Het nu

De ober van het Nu Terras in Istanbul is vergeten wat nu de Mimosa was en wat de Bellini. Omdat ze dezelfde kleur hebben had de bartender ze gemerkt met een oranje stickertje, maar die heeft de ober verwijderd, want op het Nu Terras worden hoge eisen gesteld aan de styling.

De ontwerper heeft er bijvoorbeeld voor gezorgd dat het buffet in de bar het laatste is dat je ziet voor het adembenemende uitzicht begint, alsof de roestvrijstalen counter en de perfect in het gelid opgestelde drankflessen op de rand van het dak balanceren.

In het Topkapi paleis, vanaf hier een vlek in de verte, kun je zien dat loungen een Arabische uitvinding is. In de bibliotheek van een van de vele sultans van het Ottomaans rijk, staan banken die gisteren uit de showroom van Artifort gehaald konden zijn. Hier, in het Aziatische deel van deze wereldstad, op het dak van een kantoortoren, leeft de traditie voort: we loungen. Ja, we loungen, in strak wit leer, op matzwart gelakte podia, de obers en serveersters zijn zwart-wit gekleed en uit de matzilveren speakers, half verscholen in ruisende bamboe, klinkt moderne achtergrondmuziek. (‘Electro ambient slash minimal’ – oordelen de kinderen.) Op het dak van een nabijgelegen kantoorflat staat een groot beeldscherm waarop vage beelden worden vertoond. Een vorm van videoart, vermoeden wij.

Hier begon begin jaren 00 de dakterras-trend van Istanbul. Inmiddels zijn er talloze rooftop bars en restaurants, met adembenemende uitzichten over deze immense stad. Je vraagt je af waarom ze pas zo kort geleden op het idee kwamen. In een van de u-vormige zitzones zit een stel rijke Italianen op leeftijd, maar verder is het Turks wat hier zit: Turks, jong, modieus, welvarend, en zelfbewust. Aan het einde van de bar, zo dicht mogelijk bij de rand, zitten twee vrouwen, perfect gekleed, gebruind en afgetraind, de Blahnik-pumps losjes in de voetenring van hun kruk. Ze roken, drinken en praten, de hele avond, eerst afgetekend tegen de zalmroze schemering, later bijna opgenomen in het zwart.

Schuin onder ons het TRT-gebouw, hoofdkwartier van de nationale omroep. Het ziet eruit als een ziekenhuis, met het laadplatform voor de satelliet- en regiewagens als ingang voor de eerste hulp. Naast het gebouw is een enorme parkeergarage, het dak is leeg, een zee van zwart asfalt, beschenen door maanlicht. Daar werken ze, hier ontspannen ze zich. Op de daken. Bij ons kan dat vast niet – een regel.

Je proeft iets van onze jaren tachtig. Toen eindelijk de juiste mix gevonden leek tussen brood en spelen, de geschiedenis voorbij was en het alleen maar beter kon. Tot die ellendige jaren negentig kwamen en het allemaal weer doorschoot in de verkeerde richting. Zoals altijd, ja. Maar hier hangt hij nog, die can-do-sfeer van ten. Just do it, weet je wel. Wij tobben al jaren met een overambitieus ov-chipsysteem, een technologisch luchtkasteel dat alleen in powerpointpresentaties bestaat omdat we het alleen kunnen bedenken, niet organiseren, en hier werken ze al jaren met Akbil, een elektronische sleutelhanger die je oplaadt met cash en je toegang verschaft tot alle bussen, ferries en trams. Die perfect lopen en vrijwel niets kosten.

Twintigduizend (!) taxi’s kent deze stad, en allemaal zijn ze geel, schoon van binnen en van buiten en voorzien van identieke meters. Te veel fooi geven ze terug.

Er is hier minder democratie dan bij ons, maar dat is wat je in deze stad beseft: door democratie kunnen ook heel veel dingen niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden