Het nutteloze zwoegen dat ze sport noemen

In de jaren vijftig liep niemand hard. Ja, om de trein te halen of om weg te vluchten uit een plotselinge regenbui. Maar het intrinsieke hardlopen dat tegenwoordig hele landschappen verpest door de afschuwelijke geluiden die joggers uitstoten en de netvliesetsende kleding die daarbij gedragen wordt, dat kwam niet voor. Nou dacht ik dat het afzichtelijke joggen net zo snel zou wegebben als het kwam opzetten, maar er is nog steeds sprake van een rijzend tij. Zelfs in kringen waar men verder dan tot tien kan tellen wordt er met ongepaste ernst over sport gesproken. Zo trof ik in het artsenblad Medisch Contact een enquête aan onder tweeduizend artsen om eens te kijken hoe wij tegenover sport staan. Het resultaat was ontmoedigend: 84 procent van de artsen doet aan sport (tegenover 75 procent van de totale Nederlandse bevolking). Die 75 procent vind ik trouwens ook boeiend. Als ik om mij heen blik in mijn, toegegeven, nogal beperkte kring, dan kan ik slechts hier en daar op een zonderling wijzen die inderdaad aan sport doet. Mijn indruk is dat ze dit stilhouden, waarmee ze overigens grote waardering oogsten. In Medisch Contact wordt echter niets rond het sporten verzwegen, integendeel, artsen rennen naar voren en slaan zich op de atletische borst rond het nutteloze zwoegen dat ze sport noemen. De toppers zijn hardlopen (40 procent), fitness (34 procent) en wielersport (23 procent). Vooral het hardlopen zit me dwars. Ik ben niet dol op het woordje 'onnatuurlijk', maar naast roken ken ik geen onnatuurlijker menselijke bezigheid dan hardlopen. Korte sprintjes komen overal voor in de natuur, tot ver onder ons op de evolutionaire ladder. Zelfs de spin en de kever gaan ervandoor als u ze lastig valt, maar hebt u ooit een paard, een tijger of een egeltje zien joggen? Dat wil zeggen zonder enig doel een uur lang voortdraven?

Nou moet je uitkijken met het begrip 'onnatuurlijk', ik zei het al, want laatst kreeg ik als antwoord op dit betoog: 'Ik neem aan dat jij melk ook volkomen onnatuurlijk vindt, omdat je nog nooit een chimpansee onder een koe hebt zien hangen?' Daar had ik geen antwoord op, maar met redelijke argumenten krijg je mij heus niet van mijn stokpaardje af.

Wat opvalt in de artikelen rond sport in Medisch Contact is een bepaald soort terminologie die doet denken aan een heel erg dwangarbeiderskamp: meedogenloos, keihard, peesletsel, doorzettingsvermogen, keuring, conditie, prestatie, mentaal, discipline, wonden hechten, gewrichtsslijtage, volhouden, botbreuken, competitie, hamstringblessures, spierscheuren, enz. Het is een en al ellende. Oscar Wilde verklaarde dat niets hem te veel zou zijn als hij zijn jeugd kon herwinnen, behalve op tijd uit bed komen en sporten. Ik citeer hem met diep respect.

Ik doe zelf niet aan sport. Die zag u misschien niet aankomen. 's Winters schaats ik wel, maar uitsluitend op natuurijs, en dan zonder enige vorm van het tergende equipment fetishism waarmee de hedendaagse sporter zich olympische allures aanmeet. In Texas zeggen ze daar over: all hat, and no cattle. Nee, ik schaats het liefst in tweed colbertje, deerstalker (zo'n Sherlock Holmes-pet), achteloze shawl, plusfours, Friese doorlopers met antieke krul, en als ik het kon opbrengen, een brandend pijpje in mijn mond, type 'neuswarmer', terwijl links en rechts de in lichtgevende plastic vliezen verpakte aliens voorbij zoeven. Helaas wil niemand met mij mee in deze outfit, dus schaats ik op noren in spijkerbroek en leren jasje, maar ik weet dat dat veel natuurlijker kan.

Slechts 92 van de 1984 ondervraagde artsen durft de waarheid te zeggen: ik hou niet van sport. Ze haten het natuurlijk, maar artsen draaien altijd om slecht nieuws heen. Uit de mond van die 92 verstandige collega's hoor je verder helemaal niets. Het blad staat wel vol agitprop-onzin in de trant van: 'door het bewegen krijg ik nieuwe ideeën', 'door te sporten ben ik een leuker mens', 'ik vind rust op mijn racefiets' en als dieptepunt de mededeling van een beroemde sportster, die geneeskunde studeert: 'ze hadden mij op een billboard afgebeeld op de VU, als een soort rolmodel voor studenten die meer doen dan alleen studeren'. Wie meer wil doen dan alleen studeren, die gaat toch Plato lezen of achter de meiden aan, of de jongens, of beide? Wat een generatie! Wij vrezen het ergste voor de toekomst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden