Het mysterie van de Negerslaaf uit Zwolle

Het is een duister graf, vanaf de openbare weg nauwelijks te zien. Het ligt verscholen in het donkere bos van huize Arnichem in Haerst, vlak bij het pontje over de Overijsselse Vecht. De twee beschadigde grafsteentjes steken ielig uit de bemoste bodem omhoog. Of de overledene er nog begraven ligt, is zeer de vraag. In 1979 is zijn doodsbed geschonden, er zou een schedel zijn ontvreemd, maar de dader liet slechts een voetafdruk na.

Wie de dode was, lijkt al net zo vaag. De 'negerslaaf van Zwolle', lezen we in het wandelgidsje dat ons op het Herftepad de weg wijst, maar dat lost het mysterie niet op. De pas verschenen uitgave 'Langs de dodenakkers in het Overijsselse Vechtdal' laat ons ook al met vraagtekens achter. Heette de overledene nu Lepejou of Apolloon, was hij een slavenkind uit de Zuid-Amerikaanse kolonie Demerary in voormalig Brits Guyana of kwam hij van het Indonesische eiland Celebes, is hij nu met 16 of met 23 jaar overleden'? En wat moest hij in Zwolle?

'LEPEJOU CUI ET NOMEN APOLLONATUS IN INSULA CELEBES OBIIT 23 JULY 1828' staat er op een van de stenen. Volgens deze Latijnse tekst behoort het graf toe aan een zekere Lepejou, bijgenaamd Apollo, geboren op het eiland Celebes in voormalig Nederlands-Indië en gestorven op 23juli 1828. Dat hij een negerslaaf was, is niet waarschijnlijk. Hij zal eerder een islamitische Indiër geweest zijn, getuige het opschrift met Arabische lettertekens op de tweede steen.

Op het gemeentearchief wordt de overlijdensakte tevoorschijn gehaald. Die meldt dat het om Lepejou gaat, geboren in Boegis (Celebes) en overleden op circa 33-jarige leeftijd. Hij was bediende van Joan Hendrik Tobias, een telg uit een Zwols patriciërsgeslacht die enige tijd als ambtenaar in Nederlands Indië heeft gewerkt. Tobias heeft Apollo op de terugreis naar Nederland meegenomen, omdat hij een 'zeer trouwe dienaar' was aan wie 'zijn dankbare meester steeds zal denken', zo staat er ook op de steen.

Daarmee is wat meer duidelijkheid geschapen, behalve over de dankbaarheid van Tobias. Een apocrief verhaal wil dat Apollo zijn meester tijdens een van de vele oorlogen in Indië van een wisse dood zou hebben gered, maar een bron daarvoor is niet te vinden. Het is ook denkbaar -sommigen lezen dat in de zeer opvallende loftuiting over de Indiër op de steen- dat er een liefdesrelatie bestond tussen de ongehuwde Zwollenaar en zijn bediende. We moeten het maar raden, net als naar de doodsoorzaak van Apollo: heimwee, kou, de gestampte pot -wie zal het zeggen?

Het is en blijft een curieuze confrontatie, en meteen al aan het begin van onze wandeling. We zijn in Zwolle begonnen, hebben de Vecht via de Berkumerbrug overgestoken en zijn naar Haerst gewandeld -een vlekje aan de rivier. De dijk is hier op veel plaatsen begroeid met bomen en struiken, de rust die er heerst is een verademing vergeleken met de gehaaste gekte op de snelweg en in de Overijsselse hoofdstad. Maar de schoonheid van de streek wordt bedreigd: alleen een gladde kale dijk is volgens het waterschap Groot-Salland veilig, en dus heilig. Veel van de bomen langs de rivier moeten verdwijnen. Wandelen over de rustieke Vechtdijk is uit den boze, maar de zaag en de bulldozer hebben kennelijk vrij spel.

Vraag het de veerman maar ('hard bellen!'). Terwijl hij het pontje met een houten klos aan een kabel over de Vecht trekt, zal hij zijn gram spuien over de 'overdreven' dadendrang van het waterschap. Maar zo komen we niet verder. We volgen de veerweg naar een tweede bijzondere begraafplaats -Bergklooster. We passeren de Agnietenberg, waar Thomas van Kempen in 1399 als novice in het klooster ging en daar zijn bestseller 'De navolging van Christus' schreef (na de bijbel het meest verspreide boek ter wereld). Het klooster is verdwenen. Maar uit de tijd van de beweging der Moderne Devoten, die zich keerde tegen het verval van kerk en maatschappij, rest nog één zerk: die van Jan Mulert, een burgeraanhanger van de beweging maar (aan de steen te zien) wel van adel. Voor Thomas staat er ook een steen, van de hand van P.J.Cuypers uit 1919. Daar heeft de stichting voor gezorgd die in zijn geest op zoek is naar een moderne devotie.

Na de rust van de begraafplaats moeten we het Zwolse voordorp Berkum (Erasmuslaan en Reviuslaan) door. Voorbij de Nieuwe Vecht geven we ons weer over aan de landerigheid van het buitengebied. Fraaie boerderijen aan weerszijden van de Kuyverhuislaan, zelfs een joodse begraafplaats en (na twee spoorwegovergangen) de groene links van de golfbaan. Dan voert het pad door het recreatiegebied Wijthmenerplas, de gelukzalige erfenis van een zandwinning: het is het enige onverharde stuk op de wandeling. Fietsers die de hele route in ons spoor kunnen blijven, moeten hier een omweg zoeken. En ook voor rolstoelers is de doorgang onmogelijk. Maar verder is het Herftepad een route over asfalt en straatstenen.

Dat klinkt voor een liefhebber van graslopen tamelijk onheilspellend. Maar gaandeweg hebben we er vrede mee, omdat het contrast met de stad hier zo groot is. Omdat de boeren en fietsers onderweg nog wel te harden zijn -duim omhoog en 'hoi' roepen. In de buurtschap Herfte worden die begroetingen tenminste nog beantwoord. En na het ecologisch huis, dat bedekt is met plaggen en verwarmd wordt door zonne-energie maar verder van pottenkijkers gevrijwaard wil zijn, treffen we op de dijk langs de Vecht richting Berkum nog louter lotgenoten. Moderne devoten, mensen die zich willen verplaatsen op de ingetogen en sobere wijze zoals de bewoners van de Agnietenberg die kozen. Wandelaars dus. En af en toe een fietser, toe dan maar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden