, zojuist aangesteld als de nieuwe pastor van het dorp, viel ’met de neus in de boter’, zegt hij. Aan de lange ontbijttafel merkte Heijltjes: Dit is een mooie, hechte gemeenschap. De kerkdienst verschoof er voor naar de zaterdagavond.

Die ’mooie, hechte gemeenschap’, waar de Waspikkers zo trots op zijn, kwam een maand later stevig onder vuur. Het Brabants Dagblad berichtte over racistische incidenten in het dorp. Een vluchtelingenfamilie uit Liberia, nota bene op uitnodiging van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR naar Nederland gekomen, sloeg er voor op de vlucht. De treiterijen werden de familie teveel.

Jongeren gooiden eieren tegen de ramen, de kinderen werden uitgescholden voor aap, er werd vuurwerk in de brievenbus gegooid.

De jongeren hielden zich meestal op in de kiosk op het dorpsplein; vlakbij de bushalte en vlakbij de supermarkt. De familie kon niet heen om deze plekken en dus waren confrontaties onvermijdelijk. Hoewel de politie meerdere aangiften ontving, hielden de pesterijen aan.

Op een dag reed iemand met een scooter op een van de kinderen in. Het was genoeg, vond de Liberiaanse familie. De moeder, drie kinderen en een kleinkind, vertrokken na anderhalf jaar halsoverkop naar het nabijgelegen Waalwijk.

De media kregen er lucht van en cameraploegen installeerden zich op het Dorpsplein. Burgemeester Nol Kleijngeld van de gemeente Waalwijk, waar Waspik onder valt, zag het met lede ogen aan.

’Is hier sprake van racisme naar het gezin toe?’, vroeg een verslaggever van Omroep Brabant aan een van de mogelijke daders.

’Dat zou best kunnen’.

’Het gezin zit nu ondergedoken. Wat vind je daarvan?’

’Mij maakt het niet uit. Ik vind het wel netjes’.

Burgemeester Kleijngeld wist: „Ook ik kan een 14-jarige jongen alles laten zeggen voor een camera. Dat is stoer natuurlijk. Maar de beeldvorming is desastreus.”

Pastor Heijltjes, zo onder de indruk van de saamhorigheid in Waspik, werd in zijn woonplaats Tilburg aangesproken op het gedrag van de jongeren: ’Waar ben je aan begonnen?’

Waspik ging, om de woorden van Kleijngeld te gebruiken, ’nationaal over de tong’. „Alle denkbare media belden me”, zegt hij. „NOS Journaal, Hart van Nederland, Pauw en Witteman. Dit is een wereld die tegenwoordig van beelden aan elkaar hangt.”

Kleijngeld wees bijna alle verzoeken af. „Zo’n Pauw en Witteman heeft een te showerig karakter. Dat is geen plek voor een genuanceerde uiteenzetting van wat er nu werkelijk aan de hand is.”

De burgemeester wil bovenal gezegd hebben dat wat er met het Liberiaanse gezin is gebeurd, echt niet door de beugel kan. De familie is onlangs verhuisd naar een nieuwe woning in Waalwijk en beleeft daar een nieuwe start. Ze willen vooral rust, geen contact met de media.

De bewonersbrief die Kleijngeld begin oktober naar heel Waspik stuurde, bevatte een tweede, belangrijke boodschap: het wegtreiteren van een vluchtelingenfamilie betekent niet dat heel Waspik niet deugt.

„We moeten geen karikatuur van Waspik maken”, zegt Kleijngeld, maar laten we het voorval ook vooral niet bagatelliseren. Hier speelt iets fundamenteels waar heel West-Europa mee te maken heeft. Migranten worden steeds moeilijker geaccepteerd. Dat gebeurt in Nederland, dus ook in Brabant, en dus ook in Waspik. Zo’n racistisch incident kan overal voorkomen.”

Nol Kleijngeld weet dat als geen ander. Op 13 november 2004 vloog een moskee in het Limburgse plaatsje Helden in brand. Het was elf dagen na de moord op Theo van Gogh. De moskeebrand bleek aangestoken en de beschuldigende vinger ging al snel richting zogenoemde Lonsdalejongeren (kaal hoofd, bomberjack, kisten). Nol Kleijngeld was destijds de burgemeester van Helden.

Hij heeft geleerd van die gebeurtenis. „Zet die jongeren vooral niet in de hoek, maar ga het gesprek aan. Het zijn toch ’onze kinderen’. En benoem nadrukkelijk het probleem: er is sprake van xenofobie, en misschien zelfs vreemdelingenhaat. Daar moet je niet omheen draaien.”

Bij zijn afscheid als burgemeester van Helden werd een filmpje getoond met daarin enkele betrokkenen van weleer. ’Ex-Lonsdalers’ stond erbij. ’Goed dat we werden aangesproken op ons gedrag’, zeiden de jongeren in de film. Dat zou Kleingeld ook graag in Waspik zien.

De burgemeester wacht een zware opgave. De vlucht van de Liberiaanse familie staat niet op zichzelf. José van Bokhoven, coördinator van VluchtelingenWerk Waalwijk, herinnert zich eerdere, vergelijkbare voorvallen. Midden jaren negentig verliet een Afrikaanse familie uit onvrede het dorp. Ook toen: bierblikken naar het hoofd, scheldpartijen en vuurwerk door de brievenbus.

Een paar jaar later vertrok een donkere vrouw met drie kinderen. „Het waren geen spectaculaire incidenten”, zegt Van Bokhoven. „Maar na verloop van tijd hangt het je wel de keel uit. Dan verruil je je huis graag voor een flat in Waalwijk.”

Van Bokhoven wist dat de problemen rond de Liberiaanse familie al een tijdje speelden. In het voorjaar bespraken VluchtelingenWerk, de dominee, de school, opbouwwerkers, de politie en de gemeente de situatie. De gezinsleden moesten weerbaarder worden gemaakt, deel worden van de samenleving. Er kwam een ’plan van aanpak’.

De moeder ging bij een zangkoor, zegt Van Bokhoven. „Het accent lag te veel op wat de familie allemaal moest, terwijl die jongeren ongemoeid bij de kiosk bleven hangen. Achteraf is dat niet goed geweest.”

Er wonen momenteel tien vluchtelingenfamilies in Waspik. Het gaat volgens Van Bokhoven ’redelijk’. Er zijn wel problemen. Een man met een lange baard wordt uitgemaakt voor Bin Laden. De families kunnen er inmiddels mee omgaan, weet Van Bokhoven. Ze ontlopen de bewuste jongeren zo veel mogelijk.

Van Bokhoven: „Voor sommige vluchtelingen moet Waspik een soort gevangenis zijn. Het is een plek waar je moeilijk weg kan. Zeker als je op het openbaar vervoer bent aangewezen zoals het gezin uit Liberia. Dan moet je weer naar de bushalte op het Dorpsplein en daar staan die jongens weer: je kan geen kant op.”

De escalatie rond de vluchtelingenfamilie uit Liberia blijkt een grote impact te hebben op het dorp. „Het dorp zwijgt liever, de mensen kruipen in hun schulp”, heeft Kleijngeld gemerkt. „Zoveel negatieve aandacht, dat vinden ze niet eerlijk. Het effect van zoveel media-aandacht wordt onderschat, zeker door de landelijke pers.”

Het dorpje met die sterke, sociale cohesie, blijkt plots erg in zichzelf gekeerd te zijn. Bewoners zijn ’geschrokken’, het is niet ’des Waspiks’ en mensen die uit Liberia zijn gevlucht ’moeten niet opnieuw hoeven vluchten’.

Cissy de Bruijn kwam 22 jaar geleden in Waspik wonen. Zij trof een behoudend, hecht dorp aan. Iedereen kende iedereen. Een nieuwkomer moet toch zelf dingen ondernemen om er opgenomen en bekend te geraken, merkte ze.

Begin 2006 werd de Liberiaanse familie haar directe buur. „In het begin is er veel naar ze gekeken”, zegt De Bruijn eerlijk. „Ze waren wel heel donker.” Als buurvrouw had ze af en toe contact. In mei zei de moeder nog tegen De Bruijn: ’Ik voel me best eenzaam’. Maar dat de situatie zo zou ontsporen, kon De Bruijn niet vermoeden, zegt ze.

Dominee Van Kapel van de plaatselijke Hervormde Kerk sprak over de vlucht van de Liberiaanse familie in de voorbede. Tijdens kringwerk en catechisatie proefde hij de schrik onder de dorpsbewoners. „De eerste dagen gingen de gesprekken nergens anders over. ’Het is niet eerlijk’ en ’het moest niet mogen’, hoorde ik steeds.”

Toch gebeurde het, onder de ogen van de vijfduizend Waspikkers. En niemand wist het te verhinderen.

Frans Brokx, voorzitter van de stichting Platform Waspik, bladert door een lijvig rapport, getiteld ’Dorpsontwikkelingsplan Waspik’. Hij leest voor van pagina 1: ’Maar niet alleen de oorspronkelijke Waspikkers hebben een plek gevonden in hun dorp, ook de nieuwe bewoners zijn er hartelijk onthaald en hebben een plek gevonden. Mensen van alle gezindten en etnische komaf voelen zich thuis in Waspik’.

Bovenaan de bladzijde staat: ’Waspiks ideaal’. Het rapport schetst een toekomstvisie op het dorp, zegt Brokx. Vijftig betrokken Waspikkers werkten twee jaar lang aan het rapport. Brokx: „Dit is niet op een maandagavond geschreven.” Het document gaat in op de ontwikkeling van het centrum, op nieuwe bouwlocaties plekken en groenstroken. Maar vraagt dus ook meer saamhorigheid en tolerantie van de Waspikkers.

Brokx kende als voorzitter de problemen waar de Liberiaanse familie mee kampte. „Je weet dat er een legertje hulpverleners mee bezig is. Maar dan blijkt achteraf dat niemand de regie had, ook de overheid niet. Is dat dan de schuld van het dorp? Het is normaal dat er een dirigent voor het orkest staat, maar bij dit soort maatschappelijke problemen moeten we het kennelijk zelf maar oplossen.”

Natuurlijk keken we als platform ook naar onze eigen rol, vertelt Brokx. „Hebben wij zitten slapen? Ook wij hebben toen te weinig kritische vragen gesteld. Maar het gebeurde ook erg geniepig. Hoe vaak gebeurt het niet dat een leraar niet doorheeft dat een iemand in de klas het pispaaltje is?”

Cissy de Bruijn is er als voormalig buurvrouw vaak op aangesproken. ’Jij had het toch wel moeten zien aankomen’, zeiden ze dan. ’Zeker in jouw positie’. De Bruijn is ook gemeenteraadslid voor het CDA.

Niet alleen zij, het hele dorp lag onder een vergrootglas. Cissy de Bruijn bezocht onlangs een concert van Frans Bauer. Op de terugweg, toen de bus in Waspik stopte, zei de chauffeur tegen de uitstappende passagiers: ’Geen mensen meer wegpesten, hè!’ Het was een grap, maar De Bruijn proefde een cynische ondertoon.

De werkelijke schuldigen, de jongeren zelf, laten zich niet meer zien. De kiosk blijft hele dagen verlaten. Naar verluidt zitten ze bij een van de jongens thuis. Alleen op enkele zaterdagen knappen ze de kiosk op, ’om een gebaar te maken’, vertelt burgemeester Kleijngeld.

De groep houdt zich verder stil met het oog op de naderende rechtszaak. Elf jongeren, in leeftijd variërend van 14 tot 21 jaar, moeten zich begin volgend jaar voor de rechter verantwoorden.

Het is hoog tijd voor bezinning, vindt dominee Van Kapel. „De pastor en ik kennen die jongens niet en hun ouders ook niet. Maar we hebben aangegeven dat we er zíjn. Dat is ons signaal. Met het repareren van de kiosk tonen ze toch ook wat goodwill. Ik denk dat ze zelf ook enorm zijn geschrokken.”

Een doekje voor het bloeden, noemt Frans Brokx die opknapbeurt. „Dat gaat niet werken. Er moet duidelijk worden gezegd: tot hier en niet verder. Maar kennelijk stonden alle hulpinstanties met de rug naar het probleem.”

Er loopt een extern onderzoek naar het functioneren van de betrokken instanties en het ’plan van aanpak’, geleid door een Interventieteam Interetnische Spanningen en onderzoeksbureau Forum. Hoofdvraag is: Hoe kon de situatie zo escaleren? Van incidenten uit het verleden werd niet geleerd.

Kleijngeld neemt binnenkort deel aan een door de NOS georganiseerde conferentie. Daar zijn gemeentebestuurders uitgenodigd die plotseling alle camera’s op zich gericht zagen. „Denk aan Hoogerheide,”, zegt Kleijngeld. Op een basisschool in dat dorp drong vorig jaar december een man binnen en stak daar een achtjarige leerling dood. Hoogerheide werd bedolven onder de publiciteit.

Of er iets in Waspik is veranderd? „Ik ben bang”, zegt Frans Brokx, „dat wanneer er vandaag nieuws is, morgen wordt overgegaan tot de orde van de dag.” Cissy de Bruijn: „Er moet hier iets georganiseerd worden, zodat iedereen er nog eens over kan spreken. Waspik is in shock, maar het ebt weg. De maatschappij is harder geworden en onverdraagzamer. In Berlijn zag ik laatst twee mannen elkaar innig omhelzen. Wanneer zie je dat nog in Nederland? De ophef over het Liberiaanse gezin mag niet doodbloeden zonder dat er iets van wordt geleerd.”

Van Bokhoven: „Over dingen die niet goed gaan, hebben ze het liever niet. Dat is ook typisch Waspik. Verder is het helemaal geen onaardig dorp.” Brokx: „Wat er is gebeurd, is ongelooflijk. Maar Waspik blijft een lieflijk dorpje zoals vele andere.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden