Het Oranjegevoel, Hollands glorie? Echt bullshit

De kleur van Zwarte Piet, racisme en discriminatie op de arbeidsmarkt: ook dit jaar werd er volop over gediscussieerd. Verandert het ondertussen ook iets? Historicus en columnist Zihni Özdil is sceptisch. 'Discriminatie op basis van huidskleur is hier geen uitzondering maar regel.'

Wie is Zihni Özdil?

Geboren in 1981 in het Turkse Cappedocië. Hij komt als 2-jarige naar Nederland. Zijn grootvader kwam in de jaren zestig als gastarbeider naar Nederland.

Het gymnasium volgt hij in Rotterdam.

Hij studeert geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en studeert in 2009 af op een onderzoek naar de geschiedenis van de Amerikaanse identiteit.

Van 2008 tot 2010 is hij programmamaker bij debatcentrum De Unie in Rotterdam.

Zijn academische carrière begint hij als assistent van professor Henri Beunders. In 2010 wordt hij wetenschappelijk docent aan de Erasmus Universiteit. Sinds kort is hij verbonden aan het University College.

Sinds 2014 is hij vaste columnist bij NRC.

In 2015 verschijnt 'Nederland mijn vaderland' bij uitgeverij De Bezige Bij.

Hij rook het overal, dit jaar. Spruitjeslucht. "Laatst zei iemand tegen me dat ik mijn mond moest houden over de Nederlandse identiteit. Omdat er in 'mijn land' - kennelijk verstond hij daar Turkije onder - van alles mis is. Toen ik hem vroeg wat dat dan is, die Nederlandse identiteit, kwam hij aan met klompen en molens. Ik lieg niet. Alsof hij de toeristenfolder van de VVV citeerde. Soms denk ik: we zijn ook een achterlijk land."

Hij lacht. "Oh god, ik zie de boze e-mails alweer binnenstromen. Maak er maar 'reactionair' van. Dan klinkt het minder erg."

Zihni Özdil (1981), historicus, columnist en docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zit aan zijn eettafel en gooit een flinke scheut rum in zijn koffie. Cubaanse rum. Wil de verslaggever ook? Dat is zo zijn gewoonte, zo drinkt hij zijn koffie, niet te slap, stoot spraakwater erin, de dag kan beginnen. Ramen van vloer tot plafond doen zijn huiskamer baden in het licht. Het uitzicht weids. Woontorens, het bovenste puntje van de Erasmusbrug.

Dit najaar verscheen zijn boek 'Nederland mijn vaderland' - een verwijzing naar een facebookpagina waarvan de 170.000 leden zich vooral bezighouden met het schelden op 'allochtonen', schrijft hij. Ook hier ruikt hij die spruitjeslucht. "Het Oranjegevoel, Hollands glorie, dat is allemaal razend populair geworden. Echt bullshit. Máxima had gelijk toen ze zei dat dé Nederlander niet bestaat."

Al jaren wijst Özdil op wat hij noemt 'institutioneel racisme'. Discriminatie op basis van huidskleur is in Nederland geen uitzondering, stelt hij, maar regel. Oude reflexen, een lange geschiedenis van uitsluiting, ze werken volgens hem door in hoe de Nederlandse instituten in de praktijk functioneren. Individueel zijn veel Nederlanders misschien geen racist, toch worden minderheden structureel buitengesloten, waardoor de macht in witte handen blijft. Een voorbeeld? "Wist je dat etnische discriminatie op de arbeidsmarkt in heel West-Europa het ergst is in Nederland? Dat blijkt uit cijfers van Eurostat. Net zoals telkens weer wordt aangetoond hoezeer het ertoe doet welke naam je onder je sollicitatiebrief zet. En onze overheid? Die is te passief."

Neem die uitspraak van Rutte begin maart. Hét dieptepunt van 2015, als je het hem vraagt. "Discriminatie op de arbeidsmarkt - Rutte vond het erg, daar niet van. Maar hij kon er niks aan doen. De overheid kan er niks aan doen. Je moet je maar invechten. Hij zei het echt. Onze premier."

Snoeihard oordeelt hij in zijn boek over de Nederlandse omgang met 'allochtonen' - dat typisch Nederlandse woord, ooit gemunt door een keurige linkse sociologe. Onder het mom van 'integratie met behoud van eigen identiteit' is in Nederland decennialang een actief beleid van segregatie gevoerd, stelt hij. "Turken en Marokkanen moesten van ons gescheiden blijven, net als de katholieken vroeger. We subsidieerden de meest achterlijke moskeeën en fascistische clubs uit Turkije, om ze maar in hun hokje te houden."

Het multiculturalisme als ideologie mag dood zijn, de onderliggende houding is volgens Özdil nog springlevend. Het geloof in tolerantie, bijvoorbeeld, heeft de teloorgang van het multiculti-tijdperk glansrijk overleefd, terwijl onder dat woord volgens hem vaak exact dezelfde logica schuilgaat: door minderheden te tolereren, gelden ze niet als gelijken. Niet echt. Geef hem in plaats van de 'betutteling' van progressief Nederland, dat de exotische allochtoon belieft te gedogen, dan maar gewoon de veel plattere uitsluiting van de onderbuik. Dan weet je waar je aan toe bent. "In die zin ben ik blij met Wilders. Hij zaait geen haat, hij oogst die. Nu is tenminste duidelijk wat op het spel staat."

Sinds multiculti uit de mode raakte, is de trend: assimilatie. Ritsen, zoals ze dat in zijn stad Rotterdam zeggen. Dat pakt in de praktijk al even vaak uitsluitend uit, vindt Özdil: "Ik doe graag mee in de samenleving, als je dat onder ritsen verstaat. Maar te vaak bespeur ik er nu die mythe van een simpele, helder te definiëren 'Nederlandse identiteit' achter. Alsof we één cultuur hebben van Zuid-Limburg tot Wassenaar. Onzin. Wie van de grachtengordel naar Emmen verhuist, krijgt een culture shock."

Begrijp hem goed: hij ziet zichzelf als nationalist. "Ik wil de natiestaat niet afschaffen. Maar waarom kan ons 'verhaal' niet inclusief zijn, open? Eenheid in verschil, dat onze vlag dáárvoor staat? Er is nu vaak een heel beperkte kijk op ons land en op onze geschiedenis. Michiel de Ruyter is een held, maar de Antilliaanse rebellenleider Tula die tegen de slavernij vocht, die hoort niet bij de canon. Terwijl ík Tula zou willen vieren als een Nederlandse held. Dat is óók Hollands glorie!"

Maar wie in Nederland kent Tula? "Het is stuitend hoe weinig mensen weten van het verleden. 'In Nederland is het niet zo erg als in de Verenigde Staten', hoor ik iedereen roepen. Nee, agenten schieten hier geen zwarten neer. Maar we delen dezelfde geschiedenis, echt precies dezelfde. Alleen lynchten wij onze slaven niet op het Utrechtse Domplein, maar op suikerplantages in Suriname. Het was minder zichtbaar, dat is alles. Andere landen hebben de schaduwzijden van hun verleden onder ogen leren zien. Wij nog maar nauwelijks."

Gaat het op zijn minst niet een klein beetje de goede kant op? Door de antiracismebeweging bijvoorbeeld, die steeds luider van zich laat horen? Özdil is sceptisch. "Beroepsactivisten", smaalt hij. "Met militaire uniformen en vuisten in de lucht tegen Zwarte Piet demonstreren. Hallo, daar komen kínderen. Dan ben je gewoon een klootzak. Daarmee zorg je er alleen maar voor dat je de mensen van je vervreemdt. In mijn boek voorspel ik dat het allemaal zal uitlopen op een verzuilde Piet. Wit en alle kleuren van de regenboog in de Randstad, extra zwart in de provincie. Mark my words."

Oké, zelf houdt hij ook wel van provoceren. Noem hem gerust een activist - een neutrale wetenschapper bestaat in zijn optiek sowieso niet. Maar Özdil is niet iemand die op straat leuzen gaat scanderen. "Ik wil mensen bewust maken, maar dat doe je niet door je continu militant op te stellen. Aangiftes tegen Zwarte Piet, dat gebeurt dus hè. Dat is toch idioot? Net als die aangiftecampagne vorig jaar tegen Wilders. Een knieval vond ik dat, een dieptepunt in de moderne Nederlandse geschiedenis. Je bent niet bezig Henk en Ingrid te bereiken. Je zegt: Ik wil jou de gevangenis ingooien vanwege een mening."

En je moet ook niet doordraven. "Sommigen maken er een parodie van. Sunny Bergman had geen documentaire over Zwarte Piet mogen maken omdat ze wit is, hoor je dan. Kom op zeg, dan ben je zelf racistisch."

'Kankerturk'. Zo noemden ze hem. Hij vertelt over zijn Rotterdamse jeugd, in een arbeidersbuurt op Zuid, aan de andere kant van de Maas. Hoe zijn vader, die als jonge twintiger naar Nederland kwam en zijn studie in Turkije niet kon afmaken, via avondstudie onderwijzer wist te worden, hoe hijzelf als kind elke dag in de openbare bibliotheek met zijn neus in de boeken zat.

En hoe hij, elf jaar oud en fervent Feyenoordfan - wie was dat niet in zijn buurt - euforisch stond te juichen toen zijn club landskampioen werd. Hoe witte jongens uit de wijk op hem begonnen te schelden en hem de Kuip uit joegen. "Toen knapte er iets."

Sindsdien weet hij: omdat hij Özdil heet zal hij nooit als Nederlander gezien worden. Nooit helemaal. Dat blijkt op de meest onverwachte momenten. "Op 5 mei gaf ik in Rotterdam een lezing. Ik had het over 'onze soldaten' die voor onze vrijheid waren gestorven, dat ik trots op ze was. Riep iemand: 'Hebben Turken ook meegevochten dan?'"

In Nederland is het besef van wat burgerschap inhoudt te zwak ontwikkeld, meent Özdil. De rechten die daarbij horen, zijn niet vanzelfsprekend. "Ook als ik crimineel zou zijn, of als ik volkomen misluk in het leven, dan nóg ben ik Nederlander. En niet opeens weer de 'allochtoon'. Nu is het: één verkeerde beweging, en je blijkt er niet bij te horen.

Ferm: "Ik wil geen land dat mij gedoogt. Ik wil een land dat zegt: wat je ook doet, en of je nu Zihni heet of Henk, het maakt niet uit: je bent een van ons."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden