Het O-woord

Oorlog dus, president Hollande zei het en premier Rutte zei het hem na. Onverstandig, vond de een, de spijker op de kop, zei de ander. Maar wat moeten wij met het O-woord, nu het uitgesproken is? Hoe moet je erover schrijven? De ouden deden het zo: 'Hij verrichtte dappere daden, versloeg de Amalekieten, en redde Israël uit de macht van hen die het plunderden', of ze wijdden er juist een eindeloos epos aan: Homerus' 'Ilias', Tolstois 'Oorlog en vrede'.

Beide methoden wijzen op onmacht; woorden schieten tekort als het om oorlog, terreur, verschrikking gaat. Zou de Tweede Wereldoorlog anders in ons zijn neergedaald als er in die tijd al columnisten waren geweest? Meninkje over de executies in Putten, cursiefje over de Holocaust? Je merkt ook aan de regeringsleiders zelf dat ze niet weten met welke woorden te reageren: Barbaren! Terreur! Ze hebben het gemunt op onze manier van leven! We hebben het allemaal al eens van ze gehoord, alleen fronsen ze er dit keer iets verbetener bij. Bij zoiets groots en vreselijks als oorlog voelt het alsof ik net kom kijken.

Een Amerikaans leerboek voor beginnende schrijvers raadt aan als je over oorlog wilt schrijven: richt je op het detail, op het individu, probeer niet het grote getal, de massa weer te geven. Verstandig denk ik, maar het is toch juist de enorme angst en verschrikking die je in beeld zou willen brengen, het onbeschrijflijke.

Of is het meer iets voor de lyriek? Hier, een dichtregel: 'Wij zijn de edelen, de uitverkorenen, / en wij zullen de afzichtelijke horde verpletteren'. Het lijkt een tekst voor IS, voor hun Dieu le veut-kruistocht tegen het Westen, maar het komt uit een gedicht van de Italiaanse schrijver d'Annunzio, aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog, uit de tijd dat oorlog nog iets verheffends was, van Socrates die gewoon meevocht als er ergens oorlog was en van Augustinus die over de gerechtvaardigde oorlog schreef.

Er zijn er ook die het surrealistisch proberen of zelfs ironisch, per slot van rekening is de oorlog haast iets surrealistisch, zeker voor ons die niet eens in dienst zijn geweest. Natuurlijk slaan ze de plank mis, maar misschien leert het ons ermee om te gaan, kijken van een afstandje: 'M.A.S.H', humor verdringt de tragiek en ellende van alledag, lees ik in een samenvatting van die befaamde televisieserie over de Korea-oorlog. Maar zover is het hier nog lang niet; onze oorlog is nog maar net begonnen en we zijn nog sprakeloos.

Opvallend ook dat in onze oudste toneelstukken, die van de grote Griekse toneelschrijvers, de oorlog, altijd op de achtergrond aanwezig, nooit wordt uitgebeeld, het is net achter de rug of het komt eraan, maar nooit staan er legers op het toneel. Door ons gevecht tegen IS en de jihadisten een oorlog te noemen, leg je de columnisten, de kunstenaars en de kletskousen het zwijgen op. 'Oorlog is de winterslaap van de cultuur', zei Nietzsche, en misschien is dat wel het enige wat ons, gemankeerde oorlogsschrijvers rest, een raak aforisme. Of deze van Aristoteles: 'Het doel van de oorlog is de vrede'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden