Het oosten van Groningen, een eeuw geleden en nu, is een wereld van verschil

Boer Mellema uit Beesterhoogen, 2017. Hij bekijkt de foto van zijn eigen huis uit de vorige eeuw. Hij herkent het niet meer als zijn eigen huis. Beeld Dirk Kome

Aanbellen bij wildvreemden, rondvragen in verzorgingshuizen: fotograaf Dirk Kome moest en zou de plekken terugvinden in Oost-Groningen die begin vorige eeuw waren vastgelegd door Tonnis Post, een fotograaf die zichzelf aan de Groningse armoede ontworstelde.

De bewoners van het verzorgingstehuis in Winschoten zullen vast raar hebben opgekeken, toen er een beginveertiger binnenstapte met een glimlach en de woorden: 'Hallo! Wonen hier nog oude mensen?' Het heerschap in kwestie is fotograaf Dirk Kome, die geïnspireerd was geraakt door werk van Tonnis Post (1870 - 1930). Post fotografeerde zo'n honderd jaar geleden het dagelijks leven in Oost-Groningen en in zijn voetsporen toog Kome anderhalf jaar lang elke maand noordwaarts, op zoek naar de plekken van de foto's, naar nazaten van de geportretteerden van weleer. Vorige week opende zijn expositie in het Fotomuseum in Den Haag. Komend najaar volgt een tentoonstelling in Bellingwolde, dat centraal staat in zijn foto's. In het bijbehorende boek valt de geschiedenis bij elke foto te lezen.

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Hilko Smid en zijn broertjes. Het gezin had het niet breed. Deze foto is gemaakt in een afdakwoning van de familie Meyering. Daar vond het gezin Smid onderdak, nadat de eigen woning door brand was verwoest. De Lethe, 1913. Beeld Dirk Kome

Tonnis Post was opdrachtfotograaf, vertelt Kome, in de tijd dat fotografie nog fonkelnieuw was. Hij werkte voor bedrijven, voor welgestelde particulieren, voor het waterschap, en legde in opdracht van een huisarts 'woontoestanden' vast. Kome: "In 1902 was de Woningwet in werking getreden, die een einde moest maken aan ongezonde woningen. Huisarts Pieter Bloemers Middendorp pleitte voor 'versche lucht en zonlicht' in woningen en schakelde Post in om te bewijzen dat het de bewoners daaraan ontbrak. Van 1913 tot 1916 fotografeerde hij bedsteden en plaggenhutten in Bellingwolde."

De tekst gaat verder onder de afbeeldingen.

Nieuwe ploegen voor de zaak van de gebroeders Kemper, Winschoten, circa 1911. Beeld Dirk Kome
Het voormalige terrein van de gebroeders Kemper, zoals het er nu uitziet in Winschoten, 2017. Beeld Dirk Kome

De foto's hebben een bijzondere historische waarde, zegt Kome, ook omdat ze over een langere periode zijn genomen. "Andere fotografen kwamen één dag en gingen weer weg, maar hij liep er jaren rond. Post zette mensen neer zonder oordeel. Plaggenhutbewoners kijken bij hem met gelijke trots als Groningers in grotere huizen. Je krijgt niet het gevoel dat hij neerkeek op de armen, maar ook niet dat hij opkeek tegen de welgestelden die hij óók fotografeerde. Mooi hoe hij iedereen hetzelfde behandelde."

Komt misschien, denkt Kome, door Posts eigen afkomst. Hij werd geboren in Loppersum, uit generaties van armoede, waaraan hij zichzelf wist te ontworstelen: hij ging naar kunstacademie Minerva en werd een van de bestbetaalde fotografen van Oost-Groningen.

Komes zoektocht begint bij historische verenigingen, archieven, musea, hij houdt fotodagen waar mensen hun verhalen kunnen komen delen, hun foto's laten zien. Nachten brengt hij achter de computer door, speurend in stambomen en rouwadvertenties. En hij drukt op de bonnefooi op bellen, overal worden dozen van zolder gehaald, mensen gebeld met wie hij beslist óók even moest gaan praten. Komt hij rond etenstijd, dan krijgt hij een bord voor zijn neus. En hij wandelt dus verzorgingstehuizen binnen. De plekken van Posts foto's fotografeert hij: toen en nu. Hij legt de nazaten van de door Post geportretteerden vast. Bovenaan zijn verlanglijstje prijkt iemand die zich Post zélf herinnert, en net als hij het heeft opgegeven is er dat whatsappje dat hem 'laat springen in de kamer'. Kort daarna zit hij aan tafel bij een 101-jarige vrouw die hem precies weet te vertellen hoe Posts studio eruitzag.

De tekst gaat verder onder de afbeeldingen.

Een boot met puin van de firma Kraaijeveld en Noordenne, circa 1910. De boot werd gebruikt voor het verdiepen en verbreden van de Westerwoldse Aa. Beeld Dirk Kome
Tarwe op het veld bij Ulsda, dat aan de Westerwoldse Aa ligt, 2017. Beeld Dirk Kome

Het was de tijd waarin een bakje magnesium je flitslicht was. "Dat stak je aan, dan liep je terug naar je camera, je draaide de lensdop eraf, vervolgens hoorde je een grote knal, en dat was het. Eén keer viel het bakje om, op de foto zie je een straal licht door de plaggenhut vallen. Met al dat stro, turf en de Winschoter Courant als behang is het een wonder dat de hele hut niet in de fik vloog."

Kome heeft iets met geschiedenis, zegt hij, met landschap, zo stortte hij zich eerder op een boerderij in Rockanje die al eeuwen in de familie is. Zijn beeld van Oost-Groningen kantelde volledig door het Tonnis-project. "Als je alleen de plaggenhutfoto's ziet, denk je dat het overal zo was. Maar er was ook een rijke middenstand, het gebied was booming, er waren fabrieken, volop ontwikkeling. Winschoten was procentueel de tweede joodse stad van het land, met een grote synagoge, handel, uitgaansleven, theater, muziek. Nu wordt Oost-Groningen vaak gezien als wat achtergebleven, maar honderd jaar geleden was dat totaal niet het geval."

De expositie in Den Haag is tot en met 9 september te zien. In oktober verhuist de tentoonstelling naar het Museum de Oude Wolden te Bellingwolde. Het bijbehorende boek: 'Fotografen van de vooruitgang', Uitgeverij Lecturis, € 29,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden