Het oog van Sonja

Het was de dag waarop op de voorpagina van De Telegraaf 28 portretten stonden van nieuwe leden van Wakker Nederland, omroep in aanbouw, 28 naamloze gezichten.

Het was twee dagen na de dag dat een peiling van Maurice de Hond van de PVV van Geert Wilders de grootste partij van het land maakte.

Het was drie dagen na een artikel van Gerard van Westerloo in deze krant, dat eindigde in een somber slotakkoord. „Ik vrees”, schreef hij, „dat er, als de crisis hardhandig toeslaat, steeds meer ontevredenen zullen komen die de gevestigde orde klote vinden en Wilders een puike kerel. En dat lijkt wél op de jaren dertig, toen de NSB de vergaarplaats werd voor de onvrede. Daar houd ik mijn hart voor vast.”

Met die oogst – de opkomst van Wakker Nederland, de opkomst van de PVV, de somberheid van een oud-redacteur van Vrij Nederland – stapte ik het Haagse Gemeentemuseum binnen, waar een overzicht hangt van het werk van de Duitse schilder Christian Schad.

Als we, mee somberend met Van Westerloo, aan de vooravond staan van een nieuwe ’jaren dertig’, dan bevinden we ons nu aan het eind van de jaren twintig. En in die periode, het eind van de jaren twintig, maakte Schad – in Berlijn – zijn belangrijkste werk.

Ik ging voor Sonja, geschilderd in 1928. Ze hing vooraan, in een ruimte met drie andere portretten uit dezelfde periode: twee portretten van Maika, die zijn geliefde was, en een ’Zelfportret met Model’.

Maar ik ging voor Sonja. Sonja hangt, sinds een paar jaar, ook als poster bij mij thuis. In een uitsnede althans, die alleen een helft van haar gezicht laat zien, maar die helft is dan weer sterk uitvergroot. Een eenogige Sonja. Maar dat ene, enorme oog volstaat, om de melancholie, de vermoeidheid, de zwaarte van een tijdperk uit te drukken. Want als geen ander, las ik in de inleidende tekst bij de tentoonstelling, wist Schad ’zowel de decadentie als het unheimliche van de ’Roaring Twenties’ te vangen.

Leven we in zo’n tijd?

Sonja, de jonge secretaresse, die Schad via een vriend had leren kennen, zit in een café, sigarettenpijpje in de hand, alleen aan een tafeltje. Zelfbewust zou ze zijn geweest, onafhankelijk. In 1933 week ze uit naar Engeland. Schad zelf verdween in de innere Emigration, hield zich koest.

Ik keek naar dat gezicht. En naar die andere gezichten, die in De Telegraaf. De meesten waren wat ouder en lachten, ze leken me tevreden met hun leven, met wat ze bereikt hadden. Wel wilden ze – in Hilversum – een ander geluid. ’Een beschaafde, niet-linkse omroep’ wilden ze, met veel nationaal nieuws. En niet-links, zo mailde iemand, is niet hetzelfde als rechts.

Ik weet niet of die gezichten ook het electoraat van Wilders vertegenwoordigen. Ik puzzelde over het woord ’beschaafd’. Nederland moest wakker zijn én beschaafd.

Het leek wel of Sonja voorvoelde dat die beschaving van toen zou gaan verdwijnen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden