Het ontdooide lijden

In Berlijn wordt vandaag een overeenkomst ondertekend die schadevergoeding regelt voor oud-dwangarbeiders en slachtoffers van de concentratiekampen. Centraal-Europa rekent in de rechtszaal af met de erfenis van de tweede wereldoorlog. Maar tegelijkertijd is de verhouding tussen Polen en Duitsland nog niet zo slecht geweest sinds de val van de Berlijnse muur.

In West-Europa hebben de Europese integratie, het succes van de Bondsrepubliek en de 'Wiedergutmachung', het verleden beetje bij beetje begraven. In Oost-Europa werd de geschiedenis in 1945 ingevroren. Stalin borg 'zijn' volkeren op in socialistische blokstaten en hun geschiedenis in de officiële propaganda. Joden waren er 'gewoon' niet meer, nieuwe grenzen bleken duizend jaar oud te zijn en Duitsers waren er, anders dan als agressor, nooit geweest. Na de val van het communisme ontdooide de geschiedenis en kwam het leed weer bovendrijven.

Dat leed is in Polen groot. ,,Eenderde deel van de dwangarbeiders van het Derde Rijk kwam uit Polen, maar we hebben slechts een half procent gekregen van de 120 miljard mark die Duitsland aan individuele slachtoffers heeft uitbetaald.'' Jacek Turczynski is directeur van de stichting voor Pools-Duitse verzoening, die dat halve procentje mag verdelen over de ongeveer 500 000 nog levende slachtoffers. Echte schadevergoeding is het niet. In het Duits-Poolse verdrag uit 1991 staat het te boek als geld voor 'humanitaire' doelen. ,,Dat is 1 350 zloty, ongeveer 600 mark, per slachtoffer.''

,,Wie als dwangarbeider 'O' (Ost) of 'P' (Polnisch) op zijn of haar gevangenisplunje had staan, had het aanzienlijk zwaarder dan zijn lotgenoot uit West-Europa.'' En ook na de oorlog had hij pech. Turczynski geeft het voorbeeld van twee gevangenen. ,,Ze zaten in hetzelfde kamp, in dezelfde barak en sliepen naast elkaar. Maar de een kwam na de oorlog in Frankrijk en kreeg een uitkering en een maandelijkse toelage. De ander, die in Polen woonde, heeft nooit iets gehad.'' De conclusie is duidelijk: ,,Polen is dubbel getroffen door de tweede wereldoorlog.''

De 10 miljard mark die nu in Berlijn is afgesproken is volgens Turczynski 'puur symbolisch'. De Duitse industrie heeft volgens Duitse berekeningen tijdens de oorlog omgerekend 180 miljard mark verdiend aan zijn slaven. Poolse berekeningen komen op 10 miljard Reichsmark aan niet uitbetaald loon voor alleen de Poolse dwangarbeiders, hetgeen zou neerkomen op 45 miljard mark nu. ,,De zes miljard die de firma's nu bijdragen is een lachertje'', aldus Turczynski, die de grote namen zonder haperen opdreunt: Siemens, Bosch, Volkswagen, Daimler-Benz, Deutsche Bank, Bayer, Lufthansa, Porsche, Hugo Boss...

Verzoeken van individuele oud-dwangarbeiders aan Duitse concerns om schadevergoeding, werden decennia lang weggewimpeld. Totdat in 1995 een Amerikaanse oud-dwangarbeider van Tsjechische afkomst via de rechtbank een hoge schadevergoeding wist af te dwingen.

Het proces van Holocaustslachtoffers tegen de Zwitserse banken bracht de zaak in een stroomversnelling. Onder dreiging van torenhoge eisen tot schadevergoeding en een boycot van Duitse producten in de VS, kwam de nieuwe aangetreden regering-Schröder met het voorstel de zaak voor eens en altijd te regelen. Aanvankelijk praatte Duitsland alleen met de VS en Israël. Pas nadat in januari 1998, Polen in de Amerikaanse staat New Jersey Duitse concerns aanklaagden en Warschau een diplomatiek offensief begon, nodigden de Amerikanen ook de Oost-Europeanen uit.

De schadevergoeding voor de dwangarbeiders is niet de enige erfenis van de tweede wereldoorlog die de gemoederen bezig houdt. Polen heeft in tegenstelling tot Tsjechië, nog altijd de communistische onteigeningen van na de oorlog niet ongedaan gemaakt. Ook hier zorgden claims bij een Amerikaanse rechtbank voor de doorbraak. Elf Amerikaanse joden van Poolse afkomst klaagden de Poolse staat aan. De klacht werd niet ontvankelijk verklaard, maar maakte in Polen veel emoties los, vanwege de fel anti-Poolse toon waarin het geschrift was gesteld. De Poolse regering voelde zich genoodzaakt snel met een zogeheten reprivatiseringswet te komen, uit angst voor een regen van claims.

,,Laten we zeggen zo'n zesduizend schadeclaims. Daarvan is naar schatting 20 procent afkomstig van joden.'' Piotr Rytka-Zandberg - een dertiger met keppeltje - schetst op de bovenste verdieping van de Warschause synagoge, in ratelend, juridisch Pools, de omvang van de problematiek. Hijzelf houdt zich namens de joodse gemeentes in Polen bezig met de restitutie van joodse gemeenschapsgebouwen.

Reprivatisering is volgens hem een ,,erg delicaat probleem'', omdat het kan leiden tot het vaak gehoorde commentaar dat joden weer beter behandeld worden. Hij legt het verband met de overeenkomst in Berlijn. ,,Onder Poolse slachtoffers van de concentratiekampen bestaat een soort afgunst. De hele wereld heeft gehoord van het joodse lijden, maar vrijwel niemand kent de helden van de Poolse ondergrondse.'' Berlijn komt volgens hem te laat. ,,Ik ken zelf negen gettoslachtoffers die niet meer zullen leven tegen de tijd dat die schadevergoeding wordt uitgekeerd.''

Volgens Rytka staan de Amerikaanse joden in hun recht als ze hun vooroorlogse bezit terugeisen, maar kiezen ze niet de juiste weg. ,,Als ik een ding heb geleerd, dan is het dat je met onderhandelen veel verder komt. Die processen roepen emoties en afkeer op. Daar hebben we al genoeg van.'' De Amerikaans-joodse claims zijn ,,geen verbetering'' van de Pools-joodse relaties in Polen zelf, maar tot zijn tevredenheid stelt hij vast dat er steeds meer ,,verstandigen'' zijn. Vooral in kleinere stadjes krijgen joodse erfgenamen hun bezit vrij gemakkelijk terug.

Zijn betoog wordt regelmatig onderbroken door telefoontjes uit plaatsen waar hij teruggaves regelt. Het voorstel van de Poolse regering het onroerend goed terug te geven en daar waar dat niet mogelijk is 50 procent van de waarde uit te keren, is volgens Rytka redelijk. ,,Wij hebben als Polen niet het geld om de schuld van de oorlog en het communisme af te betalen. Polen is de oorlog niet begonnen. Polen was het slachtoffer en heeft zich heldhaftig gedragen.''

Het is voor het slachtoffer moeilijk te accepteren dat de geschiedenis niet zwart-wit is. Een zwarte bladzijde in de Poolse en Tsjechische geschiedenis is de verdrijving van miljoenen Duitsers na de oorlog. Het oostelijke deel van Duitsland - drie keer zo groot als Nederland - dat Stalin aan Polen vastplakte, werd na de oorlog etnisch gezuiverd. Hetzelfde gebeurde in Tsjechoslowakije waar voor de oorlog Sudetenduitsers de op een na grootste bevolkingsgroep vormden. De miljoenen Duitsers uit deze gebieden eisen sindsdien recht op terugkeer en vormen een sterke politieke lobby binnen de CDU-CSU. ,,Als elf joden zo'n heftige reactie teweegbrengen, kun je nagaan wat er gebeurt als elfhonderd verdreven Duitsers hun recht gaan claimen'', zegt Roland Freudenstein. Hij is al jaren directeur van het Warschause filiaal van de aan het CDU verbonden Konrad Adenauer Stichting.

De verhouding tussen Polen en Duitsland is volgens hem nog niet zo slecht geweest sinds de val van de Berlijnse muur. De directe aanleiding was een resolutie van de Duitse Bondsdag over de positie van de verdreven Duitsers. ,,27 Mei 1998''. Freudenstein hoeft geen seconde na te denken over de gewraakte datum. De resolutie bevatte niets nieuws, maar maakte gewag van ,,nog open bilaterale vragen''. Een storm van protest in Polen was het gevolg. De Duitsers zouden de Poolse westgrens opnieuw in twijfel trekken.

De Vertriebene hebben de herziening van de grens niet meer nodig. Ze hebben een nieuw dwangmiddel ontdekt: de Europese Unie. Zowel Tsjechië als Polen hopen binnen enkele jaren lid te worden van de EU en moeten dus het recht op vrij personenverkeer en vrije vestiging overnemen. Dat betekent dat niemand straks een Duitser kan verbieden terug te keren naar zijn vroegere 'Heimat'. In Tsjechië en Polen doen de regeringen er alles aan om de bevolking gerust te stellen. Vorig jaar ontvingen gemeentes in het noorden en westen van Polen brieven van verdreven Duitsers die hun huizen en grond terugeisten. Prompt kwam er een voorstel op tafel om de erfpacht in de 'herwonnen gebieden' om te zetten in eigendom. Duitsers zijn zowel in Tsjechië als in Polen uitgesloten van reprivatisering.

Tsjechië kan zich daarbij echter niet beroepen op staatsburgerschap, want de Sudetenduitsers waren Tsjechoslowaakse staatsburgers en werden gedeporteerd op grond van decreten vernoemd naar de Tsjechoslowaakse president Edvard Benes. ,,Bovendien was de verhouding tussen Duitsers en Tsjechen binnen Tsjechoslowakije veel slechter dan die tussen Polen en Duitsers in Polen'', aldus Freudenstein die zelf van Sudetenduitse afkomst is. Hij vreest dat in Polen net als in Tsjechië het anti-Duits deel gaat uitmaken van de nationale identiteit, een verschijnsel dat ook in Nederland niet onbekend is. Een 'Hollandisering' van Polen dus.

Een vrees die waarheid wordt als het ligt aan Erika Steinbach, de nieuwe, in 1943 geboren, voorzitter van het Bundesverband der Vertriebenen (BdV). Het BdV zal er alles aan doen om Polen en vooral Tsjechië buiten de EU te houden als de eisen van de verdreven Duitsers niet worden ingewilligd en kan daarbij rekenen op de steun veel CDU en CSU-politici. Steinbach eist een officieel excuus, teruggave van goederen en recht op terugkeer. Ze verwijst naar het goede voorbeeld van Hongarije en Estland, maar vergeet daarbij te vermelden dat die landen tijdens de oorlog bondgenoten van de Duitsers waren. ,,We eisen geen een-op-een schadevergoeding, maar er is nog land genoeg dat in staatshanden is'', aldus Steinbach in de Poolse pers.

Dat laatste vindt ook Andrzej Korzeniowski, de Poolse tegenhanger van Steinbach. Hij vertegenwoordigt naar eigen zeggen meer de Polen die uit Oost-Polen werden gedeporteerd, toen dit gebied na de oorlog door de Sovjet-Unie werd geannexeerd. Ook zij eisen teruggave van hun bezit en kloppen daarvoor aan bij de Poolse regering.

Polen ruilde in de jaren vijftig onder Stalins regie de aanspraken van gedeporteerde Polen voor die van Oekraïners en Wit-Russen die Polen na de oorlog moesten verlaten. Dat Polen daar flink op moest toeleggen, omdat Moskou ook de transportkosten van de deportatie daarbij in rekening bracht, doet daar voor Korzenowski niets aan af. De reprivatiseringswet van de Poolse regering deugt wat hem betreft niet. In plaats van de 50 procent van de waarde van het verloren bezit wil hij het volle pond. En wat als hij dat niet krijgt? ,,Dan gaan we procederen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden