Het nut van nare gevoelens

Met volle aandacht en zonder te oordelen leven in het hier en nu; dat is de kunst. (AFP)

Accepteer nou maar gewoon dat negatieve gevoelens er zijn. Bedenk wat je écht belangrijk vindt en handel daar naar. Dat is de centrale gedachte van de nieuwe therapie ACT, die ook ’mindfulness’ bevat. En werkt dat? Een eerste Nederlands onderzoek is positief, maar niet iedereen is overtuigd.

Piekeren, dat deed Anna Jansen (47) een jaar geleden wel erg vaak. Ze was altijd al iemand die vaak lijstjes maakte van de ’dingen die nog gedaan moeten worden’. Maar nu was haar moeder ernstig ziek geworden en kon haar broze vader de zorg thuis niet meer aan. Ze sliep slecht en had naast haar gezin – man en twee tieners – weinig fut voor sociale contacten.

Bij Roos de Vries (31) speelden onverwacht angsten op. Zoals de vliegangst, waar ze vaker last van kreeg omdat ze voor haar baan bij een internationaal bedrijf steeds vaker naar het buitenland moest.

Een jaar geleden lazen beiden – hun namen zijn in verband met de privacy gefingeerd – in de krant een advertentie waarin deelnemers werden gezocht voor wetenschappelijk onderzoek naar ’Voluit leven’. Dit is een relatief nieuwe zelfhulpcursus die gebruik maakt van het tegenwoordig erg populaire ’mindfulness’. Kort samengevat: met volle aandacht en zonder te oordelen leven in het hier en nu. Dat wordt bereikt door onder meer meditatieve oefeningen. Deze cursus is gebaseerd op het concept van de Acceptance and Commitment Therapy, kortweg ACT.

ACT, ruim tien jaar geleden ontwikkeld door de Amerikaanse psycholoog Steven Hayes, trekt de boeddhistische inspiratie van mindfulness nog een stuk door. Zo is een van de uitgangspunten dat menselijk leed onvermijdelijk is. Therapie moet zich daarom niet richten op het wegnemen van psychische pijn, maar op aanvaarding dat deze pijn bestaat.

„Veel mensen denken ’ik ben pas gelukkig als mijn psychische problemen zijn verdwenen’”, zegt Ernst Bohlmeijer, psycholoog aan de Universiteit Twente. Hij zag hoe ACT de afgelopen tijd snel terrein won in de geestelijke gezondheidszorg. „We waren benieuwd of mensen met depressieve klachten nou ook echt iets aan deze nieuwe aanpak hebben.”

Bohlmeijer en collega’s wierven met krantenadvertenties een groep mensen met wie méér aan de hand was dan ’ik voel me af en toe somber’. Wie af en toe een beetje ’depri’ was, mocht niet meedoen. Uiteindelijk begonnen 376 mensen aan het onderzoek. Uit de vragenlijst aan het begin van de cursus bleek dat 83 procent van deze mensen kampte met ’klinisch relevante depressieve klachten’, daar was dus echt meer aan de hand.

Een derde van deze groep kreeg het cursusboek en wekelijks uitgebreide mails van de psychologen met inhoudelijke adviezen. Bij een even grote groep was de emailbegeleiding alleen procedureel (’heb je de opdrachten deze week gedaan?’). De overige mensen kregen te horen dat ze op de wachtlijst stonden voor de cursus.

Na negen weken was het percentage matig depressieve mensen in de groep die de cursus volgde, gedaald tot 30 procent. In de controlegroep, die niets deed, was dat nog steeds 70 procent. „Dit soort klachten kan ook spontaan afnemen, dat zie je aan dat laatste cijfer”, zegt Bohlmeijer. Het grote verschil met de cursusdeelnemers noemt hij ’heel hoopgevend’. „Het is een aanwijzing dat deze aanpak werkt.”

Bohlmeijer denkt dat de combinatie met mindfulness en meditatie goed heeft uitgepakt. „Het werkt blijkbaar heel goed dat mensen zich dagelijks even concentreren op hun lichaam. Dat versterkt hun resultaten bij de cursus.” Opmerkelijk genoeg maakt het niet uit of mensen uitgebreid of minimaal per email worden begeleid. „Blijkbaar is de stok achter de deur voldoende.”

De aanpak leverde deelneemster Anna nieuwe inzichten op. „Over de situatie van mijn ouders dacht ik toch onbewust dingen als: ik ben de enige die het voor ze op moet lossen, als ik het niet doe stort alles in. Dat gaf mij altijd een naar gevoel, en mijn reactie was om dat soort emoties te bestrijden. Maar die bleven daardoor juist hangen. In de cursus leerde ik om afstand te nemen van dat soort eigen gedachten. En ook juist om die nare gevoelens te verwelkomen. En gek genoeg worden ze juist dan minder erg. Als ik dit niet had gedaan, had ik me waarschijnlijk moeten ziekmelden.”

Het onderdeel ’commitment’ betekende voor Anna Jansen allereerst een zelfonderzoek naar de zaken die ze echt waardevol vindt. „Daaruit kwam mijn wens om meer contact te hebben met vrienden. En daar moest ik me vervolgens aan gaan houden, door echt afspraken te maken.” Bohlmeijer vult aan: „Mensen hebben vaak wensen als ’ik heb een te druk leven, ik wil ook wel eens een boek lezen of ergens anders tijd voor maken’. Bij deze aanpak leren ze ook te handelen naar hun echte waarden. Dat betekent dus dat die drukke baan misschien wel moet worden verlaten.”

Het leven van cursist Roos de Vries werd in negen weken niet ingrijpend veranderd. „Ik ben me vooral meer bewust van momenten dat ik op de automatische piloot leef, en het niet goed gaat.”

Een van de simpele tips in de cursus is om vóór een nare gedachte – in het geval van Roos: ’ik ga neerstorten in dit vliegtuig’ – de woorden ’ik heb op dit moment de gedachte dat..’ te plaatsen. „Ook al is de angst niet minder geworden, ik kan me wel meer concentreren op wat er echt gebeurt, en niet op wat ik vrees dat er later gaat gebeuren.”

Het definitieve bewijs dat ACT werkt is dit nog niet, daarvoor moeten de psychologen de cursus eerst nog vergelijken met een standaardtherapie en ook het bekende bezwaar ’laat mensen negen weken hardlopen en ze voelen zich ook een stuk beter’ is nog niet ondervangen.

Maar Amerikaans onderzoek naar de aanpak is eveneens hoopgevend, ACT zou tegen depressie ongeveer net zo goed werken als cognitieve gedragstherapie, de aanpak die in de VS maar ook hier zeer gebruikelijk is. Juist dat laatste feit is een doorn in het oog van Pim Cuijpers, hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en kritisch over ACT. „Waarom zou je een heel nieuwe aanpak ontwikkelen waarvan je weet dat die ten hoogste net zo goed is als de bestaande therapieën?”

Het is Cuijpers een doorn in het oog dat GGZ-instellingen ACT omarmen. „Zo worden de budgetten voor onderzoek aan die nieuwe aanpak besteed, terwijl we naar mijn mening veel beter kunnen kijken hoe je bestaande interventies kunt verbeteren. Want de terugval bij depressieve mensen is nog altijd veel te hoog.” Ook van het effect van mindfulness is Cuijpers niet overtuigd. „Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat een aanpak met mindfulness ervoor kan zorgen dat mensen minder snel terugvallen. Maar dat geldt net zo hard voor de bestaande cognitieve gedragstherapie.”

De Twentse psycholoog Bohlmeijer blijft volhouden dat ACT een serieuze kans verdient. „Het is logisch dat we nog meer onderzoek zullen moeten doen, dat geldt altijd voor nieuwe dingen. ACT zou wel eens heel goed kunnen zijn voor een groep waarbij cognitieve gedragstherapie niet werkt. En ook omdat mensen leren te accepteren dat ze negatieve gevoelens hebben, zou de kans op terugval bij deze aanpak wel eens kleiner kunnen zijn.”

De moeder van cursusdeelnemer Anna Jansen is inmiddels overleden, haar vader ging naar het verzorgingshuis. „Weer een hoop stress, en ik merkte dat ik weer terugviel: hard doorrennen, geen tijd voor vriendschappen. Toen heb ik het cursusboek er weer bijgenomen en alle stappen nog weer eens doorlopen. En dat scheelt. Het is alleen al een geruststellende gedachte dat je ergens op kunt terugvallen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden