Het oranjevirus slaapt en wacht op een spetterende wedstrijd

Nederland kleurt oranje, klinkt het dezer dagen. Inderdaad struikel je over Wuppies en Leeuwenhosen, maar zinderen wil het nog niet. „Als we zondagavond van Portugal winnen, kan het weer anders liggen.”

Toen Nederland op het EK 2004 in Portugal speelde, lag het ziekteverzuim op de dag na een wedstrijd tot 15 procent hoger. Op het WK nu blijft die oranjekoorts uit. Na de laatste wedstrijd tegen Argentinië was van extra verzuim nauwelijks sprake, volgens Arboned. De concurrerende arbodienst Maetis noteerde zelfs een daling van tien procent. Dat duidt erop dat mensen na het laatste fluitsignaal hun glas leegdrinken en naar bed gaan.

De oranjegekte lijkt te sluimeren, wachtend op een moment van echte glorie. Want alles wat dit land in 2004 nog een heksenketel maakte, lijkt nog te ontbreken. Geen moeizame plaatsing voor de achtste finales, geen rare wissels en geen commentatoren die oproepen tot het stenigen van de bondscoach. Maar ook geen volksfeesten of opstootjes in beruchte oranje-wijken.

„Het is allemaal een beetje vlakjes”, zegt Antonie van Schendel. Zijn bedrijf TBWA/Brand Experience Company is verantwoordelijk voor de Oranje-index, waarin de beleving rond het elftal wordt gemeten. „Onze analyse is dat veel mensen wél met het WK bezig zijn, maar dat de reuring uitblijft.” Met andere woorden: een goed presterend Nederlands elftal zonder echte controverses is gewoon een beetje saai.

Daarnaast lijken de fanatiekste supporters massaal naar de speelsteden in Duitsland af te reizen. Bij de laatste wedstrijd tegen Argentinië waren naar schatting 70.000 carnavalsvierders in Frankfurt, waarvan een groot deel genoegen nam met het kijken naar een tv-scherm. Het is een soort export van de ergste oranjegekte, onder het motto: ’Als je er maar bij bent’. De achterblijvers zien die gekkigheid op tv, maar navolging in eigen land krijgt het vooralsnog niet.

Hoewel commercie en media tot de tanden bewapend zijn, hangt de uitbraak van een serieus oranjevirus toch af van de prestaties van het elftal, zegt Van Schendel van de Oranje-index. „Als we zondagavond in een spetterende wedstrijd van Portugal winnen, kan het helemaal anders liggen. Dan is de kans groot dat die echte gekte toch uitbreekt.”

Voetbalhistoricus en Trouw-columnist Matty Verkamman weet niet of de beleving tijdens dit toernooi zoveel verschilt van voorgaande edities. „Ik zit hier in Zeeland het liefst alleen achter de tv. Dan kan ik het tenminste goed zien. Maar anderen kijken toch veel samen, in het café of in de sportkantine.”

Als de Nederlander al lauwtjes zou zijn, dan komt dat volgens Verkamman door het elftal. Dat is volgens de kenner ’vlees noch vis’. „Het is vloeken in de kerk, maar wat hebben we nou totnogtoe gezien van dit oranje? Het is niet echt een team waarvoor je warmloopt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden