Het overheerlijke rillen

Er moet mij even iets van het hart. Wanneer is het nu potjandorie eindelijk eens afgelopen met die bizarre non-discussie over het deelnemen van Duitsers aan de herdenkingen in mei? Mijn oren worden er doodmoede van en mijn verstand staat erbij stil. Hebben de hoge heren hier te lande niets beters te doen dan zich over zulke onzin-dingen te buigen? En zijn die Duitsers er werkelijk zo happig op? Staan ze nu alreeds te dringen en te douwen, met ongeduld wachtend op het ogenblik dat zij van louter vreugd victorie mogen roepen omdat hun permissie is gegeven op te trekken naar Hollands blanke duinen? Zijn ze vlak over de grens keurig opgesteld in rotten van tien ('die Fahne hoch, die Reihen fest geschlossen') tot zij het bevel krijgen om vol goede moed en nog betere bedoelingen naar de Dam te marcheren?

En waarom moeten ze uitgerekend bij ons te gast? Ze hebben indertijd bijkans heel Europa bezet, waarom gaan ze niet naar, pakweg, de voormalige Sovjet-Unie of ex-Joegoslavië? Daar valt tenminste nog wat te beleven. Begrijp me goed: 't zal mij een zorg zijn of er moffen komen of niet, ik word er niet koud of warm van. Maar laat ze dat in vredesnaam zelf uitzoeken, waarom moet het plechtig in groepsverband? Nu wil ik het daar verder in het geheel niet over hebben, op de keper beschouwd is het sop de kool niet waard. Nee, iets anders zit me dwars: de vraag waarom ik zo dol ben op horror. En de Duitsers hebben weliswaar voor enorme brokken onverteerbare horror gezorgd, breek me de bek niet open, maar die horror bedoel ik niet. Literaire horror, daar gaat het om en dat is het domein van de Angelsaksen. Want er mag dan in andere landen wel eens iets aardigs op dat gebied verschenen zijn, veel zoden zet het niet aan de dijk. En hier te lande kunnen ze van bloed al helemaal geen chocola maken.

Ik ga niet alles precies uitzoeken, maar ik denk dat ik er niet ver naast ben als ik zeg, dat de artistieke spokerij in Engeland begon. Ze wensten daar te griezelen en als je Freud en consorten erbij haalt, lijkt dat niet zo verwonderlijk. Van oudsher bezitten ze een streak of violence, denk maar aan hun vaak barbaarse strafrecht. Met moeite en pijn is de doodstraf afgeschaft, maar nog in deze eeuw werden stropers opgehangen en een paar honderd jaar geleden was het heel gewoon dat iemand die van honger een brood had gestolen, levend werd verbrand. Ga eens na hoeveel politieke gevangenen er in de loop der eeuwen in de Tower op meestal ingewikkelde en buitengemeen onaangename wijze zijn terechtgesteld en stel daartegenover het aantal vergelijkbare dooien hier te lande. We komen er zeer bekaaid af. Of zeer gunstig, net zoals je het neemt.

Daar komt bij, dat de Engelsen lijden onder de stiff upper lip, die een klem legt op hun gevoelens. Schreeuwen en gillen mag niet (al zou je dat aan de hooligans ook weer niet zeggen), beleefde reserve is geboden. Maar het opgekropte moet toch ergens heen, misschien hadden en hebben ze daarom niet genoeg aan de werkelijkheid, maar moeten ze in de beslotenheid van hun slaapvertrek zwelgen in door verwante geesten opgetekende macabere fantasieën. Het lijkt aardig, maar, om met de brave soldaat Schwejk te spreken: 'Melde gehorsamst, Jezus, Maria, het klopt niet'. Want de Amerikanen hebben hen van oudsher op dit punt naar de kroon gestoken, denk maar aan Edgar Allan Poe. En die Amerikanen bezitten ook een streak of violence, maar gereserveerd kun je ze niet noemen en een stiff upper lip hebben ze ook niet.

Nee, het is een manisch volkje, altijd bezig met de ellebogen en niet wars van luide kreten. Hun diepste gevoelens roepen ze het liefst van de daken. En daar zit ik nu mee:ik kan het verlangen naar horror niet verklaren. Noch uit enige volksaard, noch uit mijn eigen psyche. Want, hoe gek het ook klinkt, over echte martelingen kan ik niet lezen. Van Louis Paul Boon liggen hier nog ongelezen 'De Bende van Jan de Lichte' en 'Het Geuzenboek', uit angst voor het bloed. Ik waag het ook niet een boek over de heksenvervolgingen, die mij hogelijk interesseren, ook maar te openen omdat ik vrees voor vele slapeloze nachten. Terwijl griezelboeken over heksen geheel bovenaan mijn lijstje staan. Gevolgd door verhalen over exotische godsdiensten (voodoo bijvoorbeeld) terwijl ik helemaal niets geloof van bovennatuurlijke verschijnselen, buitenaarde wezens en abracadabra van allerhande soort, alternatieve geloven en geneeswijzen inbegrepen. Van vampiers hou ik niet, maar dat komt omdat ik ze vervelend vind. Ze zijn, net als mannen in het feministische panopticum, altijd uit op van dattum. Alleen de kleur verschilt.

Als ik mensen over mijn voorkeur vertel, scheiden zij meestal een glimlachje af, variërend van vertederd tot neerbuigend. Maar onlangs was er een vriendin die het er niet bij liet zitten. 'Je moet toch weten waarom je er zoveel van houdt', zei ze. 'Daar moet je toch wel eens over hebben nagedacht'. Dat heb ik ook, maar ik mag hangen als ik het weet. Ben ik, diep van binnen, een bloeddorstig wezen dat zich voorzien heeft van een voortreffelijke camouflage? Ik wil dat niet zonder meer uitsluiten, maar waarom heb ik dan zo'n afschuw van echte gruwelen? Waarom maak ik onmiddellijk rechts om keert als er in mijn nabijheid een ongeluk gebeurt? Waarom heb ik onder hevige hoofdpijnen geleden in de tijd dat ik veel boeken over concentratiekampen vertaalde en ben ik er mee opgehouden omdat ik er niet meer tegen kon? Lees ik die griezels om er in het geheim en in mijn vuistje om te kunnen lachen, daarmee de echte horror bezwerend? Waar waarom ben ik dan zo blij als ik iets vind dat zo griezelig is dat ik er niet om kan lachen?

'Heeft de oorlog ermee te maken?', vroeg mijn nieuwsgierige vriendin. Nee, absoluut niet, ook voor de oorlog bestond de drang al. Wel is er iets vreemds met die Tweede Wereldoorlog. Van enige jaren daarvoor tot een tiental jaren daarna was er vrijwel geen horror te krijgen. Ik heb wel eens gemeend, dat de echte gruwel zo groot was dat de literaire schaduw ervan niet getolereerd kon worden. Het lijkt aannemelijk, maar ook dat is niet waar, want tijdens en na de Vietnam-oorlog, die voor de Amerikanen minstens zo gruwelijk en bloederig was, gingen de griezelromans als Big Macs over de toonbank. Hoe ik me ook wend of keer en welke psychologische leer ik ook te hulp roep, ik kan geen verklaring vinden. En ik koester de verdenking dat anderen het ook niet kunnen. Want lees ik verhandelingen over horror, geleerde en minder geleerde, dan heb ik niet de minste moeite om de gaten in het net, de lacunes in de logica aan te wijzen. Iedereen wauwelt maar wat voort, dat gevoel heb ik. Mysteries, mysteries. Horror is een potje met pieren of een mand met krabben of een emmer met snot waarin palingen zwemmen. Zoek het maar uit. Ik geloof niet dat iemand ooit de aantrekkingskracht ervan bij de staart kan grijpen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden