Het mysterie van het koningschap

Het mysterie van het koningschap bestaat niet meer, zeggen we vaak. Donderdagavond kon je dat nog horen voor de televisie, toen commentatoren hun mening gaven over het interview met de kroonprins. Maar wat hadden we dan eigenlijk beleefd in de week daarvoor, bij de begrafenis van Lady Diana? Al die duizenden mensen rouwden niet om de dochter van een Engelse graaf of de minnares van een Egyptische miljonair. Er werd een prinses ten grave gedragen. Daarom alleen was de belangstelling zo massaal, en daarom ook voelden zovelen zich persoonlijk bij de gebeurtenis betrokken.

A.TH. VAN DEURSEN

Dat is het ongrijpbare mysterie van het koningschap. Eén persoon betekent iets voor miljoenen anderen, omdat hij of zij behoort tot een bepaalde familie en recht heeft op het dragen van de familienaam. Glamour en charme kunnen dan helpen. In het geval van Lady Diana zelfs zoveel, dat het er niets meer toe scheen te doen dat ze haar recht op het dragen van de naam had verloren. Of liever, het deed er wel toe. Het publiek leek te eisen dat die scheiding postuum ongedaan gemaakt zou worden. Het moest de koninklijke begrafenis zijn van een koninklijke hoogheid. Niet alleen de persoon moest eer bewezen worden, maar ook de rang die ze als prinses had bekleed.

Op zulke ogenblikken wordt de geschiedenis actueel. Koningschap is historisch geworteld, en alleen vanuit het verleden te verstaan. De Windsors en de Oranjes kunnen niet bij onderlinge afspraak ruilen van troon. Het mysterie is alleen in het eigen land ten volle werkzaam. Natuurlijk heeft het wel iets van zijn oude kracht verloren. Zoals ieder ander moet tegenwoordig ook een prins of prinses zich waarmaken. Een simpele verwijzing naar de grote naam is niet genoeg. Maar aan die naam blijven nog altijd rechten en verwachtingen verbonden.

Daarom was het interview met Willem Alexander, dat donderdagavond door de NOS werd uitgezonden, meer dan een interessant gesprek met een bekende Nederlander. Meer ook dan de vooruitblik van een jongeman die zich voorstellingen probeert te maken van zijn toekomst. De eigenlijke inzet was, of de kroonprins bereid en bekwaam zou zijn de geschiedenis voort te zetten. Zou hij vormen kunnen vinden om dat koningschap te rechtvaardigen en het zin te verlenen, ook in een eeuw van gelijkheid en democratie?

Het meest wezenlijke is dunkt mij direct in de eerste zinnen gezegd. Vroeger, zei Willem Alexander, voelde ik de natuurlijke weerstand van een opgroeiende jongeman, die een normaal leven wil leiden. Maar nu heb ik er zin in gekregen. Ik wil waar maken dat ik recht heb op dit ambt.

Laten we die woorden eens beluisteren met de oren van gewone Nederlanders. We willen allemaal het liefst een normaal leven leiden. Maar als iemand Wimbledon heeft gewonnen, of de hoofdrol gespeeld in een succesfilm, begrijpt hij wel dat daar een prijs voor betaald moet worden. Je hebt iets gepresteerd waar mensen belangstelling voor hebben en natuurlijk gevolg is dat je in de publiciteit komt.

Het ligt anders, als je die bekendheid met je geboorte hebt meegekregen. Dan lijkt de prijs onevenredig hoog, want je hebt er niets voor terug ontvangen. Je bent niet beroemd door eigen prestaties, maar wordt toch van jongs af aan achtervolgd door journalisten en persfotografen. Dan moet je zelf leren de waarde te ontdekken van het speciale dat jou gegeven is. Dat was nu precies wat Willem Alexander bedoelde, toen hij verklaarde klaar te zijn voor het koningschap. Hij heeft onderkend, dat hem een bijzondere taak wacht. Een opgelegde plicht? Ja, misschien, maar zo formuleerde hij het niet. Hij sprak van een recht dat hem toekwam, en dat hij nu moest waar maken.

Rechten en plichten bestaan nooit los van elkaar. De kroonprins had dus ook kunnen zeggen dat de plicht hem opgelegd was. Toch is het zuiverder eerst het recht te noemen, want de plicht is tegenwoordig niet meer onontkoombaar. Wie in het koninklijk huis geboren is kan besluiten uit te treden. Daar bestaan ook in het huis Oranje diverse voorbeelden van. Zo'n beslissing moet gerespecteerd worden, want wie verantwoordelijkheid niet gewillig draagt kan de taak beter aan anderen overlaten. Maar de beslissing is wel onherroepelijk.

Dat geldt niet alleen voor de afwijzing, maar ook voor de aanvaarding van de plichten. Het is een levensvulling, deel uit te maken van het koninklijk huis. Neem je die plicht eenmaal op je, dan is het voor altijd. Het maakt ook geen verschil, of je door geboorte tot het huis behoort of door huwelijk. Het is honderd procent, of het is niets. Geef je dat strikte onderscheid prijs, dan ontstaat verwarring, zoals in Engeland nogal pijnlijk gebleken is. Je kunt niet scheiden en tegelijk prinses blijven. Je kunt niet half koninklijke hoogheid zijn, en voor de andere helft privé persoon met recht op een leven buiten de publiciteit.

Een prins die dat scherp ziet en de consequenties aanvaardt is klaar voor het koningschap. De prins heeft ook duidelijk gemaakt wat daar zijns inziens voor nodig is. Hij noemde drie dingen: kennis van zaken, een stabiel thuisfront en een persoonlijke geloofsovertuiging.

Die kennis spreekt voor ons denk ik zo vanzelf, dat we haar belang gemakkelijk over het hoofd zien. We hebben echter in de vorige eeuw een koning gehad die altijd moeite heeft gehouden de constitutionele monarchie te begrijpen. Het krediet van het koninklijk huis is toen flink gedaald. Dankzij het mysterie bleef het voortbestaan, maar als de kwaal erfelijk was gebleken zou Nederland nu al lang een republiek zijn geweest.

Het stabiele thuisfront is problematischer. Dat hebben we niet allemaal voor het kiezen. Eén ding kwam niettemin duidelijk naar voren, en dat is dat de kroonprins zijn eventuele bruid ziet als de toekomstige koningin. Ze zal niet alleen een huwelijk aangaan, maar ook toetreden tot het huis. Die beslissing weegt voor beide partijen zo zwaar, dat de verantwoordelijkheid alleen door de betrokkenen zelf gedragen kan worden. Ik heb mij dan ook nogal verbaasd over die televisiejournalist, die zo gretig misprijzend zei dat de prins zijn hart liet voorgaan boven het landsbelang. Het is één van twee dingen: of je stelt een parlementaire commissie in die sollicitanten oproept voor de post van koningin, of je geeft in een zo persoonlijke zaak het toekomstige staatshoofd maximaal vertrouwen.

Ten slotte het geloof. Is het nog wel van deze tijd, vroeg Paul Witteman, om belijdenis te doen en in onze multiculturele samenleving een keus te maken? Zou een koning ook hier niet boven de partijen moeten staan? Uit de vragen spreekt een bekend misverstand: dat je alleen 'boven de partijen' zou kunnen staan als je zelf tot geen enkele partij behoort. Om recht te doen aan alle overtuigingen zou je dan zelf niet moeten weten wat een overtuiging is. Maar zo'n levenshouding maakt mensen niet werkelijk tolerant. Wat ze aanzien voor tolerantie is niet meer dan onverschilligheid. Echte tolerantie weet wat een overtuiging waard is. Ze richt zich naar Groen van Prinsterers bekende paradox: onpartijdig kan slechts hij zijn die partij kiest.

Belijdenis leggen we af in het openbaar. We treden dan toe tot de gemeenschap van de gelovigen. Geloof zal altijd gemeenschap zoeken, allereerst in de huiselijke kring, maar ook daarbuiten. Gelovig en onkerkelijk gaan moeilijk samen. Dat zal de kroonprins misschien ook nog eens ontdekken, vooral als hij zijn thuisbasis gevonden heeft. Onwaarschijnlijk is het niet, want het gesprek van donderdagavond deed ons een man kennen, die wil staan voor ondubbelzinnige keuzen. De toekomstige gedaanteverandering van Willem Alexander in koning Willem IV kunnen we met enig vertrouwen tegemoet zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden