Het offer voor de weelde

In Doebai staat nu officieel de hoogste wolkenkrabber ter wereld, maar verder verkeert het emiraat in diepe crisis. Voor de lokale bevolking is dat niet alleen slecht nieuws: zij voelt zich overlopen door de massa’s buitenlanders en hoopt dat het in de toekomst een onsje minder kan.

De verhoudingen zijn zoek aan de Sjeik Zayedweg, zeg maar de ’Zuid-As’ van Doebai. Aan weerszijden van deze twaalfbaanssnelweg staat de ene na de andere indrukwekkende wolkenkrabber. Althans,ze wáren indrukwekkend. Totdat er vlakbij een échte wolkenbestormer gebouwd werd, de Burj Dubai, ruim 800 meter hoog. Als je vanaf de voet omhoog kijkt, word je duizelig. Gebouwen in de omgeving lijken dwergen, sterker nog: dat geldt voor alle gebouwen ter wereld. Nummer 2 is amper 500 meter hoog.

De officiële opening van de Burj, gisteren, had een nieuw hoogtepunt moeten worden in de onstuimige ontwikkeling van het stadstaatje Doebai. Na opgespoten palmeilanden, een gebouw in de vorm van een zeil, zevensterren-hotels en buitenissige winkelcentra met skipistes, zou Doebai laten zien dat het letterlijk een topbestemming is. Voor zakenlui, bankiers en vooral voor heel veel rijke toeristen.

In plaats daarvan lijkt de Burj Dubai te getuigen van hoogmoed die voor de val komt. Leider Sjeik Mohammed bin Rasjid al Maktoem ontwikkelde zijn emiraat, waar de olievoorraden alweer op raken, het afgelopen decennium tot een centrum voor banken en onroerend-goedprojecten – net de twee sectoren die het hart vormen van de mondiale economische crisis. Doebai is hard getroffen, wat bleek toen één van de grootste projectontwikkelaars in november failliet dreigde te gaan. Buuremiraat Aboe Dhabi – waar de olie nog lang niet op is – schoot te hulp.

Inmiddels is volgens schattingen de helft van de (geplande) onroerend-goedprojecten in Doebai in de ijskast beland of helemaal afgeblazen. Voorlopig dus even geen toren van meer dan een kilometer(!), en ook geen hele nieuwe stad van Rem Koolhaas. Waar Doebai vroeger uit de verte een wolk van zand en smog was, zie je de stad nu gewoon weer liggen. Op de snelwegen die dwars door de stad lopen, kun je weer doorrijden. Er wordt nog wel gewerkt, maar niet meer op de oude schaal.

Je zou denken dat de lokale bevolking van Doebai zich zorgen maakt, ondanks de sussende woorden van Sjeik Mohammed die belooft dat het allemaal zo’n vaart niet lopen zal. Maar de autochtonen zijn helemaal niet zo ongelukkig met de crisis. Zij maakten zich al langer zorgen over de krankzinnig snelle ontwikkelingen in hun land. En vooral over de vraag: wie moeten er eigenlijk allemaal in die nieuwe projecten wonen en werken?

Want Sjeik Mohammed bouwt niet voor zijn eigen bevolking, en het is ook niet zijn eigen bevolking die bouwt. De wolkenkrabbers en eilanden worden uit de grond gestampt door honderdduizenden arbeiders uit Zuid-Azië die onder slaafachtige omstandigheden leven. Er zijn Iraanse zakenlui, en Filippijnse werksters, westerse bankiers en rijke voetballers uit de hele wereld.

In de gehele Verenigde Arabische Emiraten (Doebai is één van de zeven) vormt de autochtone bevolking zo’n 15 procent van de bevolking. In Doebai is het nog erger. De precieze verhouding allochtoon-autochtoon is er een goed bewaard geheim, maar volgens sommige schattingen zouden lokale Arabieren zo’n 7 procent van de 1,9 miljoen inwoners uitmaken. Het is hun een doorn in het oog, stelt de politicoloog Ali al-Ghafli. Ze vrezen voor hun nationale cultuur, hun nationale identiteit.

„Als Emirati onder elkaar zijn, komt het onderwerp altijd ter sprake”, zegt Al-Ghafli die werkt aan de UAE Universiteit in Al-Ain, een stad in Aboe Dhabi. De aanwezigheid van zoveel allochtonen dringt overal het publieke leven binnen. Op straat, in winkels en in de metro: overal vormen Arabieren een kleine minderheid. „De Emirati spreken in de openbare ruimte alleen nog straat-Engels”, zegt de politicoloog. „Dat is cultureel gezien een enorm offer.”

Natuurlijk is Doebai nog wel een echt islamitisch land. Alcohol is er beperkt verkrijgbaar, de metro begint op vrijdag pas om 14 uur te rijden, en veel winkels gaan dan pas open. De overheid lijkt zich het belang van de nationale identiteit ook te realiseren. Overal in Doebai schieten ’erfgoed-dorpen’ uit de grond; nieuwe stadsdelen waar de traditionele bedoeïenencultuur wordt gepresenteerd. En het oude stadshart van Doebai is grondig gerenoveerd. Maar dat is eigenlijk geen levende cultuur maar een toeristenattractie; de oude bewoners zijn vertrokken.

De echte cultuur van de Emirati, waar ze zo trots op zijn, is vrijwel naar de marge van de maatschappij geduwd. Zo ligt de kamelenracebaan in de woestijn, tientallen kilometers buiten Doebai. Hier komen tientallen mannen al voor zonsopgang bijeen om hun dieren tegen elkaar te laten lopen.

Kamelenraces vormen het hart van de bedoeïenencultuur. In het clubgebouw worden vrouwen en toeristen gedecideerd geweerd. De kameleneigenaars, zonder uitzondering in disjdasja’s (de lange witte jurken), begroeten elkaar door even met de neuzen tegen elkaar te wrijven. Zij volgen hun kamelen in jeeps, terwijl die hun rondje draven over de zes kilometer lange baan.

Een medewerker van de racebaan heeft moeite om uit te leggen waarom kamelen zo belangrijk zijn voor een Arabier. „Een goede racekameel, dat is, ja, dat is alsof je een prachtige Porsche hebt.” Maar met spijt in zijn stem vertelt hij dat er vroeger na elk huwelijk een kamelenrace was. „Tegenwoordig gebeurt dat niet meer.”

Politicoloog Al-Ghafli legt uit dat het verlies van de oude bedoeïencultuur de prijs is die de inwoners van Doebai moeten betalen voor de manier waarop hun emiraat geglobaliseerd is – niet door naar de wereld toe te gaan maar door de wereld binnen te halen. Hij maakt zich er grote zorgen over. „Een staat bestaat uit drie componenten: territorium, regering en burgers. Als er één element ontbreekt, namelijk voldoende burgers, dan bedreigt dat de staat. Kijk naar Europa. Daar zijn de percentages buitenlanders veel kleiner, en moet je zien hoe iedereen daar in rep en roer is.”

Achter het nationale ’allochtonendebat’ schuilt nog iets anders. Over de strategie van Sjeik Mohammed om de wereld naar Doebai te halen, heeft de bevolking namelijk niets te zeggen gehad. De sjeik staat aan het hoofd van een familie die Doebai autocratisch regeert. Op democratisch vlak lopen de Emiraten zelfs achter bij Saoedi-Arabië: slechts de helft van het federale parlement wordt sinds 2006 gekozen –door zo’n vijfduizend aangewezen personen.

Maar ook al is de onvrede over de buitenlanders te koppelen aan het gebrek aan democratisering, volgens Al-Ghafli bestaat er over het bestuursmodel geen discussie. „De samenleving accepteert de leiding van de koninklijke familie, want die heeft de staat opgebouwd. Het land heeft het economisch goed gedaan, daar zijn veel inwoners trots op.”

In ruil daarvoor moeten de autochtonen zich wel gedeisd houden. Vakbonden of politieke partijen zijn er niet, wie te kritisch is, wordt de mond gesnoerd. Mohamed al-Mansoeri (50) weet er alles van. Als advocaat kwam hij op voor rechten van gastarbeiders en inwoners van Doebai. Dat werd hem door de machthebbers niet in dank afgenomen. Tijdens een afspraak in een van de talloze malls in Doebai, vertelt hij dat-ie geen paspoort meer heeft, geen identiteit eigenlijk. „Ik kon mijn rijbewijs niet verlengen, en heb de auto op naam van mijn zoon laten zetten.”

Om te illustreren hoe moeilijk het is om een kritisch geluid te laten horen, vertelt hij over een bijeenkomst die een week eerder door een tribale vereniging georganiseerd zou worden. „Er waren parlementariërs uitgenodigd, we zouden het hebben over verkiezingen, over burgerschap, over onderwijs en het recht. De avond tevoren belde de politiecommandant dat het niet door kon gaan, zonder nadere toelichting.”

Al-Mansoeri is een van de weinigen die zich toch blijven uitspreken. In de mall trekken talloze Arabieren voorbij, de mannen in hun vlekkeloze disjdasja’s, de vrouwen in fijngesneden zwarte abaja’s. Je kunt zeggen dat de autochtonen in zekere zin worden afgekocht door hun leiders. Zo krijgen de burgers van Doebai banen toegeschoven, gratis onderwijs en gezondheidszorg, gratis land en rentevrije rekeningen om huizen te kopen. De levensstandaard is er gemiddeld hoog.

Voor veel mensen is dat voorlopig genoeg, maar niet voor Al-Mansoeri: „Mensen moeten kunnen spreken. Ik kan mijn geest niet uitschakelen. De wereld is een dorp geworden, we zien dat er verkiezingen zijn in Vietnam, in Ecuador. Waarom zij wel en wij niet?” Een andere criticus, een academicus die anoniem wil blijven omdat ook hij last heeft gehad met de overheid, stelt het zo: „We hebben wel economische en sociale, maar geen politieke vrijheden. Maar dit is mijn land en ik wil er iets over te zeggen hebben!”

Ook politicoloog Al-Ghafli spreekt zich uit voor meer democratisering. „Een oplossing voor de huidige onvrede zou kunnen zijn om mensen meer zeggenschap te geven over het beleid. Je kunt je niet economisch op wereldschaal ontwikkelen en politiek primitief blijven.”

Hij wijst er op dat de overheid inmiddels erkent dat de overvloed aan buitenlanders een probleem vormt en zegt iets te willen ondernemen. Sinds enige tijd is er bijvoorbeeld een offensief om te zorgen dat buitenlanders, en dan met name losbandige types uit het Westen, zich aan de regels houden. Zo was er in 2008 veel ophef over een Brits stel dat na een champagnelunch seks zou hebben gehad op het strand. Zij zaten enige tijd in de cel en werden uiteindelijk het land uitgegooid.

Hoe dan ook hoopt Al-Ghafli dat de sjeik de crisis waar Doebai nu in zit, aangrijpt om het economisch model van het emiraat te herzien om de toevloed van buitenlanders in te dammen. „Misschien moeten we de industriële sector stimuleren, in plaats van financiën en onroerend goed. Dan kunnen we producten naar het buitenland exporteren in plaats van mensen hierheen te halen. Maar wat er precíes gedaan moet worden, dat is nog niet duidelijk.”

Voorlopig heeft Doebai de luxe van het kiezen niet. Het emiraat kan slechts hopen dat de crisis overwaait zonder dat het failliet gaat, of dat Aboe Dhabi nog een keertje bijspringt. Als het al zijn beleid aan kan passen, dan toch zeker beperkt. Want die palmeilanden liggen er al, de zevensterrenhotels zijn open, en de Burj Dubai staat. En allemaal moeten ze gevuld worden, met mensen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden