Het nieuwe Eindhoven

Een lelijke, saaie stad? De Dutch Design Week is een goede aanleiding om het andere Eindhoven te ontdekken.

"Gooi plat, gooi plat", zegt een Eindhovenaar als een gebouw in de stad zijn functie verloren heeft. In de loop van de jaren gingen op die manier talloze karakteristieke bouwwerken tegen de vlakte: kerken, het oude stadhuis, een theater, een pandje dat - oeps - achteraf uit de Middeleeuwen bleek te stammen. De stad maakte steeds zorgvuldig korte metten met alles dat maar zweemde naar karakter of sfeer, naar 'typisch Eindhoven'. Om plaats te maken voor iets nieuws en glanzends.

Het past natuurlijk wel bij een stad die letterlijk groot is geworden door de industrie. Alles is gebouwd volgens het principe: vorm volgt functie. Fabrieksterreinen grenzen aan woonwijken voor de arbeiders met eindeloze rijen eengezinswoningen, want de arbeider wil een voor- én achtertuin. Brede wegen, liefst met viaducten, zorgen voor een efficiënte doorstroming. De Eindhovenaren hebben deze rechttoe-rechtaanmentaliteit met de paplepel binnen gekregen. Ze houden wel van hun stad, maar op hun eigen manier. Hoezo gezellig naar de binnenstad? In het nabijgelegen winkelcentrum is toch ook alles te koop?

Een magneet voor toeristen is Eindhoven zodoende nooit geweest. Of minder aardig gezegd: de rest van Nederland vond het een spuuglelijke, saaie werkstad. Maar misschien wordt het tijd om toch eens een kijkje te komen nemen. Want er groeit een soort historisch centrum dat je nergens anders in het land vindt. Tegen het einde van de vorige eeuw, is de stad haar industrieel erfgoed gaan koesteren. Philips trok zich steeds meer terug uit Eindhoven en oude fabriekshallen kwamen leeg te staan. Net in die periode ontstond de trend om industriële panden om te bouwen tot restaurants, galeries en luxe loftwoningen. In Berlijn, New York, Londen en ook in de havens van Rotterdam en Amsterdam. Maar nergens staan die oude industriepanden zo midden in het centrum als in Eindhoven. Philips begon in 1891 in het hart van de toen nog kleine stad met een piepklein gloeilampenfabriekje. Het bedrijf groeide snel en tegenover dat fabriekje verrees in 1928 een hoog, wit gebouw waarin (handmatig!) veel meer gloeilampen gemaakt konden worden.

Toen deze 'Witte Dame' overbodig werd, weerstond Eindhoven de natuurlijke drang om een sloper te bellen. Het gebouw werd in 1998 het nieuwe onderkomen van de academie voor industriële vormgeving, die een paar jaar eerder was omgedoopt tot Design Academy. In dezelfde tijd trad de onnavolgbare trendforecaster Lidewij Edelkoort toe tot het bestuur. Zij promootte 'haar' academy ongegeneerd bij al haar internationale contacten - net in een tijd dat de belangstelling voor design wereldwijd een enorme vlucht nam. Nederlandse ontwerpers als Piet Hein Eek, Job Smeets, Maarten Baas en Joris Laarman verwierven wereldfaam en het feit dat ze allemaal hadden gestudeerd aan de Design Academy maakte van Eindhoven plots hét designmekka van Nederland.

Dat daar tien jaar geleden heel voorzichtig een eerste Dutch Designweek werd georganiseerd, was niet meer dan logisch. Vandaag begint de tiende editie en daaraan is niets meer bescheiden. De Designweek is de beste tijd om kennis te maken met het nieuwe Eindhoven. De oude fabrieksgebouwen vormen een toepasselijk decor voor alle creatieve en technologische noviteiten die aan het publiek getoond worden. Een ruim decor, want qua verbouw van industrieel erfgoed bleef het niet bij die Witte Dame. De aanpalende Lichttoren werd ook onder handen genomen. In deze witte kolos werd vroeger de levensduur van de gloeilampen getest. In het torentje, dat toen nog boven alle bebouwing uitstak, brandde dag en nacht licht. Nu is het gebouw opgedeeld in ruime loftappartementen en zit op de begane grond een enorm restaurant, Usine, waar tout Eindhoven zich graag laat zien.

Voor wat oudere Eindhovenaren is het iets bijzonders om deze gebouwen te betreden, want vroeger stond er een grote muur omheen. Hier, midden in het centrum, begon de zogenoemde verboden stad, die steeds verder groeide. Alleen als je bij Philips werkte (toegegeven: dat deed een aanzienlijk deel van de bevolking) mocht je er in.

Een paar jaar geleden stootte Philips weer een groot deel van die verboden stad af: Strijp-S. Nog steeds op loopafstand van het centrum, maar een stuk ruiger. Misschien wat te wijds en tochtig voor de liefhebber van een Anton Pieck-achtige binnenstad, maar wel spannend. Het is de bedoeling dat ook hier de enorme fabriekshallen worden gerenoveerd en bovendien moet in de open ruimtes allerlei nieuwbouw verrijzen, inclusief de nodige torenflats. Maar net toen de plannen hiervoor werden gepresenteerd sloeg de crisis genadeloos toe. In Eindhoven staan inmiddels duizelingwekkende hoeveelheden vierkante meters woon- en werkoppervlakte leeg. Of er nog behoefte is aan al die geplande ruimtes, zal moeten blijken.

Hoopvol is de herbestemming van de Hoge Rug, een honderden meters lang fabrieksgebouw uit 1928. Hier komen geen luxe koopappartementen in, maar 240 betaalbare, casco lofts voor de verhuur. In de ruimtes van vier meter hoog wordt enkel een flexibel blok geplaatst waarin keuken en badkamer zitten. De belangstelling is enorm.

Maar komen het al even immense Klokgebouw, de machinekamers en laboratoria op Strijp-S ook nog aan de beurt? Het is de vraag of het erg is als er wat vertraging optreedt. Zo blijft er ruimte voor allerlei creativiteit, die zo belangrijk is voor de stad: ateliers van jonge ontwerpers, galeries vol originele producten, innovatieve restaurants, hallen voor megafeesten - alles waar elders in Nederland vaak geen plek voor is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden