Opinie

Het Nationale Ballet huldigt drie vrouwelijke choreografen

AMSTERDAM - De choreografe is een twintigste- eeuwse uitvinding. Tot zo'n honderd jaar terug hadden vrouwen zo goed als geen zeggenschap in de toneeldans. Pas met de komst van Isadora Duncan, Loie Fuller, Ruth St Denis en Maud Allen kwam daarin verandering.

In het verbond van moderne dans en vrouwenemancipatie werd zelfs binnen enkele decennia een nieuwe dramatische zeggingskracht aan het menselijk lichaam toegevoegd: organische aardsgebondenheid in plaats van zwevende lichtvoetigheid. Nog jarenlang zou die emancipatie vanuit Amerika voor een schisma zorgen: tot in de jaren zestig werden de twee stijlen zo goed als onverenigbaar geacht.

Met het einde van deze eeuw der extremen in zicht weten we ondertussen wel beter. De door Martha Graham en Doris Humphrey geïntroduceerde moderne danstechnieken - kortweg contraction & release en fall & recovery genoemd - zijn allang door balletdansers en choreografen over de hele wereld geannexeerd. Als eerste klassiek gezelschap ter wereld rekent Het Nationale Ballet het tot zijn museale taak om die vooroorlogse, vrouwelijke bijdrage aan de eigentijdse balletkunst te exposeren en conserveren. De opening van dit seizoen greep Wayne Eagling aan voor een hommage aan Doris Humphrey, gekoppeld aan de naoorlogse choreografen Carolyn Carlson en Twyla Tharp.

De in 1957 gestorven Humphrey stamde net als Graham uit de school van de excentrieke Ruth St Denis, maar door haar bescheidenheid werd haar betekenis pas veel later duidelijk. De keuze voor drie kleine pareltjes uit haar nalatenschap, 'Waterstudy', 'Two ecstatic themes' en 'Air for the G string' - nooit eerder in Nederland gedanst - laat zien hoe belangrijk zij was als wegbereidster van de minimal dance. Zij doet een ontzagwekkend beroep op reductie. Hoe ontroerend ingetogen verbeelden de tien dansers zoiets simpels als een rimpelend wateroppervlak in de reconstructie door Ernestine Stodelle van Humphreys Waterstudy. Waar het voor de tien mannen in tegenlicht op aankomt is een subtiel spel van alleen oprispende ruggen - in stilte, waarbij het danswater golft en wegebt.

Ook in haar autobiografische solo voor een vrouw in een lang gewaad loutert de eenvoud. In haar oprechte vertolking valt Maartje Prince via kronkelende spiralen neer, om in hoekige gebaren met haar ellebogen en knieën te herrijzen. Zij balanceert 'op de brug tussen twee dode punten', lichtte Humphrey haar kunst ooit toe. Even kort en krachtig, maar sierlijker en serener van sfeer is 'Air for the G String', waarin een air van Bach vijf ronddribbelende gratieën in zalmroze draperieën begeleidt. Ook hier domineert een superieur stijlbewustzijn en is in alle, door Valerie Valentine aangevoerde elegantie geen pas gekunsteld, geen handgebaar te veel.

Doris Humphrey blijkt een lichtend voorbeeld voor Carolyn Carlson te zijn geweest. Haar 'Slow, heavy and blue' (1980), dat al in 1984 bij Het Nationale Ballet in première ging, is zelfs een regelrechte voortzetting van Humphreys 'Waterstudy' uit 1928. In 1984 al een hit, werd met de instudering door John Wisman (destijds eerste cast) dat succes geevenaard, bij vlagen zelfs overtroffen: de klotsende en kolkende bewegingsenergie van negen dansers hapert geen moment. Als in een trance werd deze reprise trefzeker volbracht, met Charlotte Chapellier, Rubinald Pronk en Roger Jansen als blikvangers.

Dat ook Twyla Tharp, de commerciële cocktail-choreografe van American looking swing met acrobatisch academisme in dit rijtje thuishoort, berust op een misverstand. Hoewel haar 'In the upperroom' (op gelijknamige muziek van Philip Glass, 1986) als een echte uitsmijter stond geprogrammeerd, viel dat flink tegen. Het publiek dacht daar anders over, want dat genoot zicht- en hoorbaar van de negen secties waarin dertien dansers elkaar met slippers, sneakers en spitzen bestoken.

Ondanks Tharps uitverkoop van het universele danswarenhuis bewees Het Nationale Ballet zich verrassend te hebben hersteld van het teleurstellende afgelopen seizoen. Storend is wel die afstand scheppende summiere belichting. Nu laten de dansers zich amper meer van elkaar onderscheiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden