Het oude verhaal: Is Amos joods?

Marten Toonder vanuit Ierland: “Ik vind het werkelijk schokkend, ik schrik me rot dat er nu nog zo een reactie op 'De bovenbazen' komt. Toen het verhaal voor het eerst verscheen was het, herinner ik mij, toch vooral een discussie met dominees daarover. De beschuldiging is natuurlijk grote waanzin, ik zal nooit iets anti-semitisch publiceren. Het zijn ook geen joodse namen, het zijn bijbelse namen. Ik heb altijd veel werk gemaakt van de namen, die horen ook een klank te hebben die bij het figuur past. Als ik zo'n figuur Willem had genoemd, dan was het meteen heel iemand anders geweest. Je speelt in zo'n verhaal met die namen. Nahum is ook een anagram van human. Merkwaardig, die reactie, ik sta er werkelijk van te kijken.”

Wat is er aan de hand? In het verhaal 'De bovenbazen' dringt heer Bommel door een geringe aanwas van zijn kapitaal (nota bene een duit die hij van Tom Poes gewonnen heeft) opeens door tot de kleine kring der bovenbazen, een groepje kapitalisten dat de touwtjes van de wereldeconomie in handen houdt. De woordvoerder van dit cenakel magnaten is Amos W. Steinhacker, uiterlijk een kikker, innerlijk een doorgewinterde geldwolf. Door het gewone volk laat hij zich AWS noemen: 'Juist!', bevestigde AWS. 'Geef nooit geld weg. Zeg altijd, dat je zoveel verplichtingen hebt, dat er niets meer af kan. Werk slijtage in de hand, want dat bevordert de produktie. Bevorder de verveling; dat schept behoefte aan nieuwe dingen. Roei de natuur uit, want natuur is onze grootste vijand. Die vernieuwt zichzelf, voel je wel? En dat soort dingen meer...'

Geen twijfel mogelijk, in gecomprimeerde vorm spreekt hij hier de wetten van een gewetenloos kapitalisme uit. Zijn collega Nahum Grind is zo mogelijk nog erger. Vertoont Steinhacker zo nu en dan een zekere speelsheid, Grind is ook nog eens een ongenuanceerde doordouwer, die geen mens een kans wil geven. Andere genoemde bovenbazen zijn Basil Horrorkitsch (van de Verenigde Plastics), smeerselkeizer Leverrol, een zekere Odin Salamander en Benedictus G. Richel. Wat Grind voor een dier is, is niet duidelijk. Hij heeft wat van een aap met doorlopende wenkbrauwen, verder laten zich in de jetset onder meer duidelijk een salamander en een varken onderscheiden.

Het mogelijk antisemitische element zit 'm in principe uitsluitend in de namen. Amos W. Steinhacker, Nahum Grind en misschien ook Basil Horrorkitsch klìnken joods. Waarbij aangetekend moet worden dat niet alleen Horrorkitsch geen echt joodse naam is (er klinkt echter Horowitz in mee?); Steinhacker en Grind zijn het ook niet. Het is alleen de combinatie met de voornamen die de suggestie kan wekken. En ook hier weer, Amos en Nahum lijken eigenlijk meer namen voor gelovige Amerikanen dan dat het gebruikelijke joodse namen zijn. Het ligt dus voor een belangrijk deel aan het individuele gevoel voor de 'joodsheid' van een naam of men hier iets antisemitisch wil proeven. Ondubbelzinnige namen á la Brillenslijper of Augurkiesman zijn het zeker niet.

Wie eenmaal op de gedachte gekomen is vindt in de verdere karaktertrekken van de betreffende bovenbazen vanzelf wel meer voedsel voor vermoedens van antisemitisme, bijvoorbeeld in de typering van het groepje als superieur en afzijdig, neerkijkend op de gangbare maatschappij. De grootondernemers mogen zich in 'De bovenbazen' zeker aangesproken voelen. Maar het probleem met Toonders verhalen is dat er altijd typologieën in plaatsvinden. Grootgrut is dè kruidenier, de krentenweger bij uitstek, Sickbock dè verdorven geleerde, drs. Zielknijper dè zwatelende psycholoog. De verhalen bestaan bij de gratie van hun karikaturen. Ook obers kunnen zich opgemerkt weten. Zij verschijnen vaak in de Bommel-strips (ook in 'De bovenbazen'), als bovenmaatse, kleinschedelige en monosyllabische gorilla's. De vraag is of men in deze grappige en vaak diep-doordachte, maar niet boosaardig bedoelde wereld van prototypen niet vanzelf ook ooit op zoiets diepgewortelds als rassendiscriminatie en antisemitisme moet stuiten.

Waar het misschien op neerkomt is dat men als schrijver, om moeilijkheden te vermijden, maar liefst alle associaties met het joodse moet vermijden, aldus een geweldig veel groter taboe creërend. De grens tussen anti- en filosemitisme is nu eenmaal buitengewoon moeilijk te trekken. Als Léon de Winter aankondigt de rest van zijn schrijverschap aan zijn joodse achtergrond te wijden, claimt hij misschien wel een zelfde soort exclusiviteit als die waar antisemieten op uit zijn. En als Vestdijk (zoals Maarten 't Hart onlangs de schrijver/criticus Ben Stroman citeerde) de joodse karakters in zijn boeken steeds heel duidelijk 'joods' laat zijn, inclusief naamgeving, uiterlijk en mysterie, bedrijft hij wellicht ongewild ook een vorm van antisemitisme. Heeft Shakespeare iets antisemitisch vanwege Shylock?

Opvallend is overigens wel dat het vermeend 'joodse' element in de Duitse vertaling van 'De bovenbazen' lijkt geëlimineerd. In 'Die Oberdirektoren' (Edition Hans Erpf, 1989) heet de tycoon niet Amos maar August W. Steinhacker. Een Duitse lezer zal noch de voornaam noch de achternaam als typisch joods ervaren. Hetzelfde geldt voor Norbert Kies, de Duitse versie van Nahum Grind. Het zou natuurlijk interessant zijn te weten of aan deze naamsveranderingen inderdaad socioculturele c.q. politieke motieven ten grondslag liggen.

Amos W. Steinhacker blijft overigens een getrouwe aanwezigheid in de Bommel-strips, ook na 1955, het eerste jaar van zijn optreden. Zo zien we hem, samen met zijn onafscheidelijke secretaris Steenbreek, in 1971 nog even kapitalistisch terug in 'De ombrenger'. Maar in 1977 leest de speurder naar het antisemitisme rond de persoon van Amos W. Steinhacker (die overigens door Bommel eens Steenhakker en door Bulle Bas Stijnhakkers wordt genoemd) het volgende, wanneer secretaris Steenbreek zich bij burgemeester Dickerdack vervoegt:

'Prettig dat u me kunt ontvangen', sprak deze. 'Ik kom namens een groot consortium...'

'Maar natuurlijk', riep de magistraat uit. 'Ik ken u wel. Gaat u zitten. U bent toch van...'

'De naam doet er nu niet aan toe', zei de bezoeker, plaats nemend.

Het gevolg is duidelijk, zonder naam is AWS gewoon maar een ordinaire Croesus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden