Het oude Willemstad staat eindelijk op erfgoedlijst Unesco

WILLEMSTAD - De witste stranden vind je op Aruba, Bonaire heeft de mooiste koralen, maar geen Caribisch eiland kan bogen op zoveel fraaie historische architectuur als Curaçao. Het besluit om Willemstad een plaats te geven op de prestigieuze Werelderfgoedlijst van Unesco, is een bekroning van jarenlange actie voor het behoud van de oude stad.

Het fraaie geheel dat de 756 monumenten in het oude centrum vormen, de zogenaamde ensemble-waarde, heeft de doorslag gegeven bij de Unesco-commissie. Daarom staat op de lijst van beschermde monumenten (de helft van alle panden in de binnenstad) ook een aantal minder monumentale, maar wel fraaie en oude pandjes. Zij dragen immers bij aan het unieke karakter van oud-Willemstad. Een plekje op de sinds 1972 bestaande Werelderfgoedlijst plaatst Willemstad in het gezelschap van eerbiedwaardige cultuur- en natuurmonumenten als de Acropolis, koloniaal Havana en de Galapagos-eilanden. Vorig jaar werd de Stelling van Amsterdam eveneens op deze lijst van ruim 450 internationale locaties gezet.

De kern van Willemstads monumentale centrum wordt gevormd door de wijken Punda en Otrobanda, gelegen aan de Annabaai. Na de verovering van Curaçao in 1634 begonnen de Nederlanders met de bouw van Fort Amsterdam, tot op de dag van vandaag zetel van de (nu Antilliaanse) regering. Onder de bescherming van dit fort ontstond op de uitspringende punt tussen zee en Annabaai geleidelijk de ommuurde nederzetting Punda (punt). Aanvankelijk grepen de Hollanders bij de bouw van pakhuizen (met woonruimte op de verdiepingen) terug op de Nederlandse traditie. De eeuwig schijnende zon noopte tot aanpassingen en zo kregen de huizen in de 18e eeuw houten of bakstenen galerijen als zonwering. Om ruimte te creëren werden de galerijen later soms weer dichtgemaakt. Wat bleef is de Caribische toevoeging aan een Hollandse bouwstijl.

Een ander typisch Curaçaos element in de architectuur is de pleisterlaag. Daarmee werden de muren van grove koraalsteen geëgaliseerd waarmee de Hollanders bouwden. In het fijnere boogwerk verwerkten ze gele IJsselsteentjes die als ballast met de koopvaardijschepen uit Nederland meekwamen. De pastelkleuren waar Curaçao zo beroemd om is, zijn van later datum. In 1817 werd de kleur wit namelijk bij wet verboden, omdat de weerkaatsing van de zon op het wit slecht voor de ogen zou zijn. Okergeel, rozerood, blauw en later groen bepalen het stadsbeeld.

Aan de 'andere kant' (Otrobanda) van de Annabaai mocht aanvankelijk niet worden gebouwd, omdat de kanonnen op het fort vrij schootsveld moesten hebben. Pas vanaf 1707 kwam er toestemming voor de bouw van pakhuizen en woningen in Otrobanda. Een stadsplan heeft deze wijk nooit gekend, het is er nu een doolhof van steegjes, gangetjes en trappetjes.

Het gebied ten noorden en oosten van Punda kwam pas tot ontwikkeling toen in de tweede helft van de 19e eeuw rijke joodse kooplieden het krap bemeten Punda verlieten. In de wijken Pietermaai en Scharloo zetten zij statige en kolossale woonhuizen in neo-classicistische stijl neer. De open patio - met Dorische of Corintische zuilen - werd een nieuw, Spaans element in de Curaçaose architectuur.

Hoewel het oude Willemstad eeuwenlang onlusten, stormen en orkanen wist te weerstaan, bleek het niet bestand tegen de industrialisering en de vooruitgang. De verloedering zette in, toen de bewoners in de jaren veertig en vijftig naar moderne buitenwijken trokken.

Pogingen om het verval te keren liepen tot 1988 op niets uit. Toen werd het Interregional Committee Action Willemstad (ICAW) opgericht als uitvloeisel van een protocol van samenwerking tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en het eiland Curaçao. Doel is Willemstad op de Werelderfgoedlijst te krijgen. In de zomer van 1990 organiseerde het ICAW onder auspiciën van koningin Beatrix in het Koninklijk Paleis op de Dam de internationale tentoonstelling 'Willemstad Monumentenstad', die door 300 000 mensen werd bezocht.

Voor de uitvoering van een monumentenbeleid werden intussen op Curaçao diverse organisaties uit de grond gestampt. En wat daarvoor nooit was gelukt, gebeurde nu: in 1993 startte de uitvoering van het Monumentenplan Curaçao. In rap tempo werden panden aangewezen als beschermd monument en met ruime steun van Nederland (zeven miljoen gulden per jaar) konden talloze vervallen huizen in hun oude glorie worden hersteld.

De oprichting van de stichting 'Pro Monumento' in 1993 leidde tot een groter draagvlak voor het monumentenbeleid bij de bevolking. Deze particuliere stichting organiseerde al drie keer een open monumentendag, waar telkens zo'n 3000 mensen uit alle lagen van de bevolking op afkwamen. Niet alleen om een kijkje te nemen in fraai gerestaureerde huizen, ook tot 'cholhuis' (door dakloze junks gekraakt) gedegradeerde en tot op de draad versleten panden stonden op het programma. Het maakte de noodzaak tot herstel in ieder geval pijnlijk duidelijk.

Schrijnend was het gebrek aan belangstelling van de politici voor een ICAW-seminar in mei dit jaar. Ze hadden meer oog voor de Miss Universe-verkiezing dan voor de kale plekken in hun historische hoofdstad. Ze bleven massaal weg. De teleurstelling bij de organisatoren was groot, maar kon het optimisme over een gunstig besluit in Napels niet verdrijven. Achteraf terecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden