Het onbekende Joodse verleden van Mauritius

Voor de Tweede Wereldoorlog woonde er maar één Jood op Mauritius. Daar kwam verandering in toen de Britten in 1940 bijna 1600 Joodse illegale immigranten uit Palestina naar het suikereiland deporteerden.

Het Amicale Maurice Israel Center, zeg maar het gebouw van het Vriendengenootschap Mauritius-Israël, staat op een ruim terrein in Curepipe, de tweede stad van Mauritius. Binnen domineren blauw-witte Israëlische vlaggen. Een simpele expositie toont feiten en foto’s van de vredesakkoorden van Camp David en Oslo, en toeristische beelden van het Beloofde Land.

In een hoek staan stapels klapstoeltjes. Uiteraard ontbreekt de koperen plaquette niet met ’in dankbare erkenning’ de namen van gulle gevers die dit gebouw mogelijk maakten.

Beheerder is Soopaya Curpen (64), ondanks zijn leeftijd beter bekend als ’Baby’. Hij is telg uit de Aziatische meerderheid van het land. Hoewel niet Joods, beheerst hij zowel bijbels Hebreeuws als Ivriet. Ooit studeerde hij in Israël. Zijn beurs had hij te danken aan een vrij onbekend deel van de geschiedenis van de Holocaust.

Baby Curpen kan zich nog opwinden. „De Britten stuurden in 1940 een groep van 1587 Joodse vluchtelingen naar Mauritius. Het waren opvarenden van de schepen Atlantic en Patria, meest afkomstig uit Berlijn, Praag, Wenen, Dantzig. Nota bene op het laatste nippertje aan de nazi’s ontkomen.”

„Terugsturen, zoals destijds wel gebeurde met de wereldberoemd geworden Exodus, was met deze onzeewaardig geworden schepen volstrekt ondenkbaar”, memoreert Curpen. „Om vanuit Cyprus de haven van Haifa te halen, verstookten de veelal stateloze vluchtelingen het complete interieur van hun schepen. De Britten zagen dit als sabotage en wilden hen niet toelaten tot hun mandaatgebied Palestina.”

Het Britse ministerie van oorlogstransport charterde de Johan de Witt van de Stoomvaartmaatschappij Nederland en de Nieuw-Zeeland van de Koninklijke Pakketvaartmaatschappij voor het vervoer van de gevangenen. „Zo verdiende Nederland er ook wat aan.”

Het waren heuse gevangenen. Baby Curpen: „Mannen waren aanvankelijk gescheiden van vrouwen en kinderen, er gold een strak regime. Uiteindelijk besloot Sir Winston Churchill in 1942 zelf – hij had immers een Joodse moeder – dat mannen weer bij vrouwen mochten.” Baby Curpen glundert. „In de gevangenis ontstond een golf van choepa’s (joodse bruiloften).”

De groep vluchtelingen bestond meest uit artsen, ingenieurs en kunstenaars. „De Brits-koloniale overheid gaf op den duur steeds meer mensen verlof om overdag de gevangenis te verlaten. Zo zijn er nog oude Mauritianen die zich pianoles van de heer Grünberg herinneren, of tekenles van de kunstenares Anna Frank. Ook bouwden Joodse ingenieurs mee aan een burgerluchthaven. Vrouwen verdienden met de productie van pickles en jam. Betaalmiddel werd een eigen munt: de Mauritian sjekel.”

Uit haat tegen de Britten speelden gevangenen met eigengemaakte radio’s strategische informatie door aan de Duitsers. Hierdoor is bij Mauritius mogelijk één Brits schip tot zinken gebracht.

Baby Curpen: „Toen de Britten dit merkten, werd het regime in de gevangenis weer strenger en kwamen nog maar weinigen buiten de poort.”

Na afloop van de oorlog gingen alle Joden naar Israël. Velen reisden van daaruit door naar de Verenigde Staten, Canada en Australië. Onder hen waren 54 kinderen. Maar liefst 130 Joodse vluchtelingen lieten het leven op Mauritius.

Bij de grote begraafplaats van St. Martin werd een apart gedeelte ingeruimd voor de Joden die in de gevangenis van Beau Bassin stierven. In het hek zijn davidsterren verwerkt. Daarboven staat ’1940 Blessed be the true judge 1945’.

Ook is een speciale gedenksteen aangebracht voor Isia Birger, de enige Jood die vanaf 1937 op het eiland woonde. Hij werkte voor het schoenenimperium Bata en onderhield de contacten tussen het Britse koloniale bestuur en de gedetineerden. Tot zijn dood in 1989 onderhield hij de begraafplaats, waar hij nu ook zelf begraven ligt. Alle grafstenen zijn naar Joods gebruik gelijk en vermelden Asjkenazische (Hoogduits-Joodse) namen als Fischel Hirsch, Meta Epstein, Bernhard Friedman, Jonas Rosengarten of Max Weizner.

Baby Curpen is honorair consul van Israël; de dichtstbijzijnde Israëlische ambassade is in Nairobi, Kenia. Na de oorlog bleven er warme banden tussen Mauritius en Israël, mede door de overlevenden van Beau Bassin. „Vooral na de onafhankelijkheid van Engeland in 1968 hadden Mauritius en Israël uitstekende diplomatieke banden. In 1976 werd Mauritius voorzitter van de Unie van Afrikaanse Staten. Onder druk van Idi Amin zijn toen de diplomatieke betrekkingen met Israël helaas beëindigd.”

Curpen bleef lobbyen en bereikte een keerpunt in de betrekkingen toen ook India in 1993 weer ambassadeurs uitwisselde met Israël. „In Tel Aviv organiseert de honorair consul van Mauritius in Israël – iemand die er zelf in gevangenschap werd geboren – een jaarlijkse reünie voor de overlevenden. Vorig jaar was de opkomst nog tachtig man. Verder is hij druk met papieren voor de vele Mauritianen die als gastarbeider in de badplaats Eilat werken.”

Het Vriendengenootschap Mauritius-Israël telt 350 leden. Zeventig leden zijn actief, de meesten niet Joods.

Baby Curpen: „Af en toe zijn er activiteiten zoals een filmavond of bergbeklimmen. Daarnaast komen we samen op joodse feestdagen en op de Israëlische Onafhankelijkheidsdag.”

Baby legt uit hoe overlevenden van de groep gedetineerde Joden een aanzet gaven voor een eigen gebouw van het Vriendengenootschap. „In 1998 leverden mijn gesprekken met de overheid en de Israëlische ambassade al een eigen terrein van vierduidend vierkante meter op. Het jaar daarop kwam een groep van 55 voormalige gevangenen naar Mauritius. We sloegen op ons terrein een grote tent op, waarin de groep samenkwam. Ze waren zo enthousiast, dat we nog diezelfde week de eerste steen konden leggen voor een eigen gebouw. Een Joodse diamantair en enkele anderen gaven de rest van het benodigde geld.”

Aan het gebouw grenst de synagoge. Baby Curpen is zo trots als een pauw als hij het interieur van de kleine ruimte toont. Hij spreekt liever van een Jewish Praying Room om makkelijker in een breder publiek fondsen te werven. Aan de deurpost zit naar goed gebruik een glimmende mezoeza (gebedskokertje) en in een open kast van tropisch hardhout liggen gebedenboeken en gebedsmantels. Curpen: „Door de opkomende economie hebben we ook meer Joodse inwoners op Mauritius, nu ongeveer 32 adressen. Op Jom Kippoer (Grote Verzoendag) waren we hier met 45 man bijeen. Dan is het hier wel vol, daarom zijn we nu bezig met uitbreiding. We hebben ook bijna een eigen Thorarol, die regelt een tot Jood bekeerde Mauritiaan in Johannesburg. De koopsom van 10.000 euro hebben we helaas nog niet rond.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden