Het mysterie van Reitsum

'Er zit een slot op het deurtje van de preekstoel' staat er te lezen op een bord vóór de hervormde kerk van Reitsum. We lezen het met open mond. Bij zo'n zin vallen alle Bonifatiusmirakels en kloosterwondertjes, die onze fietstocht in Noord-Friesland hebben begeleid, in het niet. Een slot op het deurtje van de preekstoel!

Het is al de hele dag feest op de Kloostergo-route. In plaats van de voetsporen van Bonifatius door Dokkum te volgen, trekken we langs voormalige kloosters en uithoven in noordelijk Oostergo, ten westen van de pelgrimsstad. Ze zijn grotendeels met de grond gelijk gemaakt, maar hebben soms sporen nagelaten in het landschap (een oprijlaan, een gracht, een grondpatroon) of in het museum (archeologische vondsten). En in elk geval leven de verhalen voort. Het moet aan het eind van de Middeleeuwen grijs gezien hebben van de kloosterlingen -monniken, nonnen, lekenbroeders en -zusters. Friesland telde minstens vijftig kloosters. Alleen al het cisterciënzer klooster Klaarkamp bij Rinsumageest moet door vijfhonderd mensen bewoond geweest zijn. En dan had het 'moederhuis' ook nog allerlei 'dependances' in de omgeving, zoals het vrouwenklooster Nazareth bij Hallum en uithoven bij Janum en Sybrandahuis.

De religieuze taken domineerden het leven in het klooster -bidden, zingen, vasten, zwijgen. Dat was vooral het werk van de koormonniken. Ook werden er jonge broeders opgeleid en uitgeplaatst als pastoor. De lekenbroeders werkten aan de productie van bakstenen, wonnen turf voor de verwarming van de kloosterbrouwerij en onderhielden de landerijen die aan het klooster waren geschonken. Bovendien wroetten de Klaarkampers eeuwen om in de modder, ontgonnen het veen en wierpen dijken op tegen de zee. De weg die Hallum, Marrum en Ferwerd verbindt, is zo'n zeewering waarop het woord monnikenwerk van toepassing is.

Van Klaarkamp is de plaats goed te localiseren, ten zuiden van de Dokkumer Ee. Opgravingen hebben een gedetailleerde plattegrond opgeleverd, met een kerk, een slaapzaal, een eetruimte, een keuken en een gastenverblijf. Daarnaast waren er bedrijfsgebouwen, een poorthuis en een appelhof -alles ommuurd en omgracht. Na de Reformatie werd Klaarkamp op last van de Staten van Friesland afgebroken om de Spanjaarden geen gelegenheid te geven zich hier te verschansen. Nu staat er langs de Birdaarder Straatweg een zwerfkei met het motto van de kloosterlingen, Terar dum prosim, 'Ik moge verteren, als ik maar nuttig ben.'

Vrijwel alle dorpen op onze route zijn ontstaan op terpen. Aanvankelijk lagen daar boerderijen op, met de komst van zeedijken verhuisden die naar de rand en in een cirkel om de terp. Er kwamen huizen voor in de plaats, soms klonterden handel en nijverheid samen op een terp, maar heel vaak werd de grond afgegraven en verkocht als tuinaarde.

Birdaard was zo'n terpdorp. Bartlehiem, wereldberoemd geworden door de Elfstedentocht maar te klein om 's nachts binnen te halen, dankt zijn naam aan het vrouwenklooster Bethlehem dat hier omstreeks 1170 werd gesticht en tot het begin van de Tachtigjarige oorlog dienst deed.

Hogebeintum is een van de oudste terpen (vanaf 600 voor Chr. onafgebroken bewoond) maar zeker ook de hoogste. In de vroege Middeleeuwen lag er een veld met zo'n 500 graven op, waarin een enorme schat aan sieraden en ijzeren voorwerpen is gevonden. In 1870 begon men zo heftig de terp af te graven, dat de kerk ging verzakken. Heuvel en kerkgebouw zijn gered en werden een toeristische trekpleister, het fraaie kerkinterieur is te bewonderen tijdens rondleidingen vanuit het informatiecentrum.

Richting Dokkum zitten er nog een paar krenten in de pap. Genum is de best beschreven plaats van het westelijk halfrond, want bij elk huis -en Genum heeft er wel een stuk of 38- is een bord geplaatst met de bewoningsgeschiedenis. Kostelijke lectuur, zoals over de smederij/herberg Útsjuch met z'n Duivelsdeur waardoor boeren in de belendende gelagkamer belandde en reddeloos verloren waren. Reitsum bewaart z'n mysterie over het slot op de preekstoel. En Janum trekt de aandacht met z'n kerkje uit de 13de eeuw, dat als kerkelijk museum dienst doet en bijzondere sarcofagen herbergt: zeldzame stenen grafkisten, die door de betere families werden gebruikt en waarin stoffelijke resten in rap tempo verteerden. Was er weer een familielid overleden, dan ging het deksel omhoog, schoof men de botjes aan de kant en werd de dode erbij gelegd. 'In veertig dagen eet hij je op', legt de museumbeheerder uit. Het klinkt heel dreigend. Het kerkje ligt op een terp -'een in het vlakke land oprijzende acropolis', schreef een enthousiaste bezoeker een keer. Na Janum ligt alleen Raard nog in de weg, voordat Dokkum wordt bereikt. Als eindpunt kunnen we kiezen tussen de Bonifatiusbron, waar de verering van de vermoorde bisschop hoogtij viert, of een terrasje in de stad.

De vraag blijft hoe het mysterie van Reitsum kan worden opgelost. De kerk heeft naam gekregen door ds. J.J.A. Ploos van Amstel, die in 1886 met zijn hele gemeente uit de hervormde kerk trad en naar de Doleantie overstapte. De immens populaire predikant weigerde aanvankelijk de pastorie te verlaten; die durfden de overgebleven hervormden pas na zijn dood in 1895 op te eisen. Maar de kerk kwam hij niet meer in: daarvoor werd dat slot op de preekstoel gedaan. Hij moest maar zien dat hij elders kerkte. Het slot zit er nog op, maar hervormd en gereformeerd kerkt inmiddels (weer) onder één dak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden