Het ongemak van vrijheid

’Alle ongemakken van de vrijheid vormen een leerschool om in vrijheid te leven’, betoogde Nausicaa Marbe gisteren in de Abel Herzberglezing. Hieronder enkele fragmenten. De hele tekst staat op www.trouw.nl/marbe.

’De mensheid wint er meer bij als zij iedereen laat leven zoals het hemzelf goeddunkt dan als zij iedereen dwingt om te leven zoals anderen dat goed vinden.’

Het citaat is van de 19de-eeuwse filosoof John Stuart Mill van wie 1859 On Liberty verscheen. Over vrijheid. Een brandend actueel essay over vrijheid, in het bijzonder die van meningsuiting. Het boek viert dit jaar zijn 150ste verjaardag. In 2009 is het ook bijna 65 jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam. En twintig jaar na de val van de Berlijnse Muur. Voldoende reden om stil te staan bij wat het vrijheidsbegrip en de vrijheidsbeleving vandaag betekenen, in de 21ste eeuw, na 11 september, in Nederland, waar een verhit en vaak diffuus debat plaatsvindt over de grenzen van vrijheid.

De aanslag op de Twin Towers was er een van godsdienstfanatici op de vrijheid van het Westen. Nu stierven mensen niet voor, maar vanwege hun vrijheid. Vrijheid kon een doodvonnis zijn.

Nog geen tien jaar later wordt vrijheid breed en agressief bevraagd. Soldaten zijn nog bereid in een ver Uruzgan te sneuvelen, maar als het op de vrijheid thuis aankomt, durft de museumdirecteur geen foto aan de muur te hangen waarop een masker van Mohammed staat afgebeeld. Zo ver zijn we afgezakt, zo soeverein trekt een verinnerlijkte Osama bin Laden mee aan de touwtjes van ons beoordelingsvermogen.

Dat westerse wereldburgers gelijk zouden kunnen hebben in de verdediging van hun democratie die ruimte biedt aan alle mogelijke interpretaties van goed en kwaad, is niet vanzelfsprekend meer. Ergens heeft het idee postgevat dat er een fundamenteel recht op onvrijheid, wangedrag en geweld bestaat voor boze moslims wereldwijd. Het ongemak van de vrijheid, laten we er niet omheen draaien, is ook een ongemak tegenover de islam, opgevat als een soort zwaartekracht waar je niet aan ontkomt.

Maar het ongemak van de vrijheid vloeit ook voort uit de botsing van religieuze en seculiere waarden. Als religie niet meer haar plaats kent in de privésfeer, als ze in de publieke sfeer niet enkel als inspiratiebron, maar als ultieme instantie, parallelle gezagsorde, censor en curator van het dagelijks leven optreedt, dan verliest vrijheid terrein.

Dan praat men niet meer over vrijheid zonder de begeleidende beschuldiging van misbruik, belediging, blasfemie. Als dogma’s meedingen, wordt vrijheid achtervolgd door schuldeisers als cultuurverschillen, religie, taboes, afgedwongen respect. Ineens is ze mikpunt van multiculturele misverstanden, kop van jut van moraalridders, strijdkreet van populisten, icoon van ’verlichtingsfundamentalisten’. Haar grenzeloosheid zou anderen pijn doen, haar morele kompas zou op tilt zijn geslagen en o gruwel, ze vertikt het om divers en multicultureel te zijn, ze is van de een meer dan van de ander, ze spot met oude en nieuwe heilige huisjes, buigt niet voor god en zeker niet naar Mekka.

Dat we het überhaupt over vrijheid moeten hebben, komt door het geweld dat haar wordt aangedaan. Als er de afgelopen tien jaar iets ingrijpend op de maatschappij heeft ingehakt, haar veranderd en verdeeld heeft, dan zijn dat de doodstraffen afgekondigd in de parallelle rechtsorde van sharia-adepten.

Onwelwillende uitlatingen over moslims en hun profeet, afvalligheid, het zogenaamde gebrek aan respect voor geloof, werden plots met doodsbedreigingen gepareerd. En zelfs met een executie.

Dat was de omslag. Daarom breken we ons nu het hoofd over wat wel en wat niet gezegd mag worden. Niet uit beschaving, niet uit fatsoen. We houden ons in, ook daar waar het niet nodig is, uit lijfsbehoud. Zelfcensuur uit ordinaire doodsangst.

Onder de terreur van anonieme fatwa-uitsprekers die niet opgepakt kunnen worden, ontstaat een angstige tunnelvisie op vrijheid. Die behelst het misverstand dat godsdiensten een speciale behandeling behoeven, ze dienen ontzien van harde oordelen en felle kritiek, want zulke uitlatingen zouden een aanval zijn op elk lid van de geloofsgemeenschap.

Kom niet aan mijn godsdienst, want dan kom je aan mij.

We zitten er ongemakkelijk bij, want dit is geen kwestie meer van bescherming van gelovigen, maar onrecht dat ontsporen kan in onrechtvaardige wetgeving.

Zoals in Nederland, waar het ongemak van beledigde gelovigen inmiddels juridisch zwaarder weegt dan de vrijheid van meningsuiting. Zo verhuisde minister Hirsch Ballin vorig jaar het verbod op godslastering van artikel 147 naar artikel 137 van het Wetboek van Strafrecht met als gevolg een uitbreiding van het antidiscriminatie-artikel met extreme religiekritiek.

Maar wat is extreem? En mag het met mate? En wat als de werkelijkheid die extreme kritiek noodzakelijk maakt? In het geval van steniging bijvoorbeeld of toen Balkenende zei zich niet te kunnen voorstellen hoe ongelovigen kunnen functioneren. Om het eens in zijn bewoordingen te stellen, als hij de islamkritiek hekelt: wie zet hier groepen apart en waarom?

Er is dus een verbod op beledigingen van ’een groep mensen’, waar de premier zich niet aan hoeft te houden. En indirect beledigen mag ook niet van Hirsch Ballins nieuwe wetsbepaling.

Het hellend vlak is flink ingezeept, de valpartijen kunnen beginnen. Het absurde hiervan is dat religie gedegradeerd wordt tot een mijnenveld waarin elke faux pas van de ongelovige bestraft wordt.

Want wat hier een activering van bestaande rechten lijkt, is gebedel om gunsten. Ik kom niet naar de tv-studio want daar wordt wijn ingeschonken en dat schendt mijn recht als niet drinkende. Ik sta niet op voor de rechter want mijn geloof erkent hem niet. Mij wordt onrecht gedaan en de maatschappij moet dat goed maken door zich aan me aan te passen. Wie zo begint, eindigt bij de totale claim om zich met moraal, opvoeding, gedrag en levensinrichting van anderen te mogen bemoeien. Om de eigen maatstaven als norm en zelfs wet te willen stellen. Zo wordt de neutrale ruimte in de maatschappij ontkend, waarin iedereen zichzelf mag zijn zolang hij de rechten van anderen respecteert.

Wetgevers die van de speciale rechten die groepen opeisen levende wetsletter maken zijn, oneerbiedig uitgedrukt, van lotje getikt. Zij zadelen burgers die zich vrij achten met een enorm ongemak op. Terwijl ze denken met een privilege hier en daar de boel rustig bij elkaar te houden, scheppen ze een klimaat van ongelijkheid waarin wrok en verdeeldheid de overhand krijgen.

Als zo’n wind waait, betekent vrijheid niets anders meer dan het recht elkaar te vertellen dat je je bek moet houden of anders moet oprotten. Dat wordt op eieren lopen in angst voor de ander. De vrijheid wordt defensief. De eigen vrijheid is nog te genieten, die van de ander is eng.

Ook ik moest leren hoe om te gaan met zoveel vrijheden en verschillen. Ik denk daarbij ook aan grote groepen migranten die uit dictaturen of maatschappijen komen vol knellende dogma’s en dwingende religies, die groepsdenken en zelfs groepsdwang als houvast hanteren in hun nieuwe wereld. Die alle vrijheden als dermate bedreigend ondervonden dat ze zich nog fanatieker vastklampten aan wat ze kenden. Hoe te leven in zo’n als onveilig ervaren wereld?

Alle ongemakken van de vrijheid vormen een leerschool om in vrijheid te leven. Het komt erop aan naar alle verhalen te luisteren. De maat is nooit vol in het publieke debat dat permanent hunkert naar verversing. Waarbij vermeld moet dat er geen plicht bestaat voor een burger al deze informatie tot zich te nemen evenmin als er een recht bestaat ervan gevrijwaard te worden. Ook dit is een ongemak van de vrijheid: dat ze ons met de neus drukt op de eigen kracht onszelf tegen ongewenste opinies te beschermen. En op de plicht anderen te helpen dat ook te doen.

In een vrij land mogen het debat noch zijn stemmen gesmoord worden. Ze blijven de polsslag van de democratie. Wel is er een grens aan gratuite provocaties, scheldkanonnades, hetzes en bewust afgeschoten beledigingen. Die grens is voelbaar in de discussie en kan in uiterste gevallen ook worden aangegeven door de rechter. Maar nergens valt met absolute zekerheid een rode lijn te trekken.

De les van Mill is dat alle afwijkende, onwaar of zelfs onwenselijk geachte meningen eerst onderzocht moeten worden voordat ze verworpen worden. Want stel dat ze waar zijn, dan hebben we daaruit te leren, ook over onze vermeende onfeilbaarheid. En als ze slechts een kern van waarheid bevatten, dan kunnen ze in combinatie met andere meningen alsnog de hele waarheid vertellen. Zijn ze onwaar, dan hebben ze de juistheid van onze mening bevestigd, maar niet zonder revisie van argumenten. Je eigen mening blijven analyseren en aanpassen, nooit in dogma’s vervallen – dit is de kern van Mills individuele ontplooiingsvrijheid.

Zelf vind ik dat alles gezegd en geschreven mag worden, tenzij het direct aanzet en oproept tot geweld of tot concreet aantoonbare discriminatie die de grondrechten van individuen schendt. Dan spreekt de wet. De vraag of iets op een bepaald moment moreel toelaatbaar is, blijft.

Er is nog volop vrijheid in Nederland, maar de rechtstaat toont sleetse plekken. Soms verzuimt hij de meest dwarse, eenzame, kwetsbare stemmen die door geen groep worden beschermd, veiligheid te bieden. Als dat gebeurt, wordt niet alleen de individuele vrijheid van de betrokkenen aangetast, maar ook de algehele vrijheidsgarantie waaronder we in dit deel van de wereld nog steeds denken te leven. Een rechtstaat verliest aan kracht als de angst voor de werkelijkheid hem te machtig wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden