Het offensief van de dopingjagers

De Nederlandse renner Laurens ten Dam (2e R) in actie met het peloton tijdens de zestiende etappe van de Tour de France van Vaison-la-Romaine naar Gap.Beeld anp

Het Tourfeest verloopt tot nu toe zonder enige wanklank. Opmerkelijk, want de laatste jaren haalde geen enkele editie de laatste week ongeschonden. Frank Schleck liep vorig jaar op de tweede rustdag tegen de lamp, Alexandre Kolobnev kon in 2011 na vijf ritten naar huis.

Zelfs met Parijs nog op het netvlies, kan niemand een schone Tour garanderen. Alberto Contador werd in 2010, een paar maanden na zijn gele trui, met terugwerkende kracht betrapt op clenbuterol.

Het Franse anti-dopingagentschap AFLD en de internationale wielerunie UCI trekken samen op in de strijd tegen doping. Met succes, want niet een renner testte tot op heden positief. Een succes kunnen AFLD en UCI goed gebruiken. De kosten, 800 euro voor één dopingtest, en de wetenschap dat de sport zich na Lance Armstrong geen schandaal meer kan permitteren, dreef de twee in elkaars armen.

Hun relatie laat zich het best omschrijven als moeizaam, soms zelf vijandig. Oud-directeur Pierre Bordry beschuldigde in 2009 na de rentree van Armstrong de UCI van het voortrekken van de Amerikaan. De AFLD had in datzelfde jaar meerdere renners op de korrel. De internationale wielerunie deed niets met die gegevens. De Franse dopingjagers reageerden ontsteld toen even later Le Monde de lijst met verdachte coureurs publiceerde.

De Franse dopingjagers laten zich sindsdien door niemand meer piepelen. Deze verslaggever was er heel kort geleden getuige van.

Op het gangpad tegenover mijn kamerdeur in het hotel in Avignon staan vijf stoelen op een rij. Er ijsbeert een man. Wat hij en die stoelen hier doen voor mijn deur, wil ik weten. Dan zie ik dat de kamerdeur tegenover de mijne openstaat. Ik kan mijn nieuwsgierigheid niet onderdrukken en werp een blik naar binnen. Aan tafel zit een renner van Europcar, de ploeg van de Franse held Thomas Voeckler. Een man met een grijze jas staat gebogen over de renner heen. In zijn hand heeft hij iets vast. Ik kan niet precies zien wat, maar hij houdt het smalle voorwerp angstvallig dicht bij de arm van de renner.

Ik schrik van de ongegeneerde scène. Dan pas dringt het tot mij door wat hier aan de hand is: een dopingcontrole. Het is half negen in de ochtend op de tweede rustdag van de Tour de France. De renners moeten blijkbaar bloed afstaan.

Dan gaat de liftdeur open. Twee mannen lopen richting de stoelen. De een is overduidelijk een renner getuige zijn dunne beentjes en lange kousen. De ander, een man van middelbare leeftijd, is nauwelijks herkenbaar als dopingagent. "Geen commentaar", zegt hij als hij de renner op een van de stoelen zet en ik vraag wat er voor mijn deur gebeurt. Hier voltrekt zich een soort inquisitie, is mijn eerste gedachte als ik mijn kamer inloop.

Een paar dagen daarvoor was ik al eens eerder getuige van een 'overval' door diezelfde AFLD, in mijn hotel in Saint-Malo waar ook Team Belkin was ondergebracht. Laurens ten Dam en Bauke Mollema lagen net op bed toen er ineens vier, vijf mannen in de lobby rondliepen. Ze riepen de teamarts van Belkin om namen en kamernummers. De dokter was op zijn zachtst gezegd niet blij met het onverwachte bezoek van de dopingagenten op dat late tijdstip. "Moet dat nu?"

"De onaangekondigde controles zijn zeker niet opgevoerd", ontkent een woordvoerder van de AFLD de vermoedens in het peloton dat de dopinginstanties deze Tour hebben uitgekozen voor een offensief. "Wij controleren net zo veel en vaak als in voorgaande jaren." Hij verwijst mij door naar de nieuwe directeur, Bruno Genevois, maar die zwijgt.

De UCI is iets toeschietelijker met informatie. Toch blijkt een eenvoudige vraag lastig te beantwoorden. "Ik weet echt niet hoeveel vliegende controles wij tijdens de Tour op touw zetten", zegt een woordvoerder. "Wat ik wel weet is dat wij deze Tour meer gericht controleren. We deden het voorheen veelal steekproefsgewijs."

Volgens de UCI gebeuren de onaangekondigde hotelbezoeken op basis van het medisch paspoort. De ene dag zijn drie ploegen aan de beurt, de volgende dag misschien maar een, legt hij uit. Betekent dit dat fluctuaties in bijvoorbeeld de bloedwaarden van een coureur aanleiding zijn om hem met een bezoek te verrassen? "Daar ga ik geen antwoord op geven", is de korte reactie van de woordvoerder.

Hij hangt de telefoon op, nog voordat ik kan vragen of het gewoonte is om tijdens een dopingcontrole het laatste restje dat renners nog aan privacy hebben, met voeten te treden. De Tour moet kennelijk een feest zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden