Het NOS-Journaal kan het ook nooit goed doen

“Vorig jaar zomer en najaar kregen we veel brieven met de vraag wanneer we eens ophielden met die berichtgeving over Bosnië. Dat daar geschoten werd wisten ze nu wel. Mensen willen vaak niet meer weten wat voor erge dingen er in de wereld gebeuren. Ze wenden zich dan niet tot de veroorzaker van die gebeurtenissen, maar tot de boodschapper. Die moet ophouden met dat verschrikkelijke nieuws te brengen. De tendens van de laatste jaren is: of we het niet wat positiever kunnen zien. Dat heeft te maken met het feit dat er de laatste jaren steeds meer regionale brandhaarden ontstaan. Daar komt bij dat er hoe langer hoe meer camera's in de wereld komen die voor veel beelden zorgen. Die door te geven zien wij als onze journalistieke verantwoordelijkheid. Stoppen we vrolijker onderwerpen in onze journaals, dan krijgen we al gauw te horen dat men niet zit te wachten op televisie van achter de dorpspomp.”

FRED LAMMERS

De een vindt dat er te veel politiek in zit, de ander beklaagt zich over te realistische beelden. De rol van landelijk pispaaltje lijkt een nevenfunctie te zijn van het NOS-Journaal. Nieuwskeuze, zuiverheid in taalgebruik, taalfouten, uitspraak, kleding, de manier van presenteren, de leeftijd van nieuwslezers; het leidt allemaal en steeds weer tot volop diskwalificaties van het journaal. Als, vooral in verkiezingstijd, de camera's even op één politieke partij zijn gericht regent het klachten van andersdenkenden.

“Iedereen tevreden stellen kun je nooit”, verzucht Gerard van der Wulp, hoofdredacteur van het NOS-Journaal. “Wekelijks krijgen we vele honderden individuele reacties. Het is net zoals bij kranten: de meeste mensen reageren alleen als ze het ergens niet mee eens zijn. De brieven die we krijgen zijn soms erg ontmoedigend. We laten die reacties meewegen, maar ze zijn niet bepalend voor ons beleid. Belangrijker dan die individuele reacties is het wetenschappelijk onderzoek dat we regelmatig laten doen naar het gebruik van ons product. Daaruit komt naar voren wat de grote massa echt vindt van het journaal, wat men ermee doet en wat men ervan onthoudt. Vanwege de concurrentie publiceren we die uitslagen niet meer. We maken er wel elementen uit openbaar, zoals het feit dat de meerderheid van het Nederlandse publiek het NOS-Journaal nog steeds als de belangrijkste en betrouwbaarste nieuwsbron ziet.”

Dat is, moet Van der Wulp toegeven, de laatste zes jaar zo'n tien procent minder geworden en schommelt nu rond de 51 procent. Naar het NOS-Journaal kijken dagelijks ongeveer vier miljoen mensen. Het RTL-journaal heeft ruim twee miljoen afnemers. Van der Wulp: “Het journaal van acht uur wordt nog steeds het meest bekeken, maar er zijn dagen dat de nieuwsuitzendingen van zes en tien uur hoger scoren, bijvoorbeeld als er voetballen tegenover staat. Onze doelstelling is ook niet om het journaal van acht uur zo goed mogelijk bekeken te krijgen, maar te bereiken dat zoveel mogelijk mensen tenminste één keer per dag van het nieuws kennis nemen. Ik kijk naar het bereik per dag en niet naar het bereik per bulletin. Belangrijk is dat mensen bij het nieuws betrokken blijven. Dat laatste wordt vaak erg onderschat. Er zijn heel veel mensen in Nederland die geen kranten meer lezen, op de radio alleen maar naar muziekjes luisteren en slechts af en toe het journaal inschakelen. Dat is een groeiende groep, die veel groter is dan velen denken.”

“Voor die mensen moet het journaal toegankelijk blijven. Zij moeten begrijpen wat we vertellen, want als ze ook niet meer naar ons kijken is de desastreuze tweedeling die in de maatschappij aan de gang is helemaal een feit geworden. Het gevaarlijke is dat de voortrekkende bovenlaag dat niet doorheeft. In de politiek beseft men dat ook te weinig. Het heeft te maken met de steeds groter wordende kloof tussen de politiek en de bevolking. Veel intellectuelen blijven in hun eigen kringetje doordraaien zonder te beseffen wat er daarbuiten aan de hand is. Die denken dat Henny Huisman de wereld is. We hebben bij het journaal te maken met mensen die Trouw hebben gelezen en er alleen de bewegende beelden nog bij willen zien. We hebben óók te maken met mensen die geen krant meer lezen, maar gewoon de elementaire nieuwsfeiten willen hebben. Het is niet makkelijk het die twee groepen naar de zin te maken.”

Nieuwe munitie tegen het NOS-Journaal werd aangedragen toen RTL 4 met een eigen dagelijks journaal begon, dat al snel, volgens een deel van de spraakmakende gemeente, minstens net zo goed was - en de duo-presentatie was zelfs beter. Van der Wulp: “Dat bestrijd ik. Wij beperken ons sterk tot de eerste nieuwslijn. Dat doen wij omdat we op publieke zenders worden uitgezonden die ook actualiteitenrubrieken hebben. Die actualiteiten zijn geen concurrenten van ons, zoals vroeger, maar waardevolle aanvullingen op het journaal. We moeten elkaar binnen de publieke omroep versterken en werken daartoe intensief samen. Een duidelijke tendens is om de actualiteitenrubrieken te gaan groeperen achter de journaaluitzendingen. Dat is begonnen met 'Nova', later volgde '2 Vandaag' en vanaf komende zomer is er een samenwerkende actualiteitenrubriek op Nederland 1, bestaande uit 'Brandpunt', 'Hier en Nu' en 'Avro's Televizier'. Die gaat iedere avond na het journaal van acht uur een half uur actualiteiten brengen.”

“Als je naar het RTL-nieuws kijkt, zie je dat daar vrij regelmatig tijdloze reportages in zitten. Ik hoor trouwens de laatste tijd steeds minder dat men het RTL-nieuws beter vindt. De eerste tijd dat RTL een journaal bracht en wij als grote monopolist die het al die jaren, soms met behoorlijke arrogantie had gedaan, eindelijk concurrentie kregen was de tendens: de underdog zullen we steunen. Dat er concurrentie is gekomen is uitstekend. Dat heeft ons behoorlijk vernieuwd.”

Beide journaals hebben vaste afnemers. Bij RTL zijn dat de kijkers naar de soapseries die het journaal van half acht tussen de bedrijven door meepikken. Een half uur later stemt een grotendeels andere groep doelbewust af op het NOS-Journaal. RTL haalt wel kijkers bij de NOS weg, want mensen die om half acht bij de commercie het nieuws, dat volgens Van der Wulp 'niet slecht' is, hebben gezien, hebben er nauwelijks behoefte aan ook nog het journaal van de NOS te consumeren.

Van der Wulp: “RTL is onze enige serieuze concurrent. De kijkersgroep die 'Hart van Nederland', 'Veronica's Nieuwslijn' en buitenlandse televisiezenders, zelfs de door fijnproevers zo vaak geroemde BBC, inzuigt is nul komma nul, te verwaarlozen.”

Het NOS-Journaal probeert meer greep op de markt te krijgen door de contacten met de regionale omroepen te versterken. De redactie trekt deze maand met journaal-coryfeeën het land in om via de regionale televisiezenders te laten doorklinken hoe Hilversum ons land voorziet van nieuwsbulletins. RTV Oost kwam vorige week als eerste aan de beurt. De komende week volgen Radio TV Noord, RTV Drenthe en Omrop Fryslân. Henny Everts, directeur/hoofdredacteur van RTV Oost ziet deze ontwikkeling als een historisch gebeuren. “Het is een erkenning van de regionale omroepen. Vroeger werd er neerbuigend over ons gedaan. Hilversum zag de regionale radio niet zitten. Daardoor hebben ze op dat gebied de boot gemist. Ze hadden niet verwacht dat de regionale omroepen zo'n vlucht zouden nemen. Er is nu alsnog een hechte samenwerking op radiogebied ontstaan. De bedoeling is dat dit binnenkort ook met televisie gaat gebeuren.”

Het NOS-Journaal heeft voor de nabije toekomst een duidelijke lijn uitgestippeld, vertelt Gerard van der Wulp, die per 1 juli vertrekt als hoofdredacteur omdat hij er na negen jaar de voorkeur aan geeft journalistiek weer op de barricaden te staan. “Onze toekomstvisie komt neer op het handhaven van de uitstraling van betrouwbaarheid en degelijkheid. Daaraan voegen we de elementen snelheid en alertheid toe. Als ergens in Nederland of elders in de wereld iets gebeurt, willen we beelden daarvan binnen enkele minuten naar de kijker brengen. We hebben permanent twee satellietwagens - busjes met een schotel erop - beschikbaar. Daarmee kunnen we met elke lokatie in Nederland communiceren. Van een belangrijke bijeenkomst in de regio zie je dezelfde avond nog een verslag. Het nieuws wordt nu gebracht op het moment dat het plaatsvindt. Met het buitenland hebben wij een satellietsysteem opgebouwd dat 24 uur per dag in 64 aangesloten landen binnen enkele minuten gebruiksklaar is. Het gaat snel, maar het kan allemaal nog veel sneller. Als je nu een journaal ziet kijk je naar een volgorde die voor jou is bepaald. In een krant bepaal je je eigen volgorde en lees je alleen wat je interesseert. Over een jaar of vijf kun je dankzij de interactieve televisie op de momenten die je zelf kiest naar het doorlopend geactualiseerde journaal kijken zoals je de krant leest. De kijker wordt voor een deel mede-eindredacteur.”

Door de intensieve samenwerking die nu met de omroepen in de regio's wordt voorbereid, zal per 31 december vijf dagen per week in de dertien regio's via Nederland 2 in de vooravond drie kwartier regionaal nieuws worden uitgezonden. Van der Wulp: “Die uitzendingen zullen per regio verschillen. Op de plaatselijke kabel zullen die regionale uitzendingen later op de avond een paar keer worden herhaald. De NOS, die dit project voor een deel financiert, kan van die uitzendingen ook gebruik maken voor de officiële journaals.”

De publieke omroep hoopt op deze manier andere concurrenten, met name in de uitgeverswereld, voor te zijn. Die zitten volgens Hennny Everts niet stil. “Maar de regionale omroepen zijn publieksomroepen, vandaar dat men in eerste instantie voor samenwerken met de NOS is.”

Van der Wulp ontkent dat hij het journaal op deze en andere manier flitsender en blitser wil maken. Het verhaal dat nieuwslezeres Elleke van Doorn vanwege haar leeftijd van het scherm zal worden gehaald noemt hij 'onzin'. Die uitspraak is een geruststelling voor Frank du Mosch die per 1 september als presentator/verslaggever van het Jeugdjournaal naar het gewone journaal overstapt. Hij voelde geen enkele behoefte Elleke van Doorn van haar stoel te verjagen.

Van der Wulp: “Wij hebben niets tegen oudere nieuwslezers. Anders hadden we Philip Freriks, die ouder is dan Elleke, niet aangetrokken als nieuwslezer. Maar als je een nieuwe presentator nodig hebt is het vrij logisch dat je die in een wat jongere groep zoekt als de rest van je presentatoren wat ouder is.”

Vandaar Frank du Mosch (33), die het vak leerde bij het Jeugdjournaal. “De manier van doen daar draag ik met me mee. Ik zal proberen bij het NOS-Journaal het Jeugdjournaal-eigene dat ik heb te behouden. Mijn persoonlijkheid zal niet veranderen. Ik kan helaas niet meer in de balken gaan hangen om een klok te luiden. Dat is voorbij.”

Du Mosch hoopt dat het gewone journaal zich verder gaat 'verjeugdjournaliseren', dichter bij de mensen gaat staan, moeilijke woorden en begrippen vermijdend. “Dat laatste slaat bij een grote groep kijkers aan. Ze zijn op de goede weg. Een paar dagen geleden had Job Frieszo het over boeven vangen. Zo'n uitdrukking zou een paar jaar geleden in het journaal ondenkbaar zijn geweest.”

Het Jeugdjournaal heeft 'een hoog aaibaarheidsgehalte' constateert Frank du Mosch. “We zijn het meest doodgeknuffelde programma van de omroep. Ons bereik gaat veel verder dan de bovenbouw van de basisschool, waar we ons speciaal op richten. Jongere kinderen kijken ook naar onze uitzendingen evenals oudere mensen en relatief veel allochtonen, die het heerlijk vinden dat wij zoveel uitleggen. Maar je moet niet, zoals Theo van Gogh onlangs heeft gedaan, met een kind van vier jaar gaan kijken en je er vervolgens in de Vara-gids over beklagen dat het Jeugdjournaal zo gewelddadig is. Dat neemt niet weg dat ook wij harder zijn geworden.”

In tegenstelling tot het NOS-Journaal heeft het Jeugdjournaal (dagelijks 600.000 afnemers) geen concurrenten en dat zit er volgens Frank du Mosch ook niet aan te komen, omdat de commercie zich nog wel eens zal bedenken voor ze met zo'n in verhouding verschrikkelijk duur programma beginnen. “Ik eet mijn pet op als dat gebeurt. Op zich is dat best jammer, want van concurrentie is nooit iemand slechter geworden. Dat is bij het gewone journaal gebleken. Dat was een aantal jaren geleden een tikkeltje ingedut, met een hoog gehalte zelfgenoegzaamheid. Wij zaten er aan de andere kant van de schutting naar te kijken.”

Overigens vraagt Du Mosch zich wel af hoe het over enige jaren moet, als het gewone journaal meer is opgeschoven in de richting van het Jeugdjournaal. “De discussie daarover is heel voorzichtig op gang gekomen. Er moet bij het Jeugdjournaal ontzettend goed over worden nagedacht wat de toegevoegde waarde is ten opzichte van het gewone journaal. Dat is een wezensvraag. Op termijn is dat voor het Jeugdjournaal een bedreiging. Die kun je alleen maar voor zijn door nog eigenzinniger te worden.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden