Het NS-Olifantenpad (II)

De president-directeur van de Nederlandse Spoorwegen, aan wie ik vorige week op deze plaats een brief schreef, heeft nog niet gereageerd. Je zou zeggen: persvoorlichter leest zo’n stukje en klimt in de telefoon.

Dat stukje ging over de merkwaardige sensorische deprivatie waar de NS zijn reizigers aan onderwerpt. Bij het inrichten van stations wordt niet uitgegaan van de informatiebehoefte van iemand die dat station nooit eerder bezocht heeft, maar van iemand die er elke dag komt. Die kan bij wijze van spreken blind naar zijn of haar trein lopen, en dat is dan ook precies hoe de minder frequente bezoeker zich voelt: blind.

Voor websitebezoeker Jan Kleinjan uit Zwolle was mijn stukje een ’feest van herkenning’. Ook als geroutineerde treingebruiker wordt hij voortdurend geconfronteerd met ’dit soort knulligheden.’ De NS beschouwt passagiers als een bijproduct van het goederenvervoer, meent Jan, vandaar die achteloosheid. Frans uit Huizen had op station Hilversum onlangs precies dezelfde ervaring en sprak de stationschef erop aan. „Het heeft de aandacht”, zei die, terwijl alles erop wijst dat het juist niet de aandacht heeft.

Beide stations waarover ik schreef worden verbouwd, schreef een sitebezoeker, daar moet ik begrip voor hebben. Onzin, stationsverbouwingen duren vaak járen, hoe lang is de herinrichting van de IJ-oever nu al niet gaande? Is dat een excuus om geen honderd euro te investeren in wat bedrukt karton?

Ik schreef over de noordingang van Amsterdam CS en hoe die haast opzettelijk verstopt lijkt. Loop die gang in. Pas na twee of drie trappen, omhoog naar de perrons, hangen de eerste vertrekstaten. Als je op een van de eerdere perrons moet zijn, moet je dus teruglopen. En zo gaat het daar dus ook: reizigers die van noord naar zuid lopen en een handjevol reizigers dat zich moeizaam tegen die stroom in beweegt. Botsingen, irritatie, enzovoort. Ik kan dat niet anders typeren dan als ergonomische onverschilligheid.

Nu we het toch over die vertrekstaten hebben, ik hou het een beetje bij en ik schat dat met 1 op de 5 NS-vertrekstaten iets mis is, niet zelden met onleesbaarheid tot gevolg. De verlichting is uitgevallen, er zijn meerdere exemplaren over elkaar gelegd zodat je niets meer kunt ontcijferen, het heeft gelekt en de hele zaak is gerimpeld, het binnenwerk hangt los zodat de zaak harmonicagewijs in elkaar gezakt is, het licht gaat voorlangs in plaats van erdoorheen – enzovoort.

Het is alsof ze bij de NS denken: onze treinen komen maar bij benadering op tijd, al het andere hoeft ook maar bij benadering. De vertrekstaten hoeven ook maar bij benadering ontcijferbaar te zijn, deze gang hoeft ook maar bij benadering schoon te zijn.

„Anything worth doing, is worth doing right”, zei mijn moeder, en gelijk had ze.

C-factortest al gedaan? Schrijft Annemarie Voorbaak, die klagen over dit soort ongerief ’calvinistisch’ vindt. Dat is een misverstand, Annemarie, het is juist heel katholiek. Calvinisten dragen zulk leed lijdzaam in stilte, klagen mag niet, het gezag van de staat is bovendien het gezag van God. Terwijl katholieken, die willen van het leven genieten en protesteren als iemand dat verhindert. Mijn C-score, beste Annemarie, was dan ook slechts 29.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden