Het nut is beperkt en de morele prijs is enorm

’Een embryo heeft vanaf het prilste begin een geestelijke en een lichamelijke dimensie. Het is veel meer dan alleen maar een klompje cellen. Een embryo is een mens die zich aan het belichamen is.”

Henk Jochemsen, bijzonder hoogleraar medische ethiek aan het VU Medisch Centrum in Amsterdam, is duidelijk. Een embryo is een „nieuwe biologische entiteit met een eigen unieke genetische bagage en daarmee verbonden ontwikkelingspotentieel, die als exemplaar, individu zo u wilt, van de homo sapiens (de mens) een continue, voor de soort typische, biologische ontwikkeling zal door maken”, zo schrijft hij in zijn hoofdstuk in een bundel over de relatie tussen christelijk geloof en wetenschap die later dit jaar verschijnt. „Vanuit biomedisch gezichtspunt is er geen reden het embryo niet als menselijk wezen te zien.” En een menselijk wezen verdient volledige bescherming.

Jochemsen neemt daarmee stelling tegen wetenschappers die het embryo slechts een relatieve beschermwaardigheid willen toekennen. „Ze wijzen er dan bijvoorbeeld op dat een embryo nog geen bewustzijn heeft, geen relaties, geen waarneembare eigenschappen. Maar daarmee begeef je je op gevaarlijk terrein. Want dat kun je misschien ook wel zeggen van zwaar verstandelijk gehandicapte of ernstig dementerende mensen. Mogen die dan ook voor onderzoek beschikbaar worden gesteld? De opvatting over het embryo heeft op termijn ook gevolgen voor onze houding tegenover mensen met verminderde capaciteiten.”

De hoogleraar, van oorsprong moleculair bioloog, moet ook niets hebben van het argument dat het ’offer’ van het embryo toch niets is in vergelijking met het grotere goed dat het onderzoek talloze mensen kan opleveren. Hij gruwt van de enorme beloftes die vooral in de VS door wetenschappers zijn gedaan. „Het is pure demagogie. Er is gesuggereerd dat grote groepen mensen niet kunnen worden behandeld omdat conservatieve christenen het embryo-onderzoek in de weg staan.” Jochemsen: „Je kunt grote vraagtekens zetten bij al die beloftes. De suggestie dat de volksgezondheid zwaar te lijden heeft doordat er te weinig mogelijkheden zijn voor embryonaal stamcelonderzoek is volstrekt onjuist.”

Natuurlijk: er zijn vast deelterreinen aan te wijzen waarop dat onderzoek wél voor vooruitgang zou kunnen zorgen. „Maar het nut is beperkt en de morele prijs enorm. Je kunt toch niet zeggen: ’Met het offeren van één mens, redden we er vijf. Dat is een positief resultaat van vier’. Een dergelijk utilitaristisch denken wijs ik volstrekt af. We hebben daar in het verleden ook vreselijke voorbeelden van gezien.” Jochemsen wijst in dit verband naar de VS waar bijvoorbeeld zwarte Amerikanen van wie bekend was dat ze aan syfilis leden, met opzet niet werden behandeld, omdat onderzoekers meer zicht wilden krijgen op het verloop van de ziekte.

Jochemsen is blij met het besluit van het kabinet het moratorium op het therapeutische klonen en het kweken van embryo’s speciaal voor onderzoek te handhaven. Dat biedt, zegt hij, niet alleen het embryo, maar ook de vrouw bescherming. Zij is immers degene die voor eicellen moet zorgen. De behandeling die ze daarvoor moet ondergaan is niet zonder risico’s. Stel dat klonen op grote schaal wordt toegestaan, dan zal de vraag naar eicellen sterk groeien. Er is niet zoveel verbeeldingskracht voor nodig om te bedenken dat dan vooral arme vrouwen door middel van betaling zullen worden verleid eicellen af te staan, aldus de hoogleraar.

Dat wil niet zeggen dat Jochemsen, tevens directeur van het christelijke Lindeboom Instituut voor medische ethiek in Ede, blij is met de wet zoals die nu is. Onderzoek met restembryo’s, die overblijven na ivf, blijft immers mogelijk. Dat ze er nu eenmaal toch zijn, vindt de hoogleraar niet voldoende argument om ze dan maar voor onderzoek te gebruiken. Dat het alternatief vernietiging zou kunnen zijn, ook niet. „Het feit dat iemand toch moet sterven, betekent niet dat je met hem mag experimenteren.” In donatie aan ouders die graag een kind willen, „een soort prenatale adoptie”, ziet hij de minst slechte optie.

Jochemsen: „Maar het beste is natuurlijk te zorgen dat die restembryo’s niet ontstaan.” Hij is dan ook zeer te spreken over nieuwe ivf-technieken zoals die onder meer in het UMC Utrecht worden ontwikkeld. Daar krijgen vrouwen minder zware hormoonbehandelingen, met als gevolg minder eitjes en minder embryo’s. Uiteindelijk blijkt de kans op een gezond kind echter niet minder dan bij de traditionele behandeling. „Op die manier wordt het probleem van de restembryo’s vanzelf kleiner”, aldus Jochemsen die meewerkte aan de medisch-ethische paragrafen van het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie. Wat hem betreft moet het onderzoek zich volledig richten op volwassen stamcellen. „Dat biedt genoeg perspectief. En het kan zonder specifieke ethische bezwaren.”

Hij vreest echter dat hij en geestverwanten met hun bezwaren tegen embryonaal stamcelonderzoek en klonen uiteindelijk toch roependen in de woestijn kunnen blijken te zijn. „Nederland is tot nu toe relatief nuchter geweest over mogelijke resultaten. Maar gezondheid is ook hier zo’n enorme waarde geworden, dat de morele kanten van dergelijke experimenten al gauw minder zwaar wegen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden