HET OOIBOS TERUG IN DE MILLINGERWAARD

Tot aan de rand van mijn laarzen sta ik in het water. De oevers van de kleiput zijn dicht begroeid met jonge schiet- en amandelwilgen, die met koninginnekruid, brandnetels, bosbraam en wolfspoot een ondoordringbaar schijnende wildernis vormen. Ergens tussen de wilgjes roept een waterhoen.

Het is geen kroos dat om mij heen drijft. Net onder de waterspiegel zweven donkergroene plantjes zonder stengel of blad, rozetjes van strookjes groen die zich steeds in tweeën splitsen. Watervorkjes worden die plantjes genoemd en het is een levermos. Een exotische, meer kluitachtig groeiende soort is bekend bij aquariumliefhebbers. Trouwens, in ons land komen wel vijf soorten voor. Hier in een kleiput bij Kekerdom is het de gewoonste, niet echt zeldzaam in matig voedselrijk, helder, stilstaand water.

In deze kleiput werden vorig jaar september drie beverfamilies uitgezet, in totaal twaalf dieren. Die uitzetting was bedoeld ter versterking van de al jaren eerder in ons land geïntroduceerde beverpopulatie van de Biesbosch, zodat de bever zich ooit langs alle grote rivieren in de toekomstige ooibossen zal gaan verspreiden.

Ik ben in de Millingerwaard, een belangrijk onderdeel van de Gelderse Poort. Die Gelderse Poort zijn de Gelderse heuvels, die de net in ons land aangekomen Rijn dwingen zich te splitsen in Waal, Nederrijn en IJssel. De Gelderse Poort is ook de naam van een grootscheeps natuurontwikkelingsproject, waarin het Wereld Natuur Fonds, Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, de Grontmij en de Provincie Gelderland samenwerken. Met dit project wil het Wereld Natuur Fonds tweeduizend vierkante kilometer voormalige landbouwgronden omvormen tot natuurlijker landschappen en de ooibossen terugbrengen in het stroomdal van Rijn en Waal. Jaarlijkse overstromingen zorgen voor klei op de uiterwaarden. Het bos dat op deze kleigronden thuishoort, was onder menselijke invloed vrijwel verdwenen. Je vindt het sinds een paar decennia weer in de Oostvaardersplassen, maar veel indrukwekkender langs nog onbeteugelde rivieren in het buitenland, zoals de Loire en haar zijrivieren. Zulke ooibossen bestaan uit wilgen en populieren, die bestand zijn tegen overstromingen. Op hogere plekken in de ooibossen staan eiken, essen en iepen.

Het jonge bos om de kleiput is een eerste begin van een ooibos. Een eindje verderop, aan de andere kant van het pad naar Kekerdom, is een zeker tien jaar ouder wilgenbos, nu al een echte wildernis, vol brandnetels, die meer dan manshoog zijn opgeschoten in de voedselrijke kleigrond. De rijzige bomen, wel een meter of vijftien hoog, met lichtgrijs, smal lancetvormig blad, zijn schietwilgen. Dat is de meest voorkomende wilgesoort, als aangeplante boom, als knotwilg en wild opschietend waar maar een vochtig terrein braak blijft liggen. De kleinere meerstammige wilgen met duidelijk breder blad zijn amandelwilgen. De amandelwilg wordt ook tweebastige wilg genoemd, omdat de gladde bruine schors in naar binnen omkrullende repen afbladdert. Er groeien nog wel meer wilgesoorten, maar die zijn minder gemakkelijk te herkennen.

In V-formatie vliegen ganzen over. Aan het gakkeren, dat net als van tamme ganzen klinkt, kun je al uit de verte horen dat het grauwe ganzen zijn. Broedvogels wellicht van de Oostvaardersplassen of de Lauwersmeer, misschien ook wel van nog noordelijker. De Millingerwaard is een belangrijk overwinteringsgebied voor wilde ganzen. Kol- en rietganzen arriveren wat later dan de grauwe, maar ze moeten ook van veel verder weg komen. Nova Zembla, de kusten van de Noordelijke IJszee.

Een paadje langs de rand van een lege maïsakker leidt tot niets: het komt uit in een ondoordringbaar bosje. Een haas schiet vlak voor mijn voeten weg de akker over. Hij heeft niets te duchten van de twee buizerds, die aan de rand van de akker elk op een paaltje zitten. Die komen hier op veldmuizen jagen.

Een torenvalk vliegt over, hort in de vlucht en begint te bidden. Ook hij loert de akker af naar veldmuizen. Door de kijker zie je de zon schijnen door zijn gespreide staart, zodat de fijne bruine dwarslijntjes in de veren en de donkere eindzoom te zien zijn. Het is een mannetje, met grijsblauwe kop. De donkere knevelstreep zegt niets over zijn sekse, want die heeft het vrouwtje ook.

De grote kleiput bij de al lang geleden stilgelegde steenfabriek Kalverland is nu een uitgestrekte plas met zacht glooiende zandige oevers, strandjes bijna. Afgebroken stukjes gekroesd fonteinkruid vormen een strandlijntje. Deze waterplant komt in de verse plas massaal voor, een geluk voor de binnenkort arriverende wilde zwanen, die zich graag voeden met de wortels en daarvoor de zandbodem al grondelende omwoelen. Behalve een fuut en een troepje kuifeenden zijn er nu alleen twee knobbelzwanen, die zachte knorgeluidjes maken.

Overal zijn tekenen van konijnen. Holen en plekken vol keuteltjes, zogenaamde wc's, de manier waarop een konijnenfamilie haar territorium markeert. Soms rent een konijn uit een wilgenbosje. Sporen van een vos in het natte zand van een strandje kruisen de fijne prenten van reeën, waarvan ik al eerder de zwarte jujubes op een wildpaadje vond. Molshopen hier en daar maken duidelijk dat de fluweelzwarte graver het gebied na de grote overstromingen van de laatste winter weer gekoloniseerd heeft.

De zwarte toorts, eigenlijk een soort van de kalkgraslanden, bloeit uitbundig geel met tal van stengels recht omhoog uit een massa sterk generfd blad. We zijn vlak bij de steenfabriek. Op de rivieroever staan de reuzenplanten van Japanse en Sachalinse duizendknoop, exoten die nogal eens zijn aangeplant op landgoederen, omdat ze op bamboe lijken. En hier, vlak bij de huizen aan de rivieroever, staan onmiskenbaar in het slik van een opgedroogd regenplasje de prenten van een steenmarter. De voetafdrukken lijken op die van de bunzing, maar zijn een stuk groter en tamelijk fors. Zoogdieren waarnemen beperkt zich overdag gewoonlijk tot het signaleren van hun aanwezigheid door wat ze hebben achtergelaten.

Een stekelig staketsel van grijze kruisdistels bedekt de oeverwal langs de Waal. Ver weg, in de rivierduintjes, grazen de koniks, de grijsbruine Poolse paardjes, die hier zijn ingezet als 'beheerders'. Door hun grazen, nu hier, dan daar, zorgen ze voor afwisseling in de vegetatie. Ze hebben hulp van de kleine Galloways, geharde zwarte runderen, die dichterbij grazen. Hun hoornloze koppen dragen pruiken van klisvruchten. De paarden en de runderen kunnen het jaar rond buiten blijven.

De oever van de Waal is het boeiendste stuk van de Millingerwaard, denk ik. Het is in elk geval het meest natuurlijke deel. De zandstranden langs de rivier zijn voortdurend in beweging. Bij harde wind vormen zich duintjes, maar die bereiken nooit het formaat van de vroegere rivierduinen, die zich konden meten met de duinen aan zee. Ze zijn afgesleten door langdurig agrarisch gebruik en vastgelegd door een kleed van planten, dat een dynamische ontwikkeling verhindert. Hier op de Waaloever staan nog oorspronkelijke wilde zwarte populieren, in deze eeuw heel zeldzaam geworden en nu overal waar aan de rivieren natuur wordt ontwikkeld massaal terugkerend. Zaailingen schieten op in de aanspoelselgordels op de rivierstranden en de bomen van de Millingerwaard zijn daarvoor een belangrijke zaadbron.

Stekelige bolsters aan stijve groene stengels met hoekig blad vlak bij de populieren op het Waalstrand zijn van de doornappel, een nachtschade als bitterzoet, tabak, tomaat en aardappel. Oorspronkelijk uit Noord-Amerika, hoewel lang is geloofd dat de plant uit Zuid-Rusland met de zigeuners naar onze streken was gekomen. Er zitten zwarte zaden in de vruchten, die met vier kleppen openspringen, als ze rijp zijn. Zeer vergiftig, maar gekweekt als geneesmiddel tegen astma.

Sporen van bevers heb ik niet gezien. Geen omgeknaagde bomen, laat staan beverdammen of -burchten. Volgens het Wereld Natuur Fonds is de Gelderse Poort groot genoeg om enige tientallen beverfamilies onderdak te kunnen bieden. Maar zo ver is het nog lang niet. Ik vroeg me af of de uitgezette dieren er nog wel zouden zitten.

En meer nog: zouden ze dit milieu overleven? Alle rotzooi die in de loop van deze eeuw via de Rijn in het stroomdal terecht is gekomen, is maar niet zomaar weg. De bodem zal nog vele jaren PCB's en PAK's naleveren, moeilijk afbreekbare gifstoffen die hun invloed op de natuur niet zullen missen. De gissingen hoe lang we er nog mee opgescheept zitten, variëren van tien jaar tot een eeuw. Maar het landschap ziet er op veel plaatsen al veelbelovend uit. Een kosmetisch uiterlijk?

Naar de Millingerwaard kom je gemakkelijk met openbaar vervoer. Van het station Nijmegen kun je met bus 80, 81 of 82 naar het dorpje Kekerdom aan de rand van de waard. Laat de auto thuis, want de Kekerdommers hebben erg veel overlast van langparkeerders en steken dat niet onder stoelen of banken.

NATUUR DEZE WEEK

In de buurt van heideplasjes bloeit nog een beetje dophei met roze tonnetjes in een trosje. De laatste struikhei kleurt nog lilapaars. Als het 's morgens mist, is de heide een sprookje door de vele zilverig beparelde webben van de hangmatspinnen. - In zandige bermen op de Veluwe en in het oosten van het land bloeien nog veel blauwe grasklokjes en gele havikskruiden. Bij Markelo zag ik nog volop bloeiende zwarte toortsen (die geen zwarte, maar gele bloemen hebben) en paars knoopkruid. Op onbebouwde terreinen, op spooremplacementen en in de duinen staan teunisbloemen, boerenwormkruid, peen en zandkool nog in volle bloei. - Het is een goed jaar voor vliegenzwammen. In sommige bossen en zelfs in stadsparken staan honderden van deze rode, wit gespikkelde paddestoelen onder de dennen en berken. - De nesten van de limonadewespen sterven uit. De werksters vliegen de huizen nog wel in en uit en bezoeken de nectarrijke bloemen van de klimop, maar ze zijn ten dode opgeschreven. De enige wespen die overleven, zijn de grote koninginnen. Alle kans dat je die nu in huis aantreft, waar ze proberen te overwinteren. - Ook voor de hommels luidt de bel. De dikke koninginnen overwinteren ingegraven in de grond. Ze zijn nu buiten nog te zien op de laatste bloeiende distels en tuinplanten, zoals de herfstasters. - De winter staat wel voor de deur, maar ik zag deze week toch nog een stel veldslakken in paring. - Het is druk in de bossen door allerlei doortrekkende vogels. Veel vinken en kepen strijken neer in beukenlanen, waar ze de maag vullen met stukgereden beukenootjes. Nog steeds passeren tjiftjaffen op weg naar het zuiden. Kramsvogels en koperwieken zijn nachttrekkers, die overdag pleisteren op plekken waar veel bessen en andere vlezige vruchten zijn. De eerste sijzen zijn aangekomen uit het noorden. De troepjes strijken ze druk kwebbelend neer in elzen en berken, waarvan ze het zaad eten. Mezen trekken in troepjes rond. Vaak sluiten zich goudhaantjes en boomkruipers aan bij de kool- en pimpelmezen. Familietjes staartmezen blijven nog een groot deel van de winter bij elkaar. Ze trekken door bossen, parken, plantsoenen en stadstuinen. - Op mooie dagen trekken veel veldleeuweriken door. Vaak zitten ze zo hoog dat je hun aanwezigheid alleen merkt aan hun trekroep 'tsjirrup. . .'

EN VERDER

De Knotgroep Uithoorn gaat vandaag van 9 tot 13.30 uur werken in het Zijdelmeergebied. Iedereen is welkom. Voor koffie, soep, gereedschap en werkhandschoenen wordt gezorgd. Mok of beker en lepel moet men zelf meebrengen. Begin en einde bij Zeilmakerij Burggraaf, Boterdijk 12. - IVN-activiteiten voor het publiek: vandaag paddestoelenexcursie van ongeveer twee uur in Deurne, om 13.30 uur van Boswachterij Zandbos aan de Helmondsingel; paddestoelenexcursie in de boswachterij Hardenberg, om 13.30 uur bij de blauwe route aan de Oldemeijerweg; morgen wandeling over de Strabrechtse Heide, om 13 uur van het IVN-gebouw aan de Kloosterstraat 14 in Helden; herfsttentonstelling in het Bosmuseum in het Amsterdamse Bos (bij theeschenkerij Meerzicht), met van 12 tot 16 uur knutselen voor kinderen met natuurprodukten, verf, klei enzovoort en om 13 uur een rondleiding door natuurgidsen; herfstwandeling door de bossen in het noorden van Arnhem, om 14 uur van eindpunt lijn 3 in Alteveer; woensdag paddestoelenexcursie in Nunspeet, om 13.30 uur van het VVV-kantoor op het Stationsplein. - Voor snelle beslissers tussen 12 en 25 jaar: in de herfstvakantie graven in het verleden van de aarde in Zuid-Limburg met een weekendkamp van de Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie. Er zijn mooie fossielen te vinden. Info Monique van der Zwaag, 030-2803518. - In het weekend van 4 en 5 november kun je natuurbeheerswerk doen in de eendenkooi van Waardenburg. Er zal waarschijnlijk worden overnacht in de windmolen. Contactadres: Erin Bakker, Rijnsteeg 8-4b, 6708 PP Wageningen, tel. 0317-420678. - Tot 31 december is in het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie op het landgoed Schothorst, Schothorsterlaan 21 in Amersfoort, de tentoonstelling 'Zwavelkoppen en slijmzwammen' te zien op werkdagen van 13.30 tot 17, op zondagen van 13 tot 17 uur. - Tot 14 januari is er nog een paddestoelententoosntelling, TKinderen der duisternis', in het Fries Natuurmuseum, Schoenmakersperk 2 in Leeuwarden, vol sprookjesachtige elementen en dus erg geschikt voor kinderen. Onder leiding van een paddestoelenkenner worden wandelingen gehouden in het Bos van Ypey van 24 tot en met 27 oktober en elke zaterdag in november om 14 uur. Dat kost f 7,50 en moet gereserveerd worden bij het museum, 058-2129085.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden