Het Nationaal Natuur Netwerk is jarig... ... maar is dat een feestje waard?

Het Nationaal Natuur Netwerk bestaat dit jaar 25 jaar, maar landschapsarchitect Dirk Sijmons vraagt zich af of dit wel gevierd moet worden. Het is een creatie van gemiste kansen.

Gelukkig, Dirk Sijmons is tóch optimistisch, zegt hij na een lang gesprek over wat tot voor kort de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) heette, maar inmiddels in gewoon Nederlands het Nationaal Natuur Netwerk wordt genoemd (zie kader). De aaneenschakeling van alle plukjes natuur is in zijn ogen weliswaar een 'ecocratisch gedrocht' geworden. Maar de onderlinge verbindingen zullen ongetwijfeld hun vruchten afwerpen. "Sommige landen hebben een paar heel grote natuurgebieden, Nederland moet het doen met véél kleintjes. Maar samen hebben die absoluut hun waarde."

Toch had 25 jaar getuinier in de Nederlandse natuur veel meer kunnen opleveren, zegt hij. Sijmons stapte bij de aftrap van de in zijn ogen zo beperkte EHS net over van Staatsbosbeheer naar zijn eigen H+N+S, een ontwerpbureau voor landschapsarchitectuur. Bij Staatsbosbeheer was hij lange tijd hoofd landschapsarchitectuur en had hij de taak alle ruilverkavelingen, wegen en kanalen in te passen in het landschap. Maar juist die koppeling met het landschap miste hij als het om natuur ging. In het hele Natuurbeleidsplan uit 1990 dat de grondslag voor de EHS vormt, speelt het landschap amper een rol. "Als je een dakkapel op je huis wil zetten, moet je eerst langs de welstandscommissie. Maar leg je een enorm natuurgebied aan, dan wordt níet gekeken of dit wel in de omgeving past."

In de jaren tachtig kwam er in Nederland meer aandacht voor de natuur. Deze was in de honderd jaar daarvoor steeds achteruit gegaan, vooral door de opkomende industrialisatie en intensieve landbouw. De bijna doodverklaarde natuur bestond nog in nationale landschappen en parken, maar vormden volgens Sijmons slechts 'een gevarieerde garderobe die nauwelijks bewaakt werd'. De EHS moest daar verandering in brengen.

"In die aanpak zijn twee fouten gemaakt", zegt Sijmons. "Op de eerste plaats is de focus teveel komen te liggen op natuur, waardoor de EHS met de rug naar de samenleving is komen te liggen én in handen kwam van louter ecologen." Ten tweede is het natuurherstel bureaucratisch vormgegeven. "Typisch Nederlands: we willen zekerheid." Voor elke hectare zijn natuurdoeltypen geformuleerd waaraan dat gebied moet voldoen. "En toevallig komen die in de meeste gevallen overeen met de hobby's van de lokale natuurbeschermers. Dit alles heeft geleid tot een totaal deterministisch project, alsof de natuur het spoorboekje volgt. Maar het is juist andersom: de natuur is principieel onvoorspelbaar."

Reservaatjes

Die 'ecocratische' aanpak - daar is dat woord weer - heeft volgens Sijmons overal in het land geleid tot reservaatjes waar, zonder ook maar naar het omliggende landschap te kijken, vooral technische firma's met hun graafmachines de natuur hebben laten 'kringelen'. "Want natuur is iets van gebogen lijnen, is de gedachte." Maar waar zijn de verbindingen, vraagt hij zich af. Met de omgeving, met de cultuur, met de mens? En misschien nog belangrijker: met de economie? Juist door in reservaatjes te tuinieren, is natuur heel kwetsbaar geworden.

Het kan ook anders, heeft de 'school van Sijmons' in diezelfde periode laten zien. Hij geeft voorbeelden, maar die hangen samen met zijn visie dat Nederland uit 'lagen' bestaat, en dat de ene laag meer waarde heeft dan de andere. De belangrijkste is de 'waterlaag', zonder die laag immers geen Nederland. Sijmons heeft het dan over waterveiligheid bijvoorbeeld, grondwater en waterwinning. Het landschap moet zo worden ingericht dat burgers beschermd worden tegen het water en er tegelijkertijd gebruik van kunnen maken.

De tweede laag bestaat uit de infrastructurele netwerken die door Nederland lopen, als wegen, kanalen, spoor, maar ook het Natuur Netwerk behoort daartoe. Inspelend op de landschapsvorming die deze twee belangrijkste lagen vragen, kan er volgens Sijmons tot drie keer zoveel natuur worden gecreëerd als de EHS in 25 jaar heeft voortgebracht.

Tijd voor wat voorbeelden. Sijmons was nauw betrokken bij het Plan Ooievaar uit 1985, waarin de landbouw aan de Waal zich achter de dijk geconcentreerde, en de uiterwaarden 'natuurlijk' werden. Later werd deze werkwijze naar andere rivieren gekopieerd. De grindbedrijven groeven de oevers af, waardoor de rivier makkelijker buiten de oevers kon treden en op die plekken verbeterde de natuurkwaliteit, wat weer recreatie op gang bracht.

Waterveiligheid, economie en natuurherstel gaan hier samen, en daarmee is de natuur niet langer afhankelijk van een kabinet, maar heeft de voortdurende steun van de samenleving. In het project 'Ruimte voor de Rivier' waarin alle rivieren in Nederland afgelopen jaren zijn verbreed, is die methode gekopieerd, en al valt daarin de term 'natuur' niet eens, de delta ging met sprongen vooruit.

Een ander voorbeeld is volgens Sijmons de Zandmotor, het opgespoten zand voor de kust van Zuid-Holland dat op een natuurlijke manier door de stroming over de kustlijn wordt verspreid. Met dit experiment wordt vooruitgelopen op een natuurlijke kustverdediging tegen een stijgende zeespiegel, maar het zorgt óók voor allerlei natte duinvalleitjes en binnenzeetjes. "Beide projecten hebben niets met de sectorale en introverte EHS te maken, maar laten we wel wezen: ze leveren méér op."

"Natuur is niet zielig", zegt Sijmons. "Ja natuurreserváten zijn zielig, tenminste sommige. Maar het werk aan onze rivieren en de Zandmotor voor de kust tonen aan dat judoën met natuurkrachten veel kwaliteit kan opleveren in combinatie met economische ontwikkelingen." Natuurtechniek is volgens hem 'civiele techniek voor gevorderden' geworden, en daar speelt de Nederlandse baggerwereld uitstekend op in. "Ze is gaan 'ecoshapen'. Kijk eens naar het werk bij de ooit verharde Hondsbossche Zeewering, waarop dit jaar een prachtig duingebied is aangelegd. We kunnen zo natuurwaarden scheppen, zónder dat daarvoor een reservaat in het leven moet worden geroepen."

Nieuwe natuur

De 'nieuwe' natuur die zo ontstaat, kan niet zonder de 'oude' natuur die in de EHS wordt geconserveerd. "We moeten vooral gebruikmaken van de ruimte en beweging die dit netwerk biedt", zegt Sijmons, zeker met het oog op de klimaatverandering waardoor soorten zich moeten verplaatsen. "Maar in ons natuurbehoud kunnen we nooit meer terug naar de situatie van vroeger. Dat vroeger bestaat niet meer." Daarvoor heeft de mens de condities te zeer veranderd. Dus vooruit, zegt Sijmons, ook met natuur.

De taart werd gemaakt door Renate Müller.

Sijmons, schepper van landschap

Dirk Sijmons is invloedrijk op het gebied van natuur en landschap. In de periode 2004-2008 was hij de eerste Rijksadviseur voor het Landschap. Hij is momenteel directeur van H+N+S Landschapsarchitecten in Amersfoort. In die functie is hij betrokken geweest bij spraakmakende projecten als de vormgeving van de Amsterdamse 'eilandenwijk' IJburg en het programma 'Ruimte voor de Rivier'. In 2001 ontving zijn bureau de Prins Bernhard Cultuurprijs voor Toegepaste Kunst. Sijmons kreeg in 2002 bovendien de Rotterdam-Maaskantprijs voor zijn inzet om landschapsarchitectuur als een integraal onderdeel van de ruimtelijke ordening te gaan zien. In 2007 nam hij de prestigieuze Edgar Doncker Prijs in ontvangst. In 2008 trad hij aan als hoogleraar Environmental Design aan de faculteit Bouwkunde TU Delft, waar hijzelf in 1977 zijn diploma behaalde als architect. In 2011 werd hij benoemd tot hoogleraar Landschapsarchitectuur aan de afdeling Urbanism van de Faculteit Bouwkunde TU Delft.

Wat is de EHS?

Om de achteruitgang van de oppervlakte van de natuur en de soortenrijkdom in Nederland tegen te gaan, werd in 1990 begonnen met de aanleg van de 'Ecologische Hoofd Structuur' (EHS). Door aankoop van nieuwe gebieden en betere bescherming van de bestaande reservaten, moest er een netwerk ontstaan van grote natuurgebieden die weer onderling verbonden zijn. Dier- en plantensoorten leven zo niet langer geïsoleerd, maar kunnen zich verplaatsen over een gevarieerder gebied, en contact zoeken met soortgenoten. Ook kunnen ze 'verhuizen' als het veranderend klimaat dat nodig maakt. Destijds was voorzien in 'een samenhangend geheel van nationaal belang', met daarin 440.000 hectare bestaand natuurgebied, 200.000 hectare agrarisch gebied en 50.000 hectare natuurontwikkelingsgebied. In 1995 werden voor elk gebied 'doelsoorten' en 'natuurdoeltypen' gedefinieerd, waardoor het concept erg technisch werd. De EHS moet in 2021 een totale oppervlakte van 750.000 hectare omvatten.

Een nieuwe naam

Lezers van Trouw kozen in 2012 massaal voor de nieuwe term Nationaal Natuur Netwerk als alternatief voor de Ecologische Hoofd Structuur (EHS). Die laatste naam was te technisch en stond voor 'natuur voor en door specialisten'. Staatssecretaris Dijksma nam een jaar later de alternatieve naam officieel over. "Ik was op zoek naar een nieuwe term die laat zien waar we werkelijk mee bezig zijn", zei ze toen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden