Het nieuwe leven van het dorpshuis

Het beeld dat op het platteland haast alle voorzieningen zijn verdwenen, klopt niet. In veel dorpen wordt het voorzieningenpeil juist weer opgekrikt. Dat is te danken aan de trend om allerlei diensten te bundelen. Het oude dorpshuis wordt omgetoverd in een multifunctioneel centrum.

Het is een droom van een gebouw: multifunctioneel centrum 't Vlechtwerk in het Friese dorp Noordwolde. Niet alleen is de architectuur van buiten en van binnen een feest voor het oog, ook het aantal activiteiten dat erin is samengebracht, maakt indruk. Een museum, een vensterschool, een fluoriserend roze theaterzaal met foyer, een Wereldwinkel, een bibliotheek, een jeugdhonk, het dorpsarchief, een consultatiebureau, en dat is nog maar de helft van het aanbod.

Ook van de kosten sta je te kijken: een investering van ruim 7 miljoen euro in een plaats met 3500 inwoners. Gaat het soms weer goed met het platteland? Dorpen waren toch beroofd van hun voorzieningen? Of is Noordwolde een uitzondering?

Het antwoord op de laatste vraag is ja en nee tegelijk. Slechts weinig dorpen in Nederland beschikken over zo'n fraai uitziend en goed geoutilleerd centrum. Niet voor niets komen er elke week busjes met gemeentelijke delegaties naar Noordwolde, een dorp in het zuidoosten van Friesland dat vanaf de jaren zestig in de versukkeling raakte door het ineenstorten van de lokale rotanindustrie.

Aan de andere kant is 't Vlechtwerk juist een goed voorbeeld van een nieuwe maatschappelijke trend: concentratie van allerlei voorzieningen op één plek in het dorp. Meestal gebeurt dat in het dorpshuis, waarin vanouds vooral verenigingsactiviteiten zijn ondergebracht. Maar het dorpshuis zal in wat grotere dorpen steeds vaker plaats maken voor een nieuwe 'multifunctionele accommodatie', waarvan het ontwerp precies is afgestemd op de lokale behoefte aan bepaalde voorzieningen.

Ook Mantgum (een kleine 1000 inwoners) kreeg twee jaar geleden een nieuw pand, compleet met sportvelden erbij. Binnen zijn kleedkamers, een computerruimte, een peuterspeelplaats en een kantoor van de stichting kinderopvang Zuidwest-Friesland. Het parkeerterrein is tevens marktplaats, de kelder is ingericht voor jeugdclubs en de kerk gebruikt het pand voor de zondagschool.

De trend om diensten in de sfeer van vrije tijd, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn samen te voegen is een jaar of vijftien geleden in veel kleine dorpen uit nood geboren, doordat de economische situatie op het platteland was verslechterd, vertelt Tom Vellinga. Hij is consulent van de SDF, een stichting die de 230 dorpshuizen in Friesland bijstaat met informatie en advies op vele terreinen.

,,Allerlei voorzieningen verdwenen maar het dorpshuis bleef bestaan, doordat recreatieve verenigingen zich juist verrassend goed staande hielden. Geleidelijk veranderde het dorpshuis in een basisvoorziening waarin diensten werden ondergebracht die te duur waren om in de bestaande vorm te handhaven. Zoals een bibliotheek, peuterspeelzaal, consultatiebureau, kapper of pedicure. Maar er zijn ook dorpshuizen gecombineerd met een school of een huisartsenpost. In Wergea houdt de politie op gezette tijden kantoor in het dorphuis. In Poppenwier is er een jachthaventje bij. In dorpshuis De Jister in Aldeboarn wordt gekookt voor bewoners met groente uit eigen tuin. Het dorpshuis in Gaastmeer herbergt een winkel. In Iens kan men in de zomer het dorpshuis huren als vakantiewoning en sommige dorpshuizen hebben er een campinkje naast'', weet Vellinga.

Intussen ontdekt ook de overheid dat dorpscentra met een multifunctioneel karakter een veelbelovend instrument zijn om het platteland (waar zes miljoen Nederlanders wonen) 'leefbaar' te houden. Zowel drukbezette forensen als minder mobiele dorpsbewoners hebben er profijt van, blijkt uit onderzoek.

Astrid van der Kooij van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW) heeft net een literatuurstudie afgerond naar het voorzieningenniveau in dorpen, in opdracht van het 'projectbureau dagindeling'. Dit projectbureau brengt voor het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid in kaart hoe de samenleving beter kan worden ingericht op mensen die arbeid en zorg combineren. Van der Kooij concludeert dat het totale aanbod van voorzieningen de laatste decennia is gedaald, maar dat de situatie weer begint aan te trekken.

,,Vooral winkels zijn verdwenen. Ook zijn er geen grote zorginstellingen meer op het platteland. Maar met basisscholen en dorpshuizen gaat het niet slecht. Huisartsen zijn er nog wel, maar dat gaat in de toekomst een probleem worden, net als elders. Postagentschappen vind je haast niet meer, maar dat geldt ook voor stadswijken. Kinderopvang - voorschools, tussenschools, naschools - neemt juist toe, al blijft de groei achter bij de stad. Het is een van de nieuwe zaken die je tegenwoordig aantreft in dorpshuizen en basisscholen.''

Het viel Van der Kooij op dat er weinig onderzoeksgegevens bestaan over de vraag hoe het er voor staat met voorzieningen op het platteland. ,,Maar het is duidelijk dat er door bewoners zelf veel wordt ondernomen om het aanbod op te krikken en nauw te laten aansluiten op de specifieke vraag in een dorp. En die vraag is aan het veranderen, met name die van werkende ouders, ouderen en gehandicapten. Voor hen is een goed voorzieningenniveau in de dorpen van groot belang.''

De positieve effecten van het samenvoegen van voorzieningen komen ook naar voren in experimenten die sinds 1999 worden uitgevoerd in het kader van de 'stimuleringsmaatregel dagindeling'. Het betreft projecten die gericht zijn op eigentijdse, creatieve combinaties van voorzieningen op het gebied van kinderopvang, onderwijs, vrije tijd, huishouden en mantelzorg. Ze moeten ideeën opleveren voor een 'sociale infrastructuur' die mensen in staat stelt zorgen en werken goed te combineren.

Van de 140 experimenten vinden er 17 plaats in het landelijk gebied. Het eerdergenoemde 't Vlechtwerk in Noordwolde is er één van. Een ander Fries voorbeeld is het project 'Te Plak'. Dit is een onderzoek in vier dorpen naar de haalbaarheid van kostendekkende gemaksdiensten: van kleine reparaties tot kleinschalig vervoer en van huishoudelijke hulp tot buitenschoolse opvang. Het concept blijkt een uitkomst te zijn voor werkende ouders, ouderen en gehandicapten. Verder wordt er in de gemeente Boarnsterhim geëxperimenteerd met opvang van kinderen tussen 0 en 12 jaar in hetzelfde gebouw. Door de bundeling kan op kleine schaal toch een breed aanbod aan opvang worden geboden, zodat op het platteland de vrouwenemancipatie niet stagneert.

Komend voorjaar lopen de proefprojecten af. Maar nu al staat vast dat de plattelandsexperimenten verrassend goed uitpakken. Daarom werkt het ministerie van landbouw alvast aan een regeling om dit soort initiatieven te ondersteunen. Binnen kleinschalige dienstenknooppunten is ook een terugkeer van puur commerciële functies denkbaar, zegt David Mol, adviseur van het projectbureau dagindeling. ,,Bijvoorbeeld door één persoon te belasten met de verkoop van postzegels, een boodschappendienst of een stomerijservice.''

Concentratie van voorzieningen hoeft overigens niet altijd te betekenen dat diensten in hetzelfde gebouw zijn gevestigd. Neem alleen al de 225 Friese dorpen met minder dan vijfhonderd inwoners. Die zijn domweg te klein voor breedopgezette multifunctionele gebouwen. Maar mogelijk kan in die gevallen een doordachte spreiding van voorzieningen een oplossing bieden, met internet en kleinschalig vervoer als verbindende schakels, denkt consulent Vellinga van de Friese dorpshuizenstichting.

Aan de trend om voorzieningen op één plek te bundelen kleven nog wel wat problemen, benadrukt hij. Een van de hindernissen is de huisvesting. Niet alle dorpshuizen zijn geschikt als onderkomen voor moderne combinaties van voorzieningen. Maar voor de bouw van nieuwe accommodaties bestaat op dit moment geen subsidieregeling. NIZW-onderzoekster Van der Kooij zegt ook: ,,We hebben het over een ontwikkeling die niet te stuiten is, maar waar wel overheidsgeld bij moet. Anders sluiten de voorzieningen op het platteland straks onvoldoende aan bij de veranderende vraag van haar bewoners.''

Een tweede probleem is dat in kleine dorpen het draagvlak voor bijvoorbeeld kinderopvang meestal te smal is om te voldoen aan de wettelijke eisen ten aanzien van ruimte en personeel. Het ziet er echter naar uit dat in toekomstig beleid ruimte zal zijn voor voorzieningen 'op maat'.

En dan is er nog de vraag wie de multifunctionele dorphuizen of centra moet exploiteren en beheren. Nu nog zijn het meestal uitsluitend vrijwilligers die de dorpshuizen in alle opzichten draaiende houden. ,,Het effect van de concentratietrend op exploitatie, bestuur en beheer wordt vaak onderschat'', zegt Vellinga. Hij noemt ter illustratie het Friese dorp Waskemeer waar men probeert een combinatie van het dorpshuis met een mavo tot stand te brengen. ,,Een ingewikkeld proces, waarover veel moet worden vergaderd. De vrijwilliger van het dorpshuis zit daar aan tafel met allemaal beroepskrachten. Zo gaat het vaak.''

En de vrijwilligers hébben het al zo druk: met het onderhoud van hun dorpshuis en met de naleving van alle regels rond geluid, hygiëne, brandveiligheid, arbeidsomstandigheden en noem maar op. Vellinga verwacht dat vrijwilligers de drijvende kracht achter de dorpshuizen zullen blijven, maar hij vindt dat er in grotere centra ook een vorm van professioneel beheer nodig is. Daarnaast pleit hij voor gemeentelijke subsidies voor onderhoud en exploitatie, zodat vrijwilligers vooral voor inhoudelijke zaken kunnen worden ingezet en minder vaak met de verfkwast in de weer hoeven.

Terug naar Noordwolde. Ook daar worstelt men al enige tijd met de vraag op welke manier 't Vlechtwerk het beste beheerd kan worden. Gedacht wordt aan iemand die niet slechts het gebouw beheert maar die ook inhoudelijke samenwerking tussen de diverse gebruikers weet te bevorderen.

Het complex staat er nu twee jaar. Volgens Marten Dragtsma, voorzitter van het Nationaal Vlechtmuseum dat in het gebouw is gehuisvest, hebben de gemeente Weststellingwerf en de inwoners van Noordwolde zich als één man sterk gemaakt voor de totstandkoming. ,,Iedereen vond dat dit dorp nieuw elan nodig had. Doordat de rotanindustrie in de jaren zestig, zeventig verdween, was Noordwolde zijn identiteit kwijt. 't Vlechtwerk heeft het dorp weer smoel gegeven, er is hier weer iets om trots op te zijn.''

Bewust is niet gekozen voor een gebouw met een neutrale uitstraling maar voor spraakmakende architectuur, gekoppeld aan de vroegere rietvlechtschool. En de felroze ruimte met podium heet heel bewust 'theaterzaal', niet gewoon 'grote zaal'. Ook de spreuk boven de hoofdingang tekent de ambitie van 't Vlechtwerk: 'Ieder mens heeft het recht deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap' (uit de Rechten van de mens).

Waar 'verheffing van het volk' ooit aan de basis stond van het stichten van dorpshuizen, is dit ideaal in Noordwolde nu weer springlevend. Het pand heeft het in zich om activiteiten van hoge kwaliteit te ontplooien, zegt Dragtsma. ,,Er zijn veel natuurlijke dwarsverbanden, bijvoorbeeld tussen de vensterschool, de bibliotheek, de dans- en muziekschool, de theaterzaal. Door die te benutten kun je dingen organiseren die een grote impact hebben. Een maand van de muziek bijvoorbeeld.''

Dragtsma vindt dan ook dat concentratie van voorzieningen niet het einddoel moet zijn. ,,Uiteindelijk gaat het om integratie. De kracht van het geheel moet het uitgangspunt zijn, in plaats van de belangen van de afzonderlijke deelnemers. Als hier een schrijver komt voorlezen uit eigen werk wordt er aan het begin van de avond gezegd: 'Welkom namens de culturele commissie'. Ik zou willen dat er gezegd werd: 'Welkom namens 't Vlechtwerk'. Maar zo'n mentaliteit ontstaat niet spontaan. Je zult iemand moeten aanstellen die dat stuurt. Op die manier kan een centrum ontstaan dat helemaal bij deze tijd past, een echt leefbaarheidscentrum.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden