Het nieuwe Stedelijk: wereldspeler of subtopper?

Het Stedelijk Museum is, na acht jaar, weer open. Het wil weer naar de wereldtop. Trouw vraagt een aantal spelers in de kunstwereld: kan dat wel? 'Het Stedelijk heeft een aankoopbudget van 1 miljoen euro per jaar. Op de internationale markt is dat een grap.'

Nét zo spraakmakend zijn als in het verleden. Weer meedraaien in de 'Champions League' van de kunst. Dat zijn de ambities van het Stedelijk Museum in Amsterdam, dat vandaag na een sluiting van ruim acht jaar wordt heropend door koningin Beatrix en vanaf morgen weer open is voor het publiek. Kan het Stedelijk zijn ambities waarmaken?

Willem Baars, galeriehouder:

"Nee. Net zoals Ajax zich niet meer kan meten met topclubs als Real Madrid en Barcelona, zo zal het Stedelijk Museum niet terugkeren in de internationale top. De collectie is absolute wereldtop, het nieuwe gebouw is ook top. Maar het geld ontbreekt om de spraakmakende tentoonstellingen te brengen die de grote musea in Amerika, Engeland en Frankrijk met hun megabudgetten wél kunnen organiseren. En de economische crisis werkt ook niet mee om private sponsors te vinden.

Het komende jaar zal het ongetwijfeld stormlopen in het Stedelijk, want iedereen wil de kunstwerken zien die ons al die jaren zijn onthouden. Dan trekt het museum inderdaad misschien wel de 500.000 bezoekers waar het op rekent. Maar blijven die ook komen in het tweede en derde jaar na de opening? Dat wordt een moeilijk verhaal als je daarnaast geen toptentoonstellingen kunt programmeren.

Bij gebrek aan geld zou het Stedelijk zich ook expliciet kunnen richten op de internationale voortrekkersrol die het in het verleden heeft vervuld op het gebied van hedendaagse kunst. Het museum was een vlaggeschip, een inhoudelijke wegwijzer bij het signaleren van nieuwe ontwikkelingen en aanstormend talent, maar daarin heeft het de afgelopen jaren stilgestaan. Inhoudelijk ontbreekt nu de kennis om die voortrekkersrol weer te gaan spelen. Er zijn geen topcuratoren en van directeur Ann Godstein is op dit punt weinig te verwachten. Zij is gespecialiseerd in de kunst van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. De vorige directeur Gijs van Tuyl zei dat het Stedelijk na de verbouwing weer moet meedraaien in de Champions League. Ik denk dat de voorrondes al te hoog gegrepen zijn."

Ernst Veen, oud-directeur van de Hermitage en De Nieuwe Kerk in Amsterdam. Nu adviseur en meedenker in cultureel ondernemerschap en projecten:

"Het Stedelijk kan weer tot de toptien van de wereld gaan behoren. Maar dat gaat niet vanzelf, omdat het zo lang dicht is geweest. De crisis werkt ook niet mee. Daardoor is er weinig geld voor aankopen en tentoonstellingen. Maar de collectie is zo enorm rijk dat daar heel veel mooie tentoonstellingen over zijn te maken. Met de collectie heeft het museum echt goud in handen: door werken uit te ruilen met andere musea kan het toch interessante exposities maken. Maar dan zal het museum wel moeten investeren in samenwerking met andere musea. Het allerbelangrijkste is dat nu eerst het publiek weer moet komen om het museum te herontdekken en er weer trots op te worden. En daarna hard aan het werk. Dan komt vanzelf de internationale erkenning wel weer."

Wim van Krimpen, oud-directeur van de Kunsthal in Rotterdam en het Gemeentemuseum Den Haag:

"De collectie is wereldtop. Het gebouw van architect Mels Crouwel is wereldtop. En directeur Ann Goldstein geeft het laatste zetje. Mijn liefje wat wil je nog meer! Ik word er in ieder geval heel gelukkig van."

Carolien Gehrels, wethouder cultuur Amsterdam:

"Amsterdam geldt in de wereld als een interessante stad, ook al is het klein vergeleken bij Londen, Parijs en New York. Ook het Stedelijk heeft niet de schaal en de budgetten van de topmusea, maar neemt toch een interessante positie in. Die heeft het verworven onder directeur Willem Sandberg, die met inzicht en kwaliteit het museum op de wereldkaart heeft gezet. Met diezelfde durf, moed en toewijding zal het museum die positie weer moeten verwerven.

De economie werkt niet mee, maar er is perspectief omdat het museumbezoek wereldwijd de afgelopen tien jaar is verdubbeld. In 2008 kwam 22 procent van de bezoekers naar Amsterdam voor de cultuur. Nu is dat al 32 procent.

Ik kan nu nog niet zeggen of het Stedelijk de komende jaren meer geld krijgt van de gemeente. Daarover nemen b. en w. volgende week een besluit. (Het Stedelijk vraagt 15,6 miljoen euro per jaar, de Kunstraad adviseerde 11,6 miljoen, red.) Maar de gemeente doet al heel veel, hoor. Het Stedelijk krijgt nu al een miljoen euro per maand."

Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag:

"Met gemak gaat het Stedelijk weer meedraaien met de top. Daar is ook niet zoveel voor nodig, want het heeft alles al in huis: een nieuw gebouw dat grandeur uitstraalt en een collectie die tot de wereldtop behoort. Hun collectie is vele malen interessanter dan die van Tate in Londen. Maar dat geldt ook voor onze collectie en die van het Kröller-Müller Museum. De Nederlandse kunstcollecties zijn uniek in de wereld.

Natuurlijk zal het museum zich ook moeten bewijzen met grote exposities. Die kosten veel geld, maar met slimmigheid moet je die toch kunnen organiseren. Ook op dat punt maak ik me geen zorgen, omdat het Stedelijk zoveel moois in huis heeft. Dan wil elk museum wel met je samenwerken."

Hans den Hartog Jager, kunstcriticus:

"Ik vind het een prachtige ambitie om weer bij de wereldtop aan te haken, maar dat gaat het Stedelijk nooit meer redden. Daarvoor zijn ze te lang weg geweest en hebben ze te veel gemist. Tot en met de jaren zeventig hebben ze dankzij goede aankopen een geweldig fundament kunnen leggen. In de jaren tachtig is dat langzaam achteruitgegaan en in de jaren negentig is het zo uit de klauwen gelopen dat ze de aansluiting zijn kwijtgeraakt.

Ik wil dat niet zozeer wijten aan de toenmalige directeur Rudi Fuchs. De reden daarvoor ligt vooral buiten het museum. In die tijd begon de kunstmarkt te exploderen, de bedragen werden steeds hoger. En dan is het zaak om er heel vroeg bij te zijn. Maar juist toen heeft het Stedelijk heel veel ontwikkelingen gemist, zoals de opkomst van de grote Duitse fotografen en de jonge Engelse kunstenaars. Het Stedelijk kocht toen vooral oude kunst uit de jaren zeventig en daarna waren de nieuwe kunstenaars al onbetaalbaar geworden. In plaats van de koers te wijzigen is toen een zwalkend beleid ingezet.

Het Stedelijk teert nu nog steeds op zijn roemrijke verleden. Ik vraag me af of ze wel doorhebben dat die tijd niet meer terugkomt. Het Stedelijk heeft een aankoopbudget van 1 miljoen euro per jaar, op de internationale markt is dat een grap. Eén groot werk kost dat al. Toch denk ik dat het Stedelijk nog aardig kan meedoen, maar dan moet het niet meer wanhopig proberen aan te haken bij de wereldtop. Het moet een andere positie kiezen en daarbij gebruikmaken van het feit dat heel veel kunstenaars er graag willen hangen vanwege het imago.

Ik zou de curatoren willen zeggen: reis de wereld rond en ga op zoek naar interessante ontwikkelingen en opkomende kunstenaars. Je moet er heel vroeg bij zijn en scherpe keuzes maken, zoals in het verleden ook directeur Willem Sandberg deed. Natuurlijk loop je het risico van miskopen, maar er zitten ook genoeg dingen bij die hun waarde zullen bewijzen.

De traditie van het Stedelijk dat de directeur daarin bepalend is, moet het museum loslaten. De directeur moet veel meer delegeren aan sterke curatoren en niet overal het laatste woord in willen hebben. Bovendien is Ann Goldstein vooral in de kunst van de jaren zestig en zeventig gespecialiseerd en niet in wat er nu gaande is.

Dat zie je overigens ook terug in het museum. Het is prachtig geworden, maar ik vind het wel vrij rustig en klassiek. Dat is niet verkeerd als je na zoveel jaar eindelijk weer je topstukken kan laten zien. Maar het Stedelijk moet uitkijken dat het niet te veel voortborduurt op het verleden. Het moet ook tonen wat er nu speelt. Er moet door het hele museum heen reuring zijn, en dat mis ik wel een beetje."

Birgit Donker, directeur Mondriaan Fonds, stimuleringsfonds voor beeldende kunst en cultureel erfgoed:

"Alle ingrediënten zijn aanwezig om weer een wereldspeler te worden: een topcollectie en een prachtig gebouw. Ook heeft het Stedelijk nu een zee aan ruimte voor het organiseren van spannende exposities. Lastig is natuurlijk wel dat ze zo lang dicht zijn geweest, want ze moeten opboksen tegen andere beroemde musea zoals de Tate Modern in Londen. Maar er is veel inventiviteit in het museum, er zitten goede curatoren en de directeur heeft een groot internationaal netwerk.

Voor het kunstklimaat in Nederland is het ook heel goed dat het Stedelijk weer opengaat. Het trekt allerlei activiteiten aan. In Amsterdam zie je nu ineens een hausse aan festivals zoals 'Unseen' en 'Amsterdam Drawing'.

Het Mondriaanfonds heeft de nieuwe lichtinstallatie van Dan Flavin in het museum financieel ondersteund. Maar het is natuurlijk niet zo dat de aanvragen van het Stedelijk nu ineens voorrang krijgen boven die van andere kunstinstellingen. We krijgen ontzettend veel aanvragen, terwijl wij ook minder geld te verdelen hebben. Alleen goede plannen worden ondersteund."

Jop Ubbens, directeur van veilinghuis Christie's in Amsterdam:

"Toen ik dertig jaar geleden kunstgeschiedenis studeerde stond er in mijn Amerikaanse studieboeken over het Stedelijk Museum Amsterdam: small but influential, klein maar invloedrijk. Ik denk dat dat over enige tijd weer geconstateerd kan worden. Het elan komt terug, al zal het Stedelijk zich niet kunnen meten met de topmusea met hun blockbusters. Maar het kan zich wel onderscheiden met een eigen visie en kleine pareltjes. Belangrijk is dat het museum grote internationale verzamelaars aan zich weet te binden. De kracht van directeur Ann Goldstein ligt in haar internationale netwerk. Die zal ze nu moeten tonen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden