Het 'nein' van lange Heinz'

Meer dan 20000 Duitse soldaten zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog geëxecuteerd wegens dienstweigering. Historicus Leo Salemink ging op zoek naar hun verhaal, nadat hij stuitte op de bijzondere geschiedenis van 'Lange Heinz', een Duitse deserteur die stierf voor het vuurpeloton in Brabant.

Leo Salemink

Op een lentedag, ergens in mei 2001, lees ik voor het eerst over 'Lange Heinz'. Ik ben beroepshalve bezig met een onderwijsproject over de Tweede Wereldoorlog, bestemd voor basisscholen. Mijn bureau ligt vol boeken en brochures. In een daarvan, over de plaats Oudenbosch tijdens de oorlogsjaren, lees ik een kort verhaal -meer een anekdote-over een gebeurtenis die zich waarschijnlijk in oktober 1944 voordeed. De bevrijding van Brabant is aanstaande. Dan schrijft de auteur Ben Suijkerbuijk:

,,DIENSTWEIGERAAR. Bij het station vond een drama plaats. Vier Duitse soldaten die dienst weigerden, zouden gefusilleerd worden. Een inwoonster van Oudenbosch kreeg opdracht een maal te bereiden. Nog eenmaal mochten de veroordeelden van een goede maaltijd genieten en daarna zou hun jonge leven door hun eigen landgenoten vernietigd worden. Op het laatste nippertje bedachten drie van hen zich en onderwierpen zich weer aan de krijgstucht. De vierde hield stand en weigerde verder mee te doen aan deze oorlog. Hij verkoos voor het vuurpeloton te sterven. Een grote kuil werd gegraven en de dienstweigeraar werd voorgeleid en voor de kuil geplaatst. Nog eenmaal werd hem gevraagd of hij zich wilde bedenken. Hij weigerde en stierf volgens zijn landgenoten eerloos. Voor hen was hij een lafaard. Hij bezat echter wel de moed de dood te kiezen in plaats van mee te blijven doen aan de misdaden van de nazi's''

Het verhaal blijft de weken daarna in mijn hoofd rondspoken. Als ik het een jaar na dato weer tegenkom, komen er opnieuw allerlei vragen in me op: zou het echt zo gebeurd zijn? Welke bronnen zijn er? Maar vooral de vraag: wat bezielde deze 'Duitse soldaat van Oudenbosch', zoals ik hem gemakshalve was gaan noemen.

We kennen zovele verhalen van Nederlandse verzetshelden. Maar dit was een Duitse soldaat die bewust -zo lijkt het althans- voor de dood koos en daarmee stelling nam tegen de naziterreur. Of is dat iets wat ik er in wil zien? Na wat speurwerk, onder andere geholpen door Ben Suijkerbuijk, kom ik iets meer te weten.

De soldaat stond bekend als 'lange Heinz' en heette waarschijnlijk Heinrich Wilhelm. Een ooggetuige die het voorval als 14-jarige jongen meemaakte noemt hem een uitzonderlijk sympathieke kerel, die bewust koos voor deze daad. De avond voor zijn berechting gaf hij nog een soort 'afscheidsfeestje' in het dorpscafé van Oudenbosch. Hij trakteerde de kinderen op echte chocolade en er werd gedanst. De volgende dag werd hem voor het executiepeloton nogmaals iets gevraagd. Een andere ooggetuige herinnert zich alleen nog het hard uitgesproken antwoord: 'Nein!'

Na de executie werd de man snel en bijna stiekem begraven, ergens langs de spoorlijn. Later stond er op die plaats nog lange tijd een geel kruis met zijn naam erop geschreven. Geplaatst door burgers van Oudenbosch? Veel meer levert de speurtocht naar dit ene incident niet op.

Over desertie in de Tweede Wereldoorlog is wel algemeen onderzoek gedaan. Natuurlijk pak je dan in de eerste plaats het standaardwerk van L. de Jong, 'Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede wereldoorlog'. Dat valt tegen. Slechts op vier pagina's van zijn in totaal 16000 pagina's tellende werk gaat hij in op 'ongehoorzame Duitse soldaten'. Hij behandelt uiterst summier een paar bijzondere gevallen, onder wie Ulrich Rehorst en Karl Eikens, die zelfs een illegale krant in het Duits uitgaf en dat met zijn dood moest bekopen.

De Jong wijst erop dat op het eind van de oorlog nogal wat Duitse soldaten via 'zelfverwondingen' en desertie aan de apocalyptische chaos van 1944 en 1945 probeerden te ontsnappen. Over aantallen, motieven en achtergronden is weinig te vinden. Het thema van 'de goede Duitser' past natuurlijk ook niet echt in De Jongs rigide goed-fout benadering van de oorlog. En als het niet past, ga je er ook niet naar op zoek.

Dat is wel het geval bij de Duitse historicus Norbert Haase. In zijn onthullende publicatie 'Duitse deserteurs in de Tweede wereldoorlog'. Kevin de Joode schreef over hetzelfde onderwerp een scriptie, maar dan toegespitst op Nederland. Vanuit hun werk wordt het beeld scherper, maar ook complexer.

In de oorlog zijn meer dan 22000 doodvonnissen uitgesproken wegens 'Fahnenflucht' (desertie) of 'zwakte in het zicht van de vijand'. Daarvan zijn er ook zeker 20000 daadwerkelijk voltrokken via executie, ophanging of onthoofding. Men leze het goed: 20000 jongemannen door het eigen leger ter dood gebracht! Nog eens duizenden anderen belandden in concentratiekampen of verdwenen gewoonweg in de 'Nacht und Nebel' van de nazi-terreur. Ter vergelijking: in de Eerste Wereldoorlog waren er aan Duitse kant 48 deserteurs (bij de Fransen trouwens meer dan 700).

Vooral aan het eind van de oorlog voerde Hitler deze justitiële terreur op, onder het motto: 'Aan het front kan men sterven, als deserteur móet men sterven'. Ter afschrikking bepaalde hij dat vanaf 1943 de executie moest geschieden in het bijzijn van de eigen kameraden.

Precieze aantallen voor Nederland ontbreken. Maar zeker op het eind van de oorlog waren er in de grote steden heel wat Duitse soldaten ondergedoken. Vaak tevergeefs; veel deze deserteurs werden door de nazipolitie weer opgespoord. Zo werden er in december 1944 alleen al in de drie noordelijke provincies 127 opgepakt en afgevoerd. In Winterswijk werden op 30 maart 1945 nog 30 Duitse soldaten na een snel proces doodgeschoten, omdat ze -al met burgerkleding aan- probeerden onder te duiken. In Den Bosch werden in oktober vier deserteurs opgepakt, samen met drie burgers die hen geholpen hadden. Deze drie helpers werden ter plekke geëxecuteerd.

Ook op het platteland zwierven overal Duitse soldaten rond op zoek naar eten en/of een onderduikadres. Soms sloten ze zich aan bij het Nederlandse verzet. Zo waren bijvoorbeeld bij de beroemde aanslag op SS-commandant Rauter in maart 1945 twee Oostenrijkse deserteurs betrokken. En ook bij een geplande, maar mislukte aanval op kamp Amersfoort was een overgelopen Duitse officier actief.

Bij dit alles dringt zich steeds meer de vraag op wat de motieven waren voor deze 'Fahnenflucht'. Daar is ondertussen heel wat over geschreven, maar zonder dat dat een eenduidig antwoord oplevert.

Afgaand op de bewaarde dossiers van de in totaal 1133 militaire rechters die zich met dit soort zaken bezig hielden, waren de deserteurs vooral 'asociale' (ze lieten immers hun kameraden in de steek) en 'zenuwzwakke' lieden (ze deugden ook voor de oorlog al niet). Aannemelijker is volgens onderzoeker Norbert Haase de stelling dat er vaak verschillende motieven een rol speelden: heimwee naar vrouw en kinderen, pure angst, defaitisme, psychische problemen, allerlei opportunistische redenen en soms zeker ook politieke motieven. Meestal zal een combinatie van factoren een grote rol gespeeld hebben.

Maar de tegenkrachten tegen desertie waren sterk. De 'eed van trouw' was voor een Duits soldaat belangrijk. Door te deserteren liet je inderdaad je kameraden in de steek. Voor het thuisfront was je al snel een verrader. Voeg daarbij de draconische straffen die je te wachten stond bij arrestatie (vaak de doodstraf) en het is duidelijk dat een soldaat niet snel deze stap zette. Een deserteur schreef in een brief: ,,Er is meer moed voor nodig om een afwijkende mening te hebben, dan om flink door het vuur van machinegeweren heen te stormen.''

Desertie als bewust politieke daad tegen het naziregime lijkt bij een minderheid van de 22000 geregistreerde gevallen een rol gespeeld te hebben. Kritisch bronnenonderzoek en gesprekken et enkele overlevenden maken echter duidelijk dat politieke desertie wel degelijk voorkwam. Norbert Haase geeft een hele reeks van voorbeelden. Juist in het begin van de oorlog -toen velen geloofden in een Duitse eindoverwinning- deserteerden soldaten om politieke redenen. Dat gebeurde toen meer dan in de jaren 1944 en 1945, toen defaitisme het belangrijkste motief was om te deserteren.

Ook 'Lange Heinz van Oudenbosch' zag de oorlog tot een einde komen. Defaitisme zou wel eens zijn motief geweest kunnen zijn. Maar zijn handelwijze wijst in een andere richting: hij duikt niet onder, als enige van de vier blijft hij bij zijn weigering en ook na een nachtje slapen (of was het bidden?) bleef hij bij zijn luid uitgesproken NEIN. Bepaald geen wanhoopsdaad van een psychisch ingestorte frontsoldaat.

Ook het galgenmaal met de 'afscheidsborrel' in het café versterken het beeld van een Duitse soldaat die bewust weigerde nog langer mee te doen aan het terreurbewind van de nazi's. De zoon van een ooggetuige bevestigt dit een halve eeuw na dato volmondig: volgens zijn vader was 'lange Heinz' er steeds meer achter gekomen hoe fout deze oorlog was

We zullen het nooit helemaal zeker weten, maar afgaande op de overgeleverde verhalen die elkaar bevestigen, verdient 'lange Heinz' zeker het voordeel van de twijfel. Alles wijst op een politieke vorm van dienstweigering, al kunnen natuurlijk persoonlijk motieven meegespeeld hebben. Al met al verdeint 'lange Heinz' een plaats in een genuanceerde geschiedschrijving van de Tweede Wereldoorlog. Zijn keuze voor de dood was indirect ook een keuze voor de burgers van Oudenbosch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden