HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS, OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM, 4e JAARGANG NUMMER 2

Chapeau bas! Of was het een badmuts?

Een dame neemt haar hoed namelijk niet af voor een heer, ook een burgeres de hare niet voor de vorst van het land. Laten we de zaak voor de VVD'ers onder ons dus nog maar eens doornemen. De hoed als sociale meetlat mag dan in onbruik zijn geraakt, wie weet hoe het hoort prijst zich gelukkig met de uitgebreide mores rond het hoofddeksel.

De gewoonte om ten teken van ontzag de hoed af te nemen gaat ongetwijfeld terug op een veel drastischer ontbloting uit vroeger tijden. Bij de Assyriers werden krijgsgevangen gedwongen om naakt voor hun overwinnaars te verschijnen, ten teken van onderwerping, en de Grieken lieten de bovenlichamen van hun slaven naakt, om te laten zien wie de baas was. Deze sociale striptease was tegen de middeleeuwen afgenomen tot het afnemen van de hoed door ondergeschikten wanneer hun meester voorbijkwam.

Tegenwoordig draagt menig beschaafd mens geen hoed meer. Het Genootschap beveelt de bloothoofdse gang van harte aan, want een zorgvuldige en passende sociale omgang met het hoofddeksel vergt aanzienlijke inspanningen en wie een beetje etmaal onder een hoed wil doorkomen zal zijn stetson, derby, panama of sombrero meer op dan af hebben.

In ons eigen land, dat mevrouw Terpstra heet te vertegenwoordigen, zijn de juiste zeden omtrent de hoed terug te vinden in de bijbel der etiquette: Hoe hoort het eigenlijk? van Amy Groskamp-ten Have. Weliswaar suggereert het adverbium 'eigenlijk' dat onze maatschappij haar aanbevelingen in de wind slaat, maar de regels zelf trekken zich daar weer niks van aan.

Binnen de hoedencultuur vallen twee voornaamste handelingen te onderscheiden: het dragen van een hoed en het afnemen van een hoed. Een uitputtende lijst van de geldende regels zou het budget van het genootschap overschrijden, daarom een korte samenvatting.

Dames houden bij morgen- en vormelijke middagbezoeken de hoed op doch laten die bij avondbezoek, net als heren de hunne, achter in de gang. Dames in een restaurant houden de hoed op (ook tijdens het ontbijt, tenzij men langdurig in het hotel logeert). Aangaande het lopen zonder hoed op straat, is de schrijfster ruimdenkend. Het mag, maar voor vrouwen geldt dan wel dat ze een onberispelijk kapsel moeten hebben. Krulspelden of natte haren geven geen pas en dienen binnenshuis gehouden of van een hoofddeksel voorzien te worden.

De grootste zorg in het hoedenwezen betreft echter het afnemen in het sociaal verkeer. Dames zijn hiervan vrijgesteld, heren hebben er een dagtaak aan. Het ding moet om de haverklap voor jan en alleman en bij ieder wissewasje af. Zo neemt een heer de hoed af als het volkslied wordt gespeeld of de standaard van het militair regiment langskomt. Hij doet dat ook als hij een hem bekende dame op straat tegenkomt danwel met haar in een lift staat (zelfs als het zijn eigen vrouw is!). Hoed af ook als men een oudere of hogergeplaatste geslachtsgenoot herkent, danwel tegen een lid van het koninklijk huis op loopt. En voorts gaat de hoed af wanneer die heer per ongeluk tegen iemand stoot of als iemand iets laat vallen en de heer raapt het op en geeft het terug. Ook als een welopgevoede heer in gezelschap van een dame een haar bekende derde tegenkomt, die hij zelf niet kent, neemt hij zijn hoed af.

Hoe neemt u het hoofddeksel af? Bij een gewone hoed lijkt dit geen probleem, maar stel u wilt uw badmuts, feestmuts, alpinopet, tiara of helm lichten teneinde te groeten. Hierover geven de etiquetteboekjes helaas geen uitsluitsel. Het enige wat men er leert is dat een stijve hoed bij de rand van het voorhoofd wordt getild, een zachte dient men in het midden bij de 'kroon' af te nemen, en de pet bij de klep.

Dat men voortdurend alert moet zijn op afwijkende regels, spreekt vanzelf. Zo lezen we in het Amerikaanse standaardwerk Etiquette van Emily Post (uit 1937) dat een heer de hoed alleen afneemt voor hem onbekenden, en dat hij voor vrienden en kennissen licht buigt. Glimlachen en buigen horen niet thuis in het contact met vreemdelingen, zelfs dient een heer het slachtoffer van zijn hoffelijkheid niet aan te kijken.

Aan welke cultuur Kamerlid Terpstra haar hoedenbeleid ontleende, weten wij niet, wel dat het niet past in een omgeving waarin men bij uitstek van de hoed en de rand zou moeten weten. RS

Arm, arm biertje

Sommige namen krijg je gewoon maar aangereikt. Bij voorbeeld: nooit de moeite genomen om te denken of de naam 'Buckler' ook iets had te betekenen en of je daar een hogere gedachte of een fijne stemming aan mocht ontlenen tijdens het drinken. Nu wel opgezocht en het blijkt dus te gaan om of een beukelaar of een rondas. Een rondas is een rond schild met een knop in het midden: een buckler.

De samenhang met 'alcoholvrij' bier valt niet echt meteen op. Bestudering van het etiket, ook geen dagelijks werkje, leert ons dat hierop een riem zichtbaar is met een gesp; een buckle is een gesp. Opnieuw is de samenhang met dat waterige drankje niet meteen duidelijk. Gesp me vast, of ik bestel een echt pilsje? Enfin, de bijbehorende wielerploeg wordt ook al opgeheven en binnen het concern is ondertussen Amstel Malt als concurrent gelanceerd.

Alcoholvrij bier weet zich weliswaar als verschijnsel te handhaven, maar met zo'n naam en ook die van bij voorbeeld Bavaria Malt Bier, wordt duidelijk, dat er nog ernstige problemen bestaan met de status. Alcoholvrij is soms alcoholarm. Dat maakt een fancy naam nog een stuk verdachter. Hier wordt niet zo zeer waterig bier verkocht, als wel een schijnbiertje dat op zoek is naar erkenning. Daar helpt een 'ik moet nog rijden' nauwelijks tegen.

Malt

Alcoholvrij of -arm klinkt niet, Buckler is geen naam en Amstel of Bavaria Malt zijn termen die alleen goed vallen bij lui die van andere drankjes de roep van echt Malt kennen maar beter te porren zijn voor goedkope nep of een rookgordijn. Malt betekent gewoon mout, maar Amstel Mout klinkt naar onversneden bier. Malt klinkt naar een hoogwaardig produkt, dat niet als alcoholarm stiefbroertje is geboren, maar de stamvader aller bieren is.

De toevoeging Malt moet de waterbiertjes het postuur geven van het beste van de Schotse whisky. Ook in de whiskey tref je malt aan, maar Schotland en

sky, daar vind je toch de ware malt. En die mag gerust een paar centen, zeg maar guldens - het is beter het pond nu even buiten beschouwing te laten - meer kosten, zodat je met het drinken van een glas maltwhisky niet alleen kunt aantonen over een goede smaak qua papillen te beschikken, maar er ook nog het geld voor te bezitten.

Wie in z'n whiskynaam het woord malt mag voeren, stookt whisky van mout, dat doen de anderen ook, maar voegt daar verder geen smaakstoffen aan toe. Voor zover er iets aparts aan te proeven valt, zijn dit toevoegingen vanwege het vat waarop de whisky gerijpt is (een sherryvat of een waar port in heeft gezeten) of vanwege moeder natuur (Schotland smaakt zilt, de bergbeken hebben hun eigen pure karakter, het turf waarmee het eesten of stoken wordt gedaan geeft een speciaal aroma, enz). Het gevolg hiervan is, dat geen twee malts hetzelfde zijn. Althans, dat beweert elke kenner. In elk geval, een distillateur kan maar een malt whisky brouwen.

Als de kenner z'n tong echt eens goed wil strelen, dan neemt hij een single malt. Opgelet alcoholarme bierdrinkers: het is de single maltliefhebber toegestaan om een drupje water aan zijn drankje toe te voegen, maar ook weer niet in zodanige hoeveelheden, dat er een alcoholarme whisky ontstaat. Punt is namelijk, dat whisky met 60% alcohol bij sommigen de smaakpapillen verdooft. Dan helpt een drupje water. IJsblokjes blijven een punt van zorg, want de oorspronkelijke whisky is ook zonder zo'n nieuwerwetsigheid tot bloei gekomen.

Glen

De meest geliefde malt whiskies komen uit het laagste deel van de Schotse Highlands. Wie Glenlivet op de fles ziet staan, mag bedenken dat ze er een dal een glen noemen, en dat de Livet een rivier is. Tegen populair geloof in: ze hebben in Schotland de sterke drank niet uitgevonden, sterker nog, ze waren er tamelijk laat bij. Maar ze hebben er wel meer dan middelmatig werk van gemaakt. Wie over whisky leest, stuit al snel op een toch van ouds tamelijk weerbarstige Schot, die op het gebied van subtiliteiten plotseling last heeft gekregen van aanvechtingen die wij slechts kennen van de duurste Franse wijnen. Ook in het whisky-geval spelen rijpingsjaren en de plaats van ontwikkeling een belangwekkende rol.

Malt whisky, liever nog single malt whisky, is het begin van deze drank. En het einde. Wij spreken dan over een slokje dat edel is, diepte kent, grootheid geniet, complex is, een specifiek aroma verspreidt en ook wel ervaren wordt als gewoon vies. Daarna komen de gewonere whiskies, de mixen, die te herkennen zijn aan het woord blended op het etiket. Dat wil zeggen, dat er hele goede en wat mindere soorten door elkaar gemengd zijn tot een nog aanvaardbaar drankje. Kost ook een paar centen, maar minder. Nog een stap lager staat de gewone whisky of whiskey, die het op het etiket voornamelijk moet hebben van afnemers die zich concentreren op het alcoholgehalte.

Maar zelfs dan nog zijn wij mijlen ver verwijderd van de aanduiding Malt op het etiket van een alcoholarm biertje, dat in alle opzichten slechts een goedkope illusie biedt. Dat moest alleen even vastgesteld worden.

De staf Het verhaal gaat dat Luns heeft gelekt. In 1950, toen hij uit New York terugkeerde van een vergadering van de Verenigde Naties. In ieder geval waren de betrokken officieren zelf niet op de hoogte toen ze zich moesten verzamelen om de Nederlandse levering van soldaten te regelen voor de VN-politiemacht Multi Force Observers, de huidige VN-vredesmacht.

Ze wisten het wel allemaal. Zodra er sprake zou zijn van een vredesmissie dan zouden zij het regelen. In het dagelijks leven waren deze officieren echter werkzaam op een andere plaats bij Defensie, bij personeel, logistiek of verbindingen.

Op een ochtend in 1950 lazen ze een landelijk ochtendblad. Het was zover, stond erin, Nederland zou een bijdrage leveren aan de politiemacht van de Verenigde Naties. Ze kwamen in actie, groepeerden die politiemacht, regelden verbindingen, troepen, materiaal.

Anno 1992 is dit nog steeds de afdeling die soldaten recruteert om naar Joegoslavie te gaan. Niemand vind het meer raar, maar ze heten nog steeds Staf Ochtendblad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden