Het Nationale Ballet brengt hulde aan Igor Stravinsky

AMSTERDAM - Het kerstprogramma van Het Nationale Ballet bevat drie klassiekers uit de toverhoed van Serge Diaghilew, de legendarische impresario van Les Ballets Russes (1909-1929). Met 'Petroesjka' (1911), 'Les Noces' (1923) en 'Apollon Musagete' (1928) wordt terecht verwezen naar de schatplichtigheid van de hedendaagse balletwereld aan Igor Stravinsky, de grootste vernieuwer van het ballet van deze eeuw.

Door hem zouden choreografen als Michael Fokine, Waslaw en Bronislawa Nyinsky, Leonid Massine en Georges Balanchine het ballet een totaal nieuwe maatstaf verlenen. Een diepe eerbied voor hun balletten is de leiding van Het Nationale Ballet altijd eigen geweest. Het tekent Wayne Eagling dat hij dit beleid voortzet, met een drieluik dat de wording van het abstracte ballet tussen 1910 en 1930 laat zien. Via het folkloristische ballet over de kermis-marionet Petroesjka en de constructivistische, sculpturele kracht van groepsposes in het huwelijksritueel 'Les Noces' leidde dit tot het meest formalistische ballet ooit gemaakt: 'Apollon Musagete'.

Zijn 'Petroesjka' en 'Les Noces' gebaseerd op de rauwe oerkracht en keurslijvende symboliek van de Russische cultuur, in 'Apollon Musagete' (1928) vonden Stravinsky en Balanchine elkaar in het antieke begrip 'musike'. Zij lieten zich inspireren door de opdracht die de Griekse God Apollo bij zijn geboorte meekreeg: om de goden op de Olympus te behagen en de mensheid te dienen moest hij de muzen als raspaardjes voor zijn wagen spannen en mennen. Van de troika poeziedrama-dans zou vooral de laatste Apollo doen beseffen dat tijd en vorm een poetisch-dramatisch verbond kunnen aangaan in een gemeenschappelijk uurwerk, waarvan zij de getallen en hij de wijzers beheerst.

Geplaatst tussen het schetterende getrompetter waarop de armzalige Petroesjka uit de poppenkraam in St Petersburg opstijgt en de rigide, ritualistische vormgeving van een boerehuwelijk in het oude Rusland doet het eerste Stravinsky-Balanchine-ballet te meer beseffen hoe cruciaal dat zou zijn voor de twintigste eeuwse toneeldans. Balanchine zelf noemde het een keerpunt in zijn carriere: de 'wit op wit'-muziek maakte hem duidelijk dat hij niet alle materiaal hoefde te gebruiken, maar dat hij ook kon elimineren. Daarmee was de zuiverende werking van de klassieke ballettechniek een feit.

Hulde aan de herinstudering van John Taras bij Het Nationale Ballet en aan de strijkers van het Balletorkest onder Jac van Steen. Met Clint Farha als de Apollo en Coleen Davis, Jeanette Vondersaer en Valerie Valentine als Terpsichore, Calliope en Polyhymnia wordt het begrip 'neoclassicisme' glashelder in beeld gebracht. Zij laten zien hoe prachtig klassieke dans is als zij correct en oprecht wordt uitgevoerd. Hun vertolking is zo tot in finesses op elkaar afgestemd, dat geen voor de ander onderdoet: elke overbodige decoratie is uitgebannen, klank en gebaar zijn in perfecte balans gebracht en de homogenititeit laat alle ruimte voor een bijna schalks koketteren met de plastische poses van de leider met de drie hem verleidende leidsvrouwen. Inderdaad, met zo'n vertolking worden goden behaagd en krijgt de zaal een glimp van pure schoonheid geboden.

Uit zijn instudering van een zo authentiek mogelijke 'Petroesjka' blijkt duidelijk hoezeer Toer van Schayk dit ballet kent en koestert. Tot in de kleinste details en op de nieuwe maten van het Muziektheater komt het St Petersburgse leven anno 1880 inderdaad tot leven: je kijkt je ogen uit bij al die stampende koetsiers, concurrerende straatdanseressen, dribbelende voedsters, koek-, thee- en lintverkopers, kermisklanten, en ga zo maar door. Vooral Rachel Beaujean weet als stralende leidster der voedsters de aandacht te trekken en vast te houden. Temidden van dit historisch realisme vol nostalgisch sentiment wordt aan de drie kermispoppen van vlees en bloed de kracht van de pose toegekend. De Moor is het toonbeeld van botte domme kracht, de dribbelende Ballerina dat van loze koketterie. De Petroesjka met zijn ledematen van zaagsel - maar toch kloppende hart - is het symbool van machteloosheid in de menselijke hang naar bevrijding en mededogen.

Vervoering gemist

Hoe correct Andrew Kelley, Karin Schnabel en Wim Broeckx zich aan de typecasting hielden, toch miste ik de vervoering die hen boven hun rol moet verheffen. Wellicht is tegen de foto's van de meest legendarische Petroesjka-vertolker, Waslaw Nyinsky niet op te dansen. Brengt 'Petroesjka' de rol van de individuele danser in beeld, in 'Les Noces' is de plastische zeggingskracht van het als klei te modelleren collectief het uitgangspunt. Bronislawa Nyinska pakte hiermee de handschoen op die reeds door haar broer Waslaw met Stravinsky's 'Sacre du printemps' was neergeworpen. Haar strakke montage van te beteugelen driften en angsten en Natalia Goncharowa's ontwerp van bruin-witte, simpele kostuums zijn nog altijd aangrijpend en overrompelend. Een kerst-en-nieuwjaars-programma met een kwaliteitsstempel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden