Het mysterie van Darwins kwaal

De evolutionist Charles Darwin (1809-1882) was een tobber die kampte met een reeks gezondheidsklachten, variërend van angstaanvallen tot hartkloppingen en maagklachten. Volgens zijn vrienden leed Darwin aan hypochondrie, ziektevrees. Biografen en andere onderzoekers hebben in de loop der tijd een hele waslijst van ziektebeelden bij Darwin verondersteld. Psychiater Hans van der Ploeg dook in Darwins geschriften en trachtte een diagnose te stellen.

Charles Darwin was een scherp observator van biologische en psychologische fenomenen bij mens en dier. Maar ook van zichzelf. In zijn autobiografie schreef hij genadeloos over zijn traagheid van begrip en gebrek aan scherpzinnigheid. Zijn leven lang heeft hij getreuzeld in een voortdurende slag met de tijd en met zijn gezondheid. Wie wil weten aan welke ziekte Darwin precies leed, moet al zijn brieven, dag-en notitieboeken napluizen. Een heidens karwei. De gepubliceerde correspondentie beslaat al twaalf kloeke delen.

Als zestienjarige had Darwin buikklachten, vooral in omstandigheden die spanning opriepen. Zijn vader, huisarts in Shrewsbury, haalde hem datzelfde jaar van de middelbare school vanwege geringe leerprestaties. Daarop ging Darwin medicijnen studeren in Edinburgh. Dat hield hij twee jaar vol. De studie viel Darwin zwaar en hij raakte van streek door patiënten in het ziekenhuis. Hij woonde twee operaties bij, maar vluchtte voordat die voltooid waren. Daarna probeerde hij nog een theologiestudie in Cambridge, maar ook dat werd geen succes. Zijn grote liefde was natuurlijke historie. Na drie jaar gaf Darwin het studeren op, waarna hij, tegen de zin van zijn vader, eind 1831 voor vijf jaar scheep ging op de Beagle als natuuronderzoeker.

De reis begon weinig voorspoedig; Darwin moest tot zijn ergernis twee maanden in Plymouth wachten voor de weers omstandigheden het vertrek van de Beagle toestonden. Hij beschrijft die twee maanden als de vreselijkste periode in zijn leven: ,,Van 24 oktober to' 27 december 1831, de dag waarop de Beagle eindelijk het vasteland van Engeland achter zich liet, verbleef ik in Plymouth. We hadden twee eerdere pogingen gedaan om uit te varen, maar werden beide keren door hevige stormen teruggedreven. Deze twee maanden in Plymouth waren de vreselijkste die ik ooit heb doorgemaakt. Ik was terneergeslagen door de gedachte dat ik mijn familie en al mijn vrienden voor zolang moest verlaten, en ook het weer maakte een droefgeestige indruk op mij. Verder had ik last van hartkloppingen en pijn in de hartstreek, en ik was ervan overtuigd, zoals vaak het geval is bij onwetende jonge mannen, vooral wanneer ze een beetje medische kennis bezittten, dat ik een hartafwijking had. Ik ging niet naar een dokter, omdat ik wist dat ik te horen zou krijgen dat ik niet gezond genoeg was voor de reis; en ik was vastbesloten mee te gaan, wat er ook mocht gebeuren.''

Eenmaal teruggekeerd in Engeland ging Darwin op kamers in Londen, waar hij de twee actiefste jaren van zijn leven doormaakte. Maar ook toen was hij regelmatig ziek. Op 28-jarige leeftijd kreeg hij zijn eerste angstaanval. Daarna bleef hij last houden van lichamelijke en psychische klachten, zoals hartkloppingen, kortademigheid, duizeligheid, trillen, huilen, en buikklachten.

Hij trouwde in 1839 met zijn nicht Emma Wedgwood. Hun gemeenschappelijke grootvader was Josiah Wedgwood, de oprichter van de beroemde porceleinfabriek. Alvorens met Emma te trouwen had Darwin eindeloos zitten tobben over de voor- en nadelen van het huwelijk. Onder de kop 'trouwen of niet trouwen, dat is de vraag' noteerde hij in telegramstijl:

Trouwen

Kinderen - (zo God het wil) - constante metgezel (vriendin op oude dag) die in je is geïnteresseerd, persoon om te beminnen en mee te spelen - altijd beter dan een hond - een thuis, en iemand die zorgt voor het huis - muzikale bekoringen en vrouwelijk gekeuvel (Emma speelde prachtig piano, red.). Deze dingen goed voor je gezondheid. Gedwongen op bezoek te gaan bij verwanten en ze te ontvangen, vreselijk tijdverlies. Mijn God, het is onverdraaglijk te denken dat je je hele leven moet besteden, als een geslachtsloze bij, aan werken, werken en verder niets. Nee, nee dat wil ik niet. Verbeeld je elke dag alleen te leven in rokerig vies Londens huis. Denk alleen eens aan een mooie zachte vrouw op een sofa, met een lekker vuurtje, en boeken, en misschien muziek - vergelijk dit beeld met de miezerige realiteit van Great Marlboro St. (Londense straat waar hij op kamers woonde, red.). Trouwen - Trouwen - Trouwen.

Niet trouwen

Geen kinderen (geen tweede leven), niemand om voor je te zorgen op je oude dag. Wat heeft werken voor zin zonder medeleven van naaste en dierbare vrienden? Wie zijn naaste en dierbare vrienden voor de bejaarde behalve familie? Vrijheid te gaan waar je wil. Vrije keuze in gezelschap en vooral zeer weinig. Conversatie met intelligente mannen in clubs. Geen gedwongen bezoekjes aan fam., je niet bezighouden met wissewasjes - en geen onkosten voor of zorgen over kinderen - geen eventuele ruzies.

Om zichzelf ten slotte moed in te spreken: ,,Hoe moet ik al mijn zaken regelen als ik verplicht ben om elke dag met mijn vrouw te gaan wandelen? Mijn hemel!! Ik zal nooit Frankrijk leren kennen - noch het Continent zien - niet naar Amerika - niet in een ballon opstijgen - niet in mijn eentje naar Wales gaan - arme slaaf, je zult slechter af zijn dan een neger. En dan gruwelijke armoede (tenzij je vrouw beter is dan een engel en geld bezit) - maak je niet druk, kerel - kop op - Men kan dit solitaire leven niet leiden, met een wankele oude dag die je, zonder vrienden en kil en kinderloos, in je gezicht staart dat al begint te rimpelen. Maak je niet druk, vertrouw op het toeval - houd een scherpe blik buiten de deur. Menig slaaf is gelukkig.''

Emma wist waar ze aan begon, toen ze met Darwin trouwde. Ik zal je altijd verzorgen en verplegen, beloofde ze hem. Darwin: ,,Er zijn weinig mensen die zo teruggetrokken hebben geleefd als wij. Behalve bezoekjes aan verwanten, en af en toe aan de kust, gingen we nergens naar toe. Toen we hier pas woonden gingen we nog wel eens uit en ontvingen we nu en dan vrienden, maar mijn gezondheid had altijd te lijden door de opwinding die dat veroorzaakte, met als gevolg hevige rillingen en braakaanvallen.''

In een brief van 20 mei 1865 schreef Darwin aan de arts Dr. John Chapman dat hij al 25 jaar leed aan hysterische huilbuien, met het gevoel dood te gaan en flauw te vallen. Kort na Darwins dood gaf zijn arts Dr. Edward Lane een uiteenzetting van het ziektebeeld. Behalve aanvallen van hartkloppingen, kortademigheid, een licht gevoel in het hoofd, trillen, huilen, het gevoel dood te gaan en spanningsgevoel in de buik, had Darwin last van angst voor controleverlies en zelfvervreemding.

In de loop der jaren zijn diverse diagnosen geopperd, van catarrale dyspepsie, onderdrukte jicht, arseenvergiftiging,

chronische neurasthenie tot hypochondrie, depressie, hyperventilatie, het Da Costa syndroom ('irritable heart') en trypanosomiasis, de ziekte van Chagas, die hij in Zuid-Amerika zou hebben opgelopen. Deze laatste mogelijkheid valt af, omdat Darwin al klachten had vóór zijn reis naar Zuid-Amerika en een terugkerend beloop bij de ziekte van Chagas ongebruikelijk is.

Het is de vraag in hoeverre Darwin aan depressies leed. Het is waar dat hij regelmatig depressieve klachten uitte als gevolg van hevige aanvallen van zijn ziekte. Van suïcidale gedachten rept hij nergens. Van echte klinische depressies was naar mijn idee geen sprake. In de Journal of the American Medical Association kwamen enkele jaren geleden een Amerikaanse radioloog en een psychiater tot de conclusie dat Darwin leed aan een paniekstoornis met agorafobie. Volgens T. J. Barloon en R. Noyes waren negen van de dertien bekende symptomen van een paniekstoornis prominent in het ziektebeeld aanwezig. Het is evenwel niet moeilijk om ook kenmerken van een sociale fobie en zelfs een vermijdende persoonlijkheidsstoornis te vinden. Een enkel Pietje Precies ontdekt bij Darwin moeiteloos dwangmatige trekken.

In zijn autobiografie bekent Darwin dat hij zich door zijn aandoening vaak hulpeloos en bedroefd voelde, maar de kwaal had tevens positieve kanten. Zijn klachten vormden vaak een excuus om visites en grote gezelschappen te mijden. Door zijn ziekte kon hij zich ten volle op de wetenschap kon storten.

Aan Darwins geweten knaagde niet een of andere grote zonde, afgezien van de klap die hij als jochie uitdeelde aan een hond: ,,Eén keer, toen ik als klein jochie op de dagschool zat, of nog eerder, heb ik me sadistisch gedragen door een puppie te slaan, domweg om te genieten van het machtsgevoel, denk ik. De klap kan echter niet hevig zijn geweest want het hondje jankte niet. (. . .) Dit gedrag drukte zwaar op mijn geweten, zoals blijkt uit het feit dat ik me nog de precieze plek herinner waar de daad werd gepleegd.'' Wel heeft Darwin dikwijls spijt gehad dat hij niet op een of andere directe manier goed voor zijn medeschepselen is geweest.

Een enkele moderne psychiater zal misschien de diagnose posttraumatische stress stoornis (PTSS) overwegen, met als centrale gebeurtenis de reis op de Beagle. Het is al lang geen mode meer om elke ingrijpende gebeurtenis in een mensenleven direct als traumatisch te bestempelen. Los daarvan lijkt me de diagnose PTSS op grond van Darwins belevenissen buiten het vertrouwde Engeland onjuist. Afgezien van de spanningen door de dagelijkse omgang met de heetgebakerde manisch-depressieve kapitein Robert FitzRoy bewaarde Darwin aan deze tijd voornamelijk goede herinneringen. Zijn onderzoek bezorgde hem in elk geval wereldfaam.

De Britse psychoanalyticus John Bowlby zag in de vroegtijdige dood van Darwins moeder in 1817 de oorsprong van diens levenslange klachten. In zijn Darwinbiografie (1990) verklaarde Bowlby dat Darwin niet kon rouwen om het verlies van dierbaren, wat hij herleidt tot de dood van Darwins moeder op zijn achtste jaar. Sindsdien was er bij hem sprake van gestoorde rouw en het onvermogen om echt te huilen om het verlies van geliefde personen. Dat verdriet was bij Darwin 'naar binnen geslagen'. Bowlby ging in zijn biografie zo ver dat hij Darwins hele ziektebeeld in het kader van gestoorde rouw plaatste.

Hoe aannemelijk is Bowlby's hypothese? Vóór de hypothese pleit misschien dat Darwin zich nauwelijks iets van zijn moeder kon herinneren, behalve haar doodsbed, haar zwarte fluwelen jurk en haar vreemd geconstrueerde werktafel. Dat kwam volgens hem doordat zijn zusters, als gevolg van hun grote verdriet, niet in staat waren over haar te spreken of haar naam te noemen, én door de ziekelijke toestand die aan zijn moeders dood voorafging.

In zijn autobiografie noemt Darwin nog twee andere grote verliezen. De eerste was dood van zijn vader op 13 november 1848. Darwins gezondheid was toen zo slecht dat hij niet naar zijn vaders begrafenis kon. Evenmin kon Darwin toen optreden als een van de executeurs. Door de symptomen van zijn kwaal was rouwen destijds onmogelijk, wat opnieuw zou pleiten voor de hypothese van Bowlby. Maar bij het tweede verlies, de dood van zijn dochter Annie, heb ik grotere twijfels.

Annie overleed op 23 april 1851. ,,Haar gezondheid ging een maand of negen voor haar laatste ziekte enigszins achteruit, maar ze was hierdoor slechts af en toe een dag niet lekker. Op zulke dagen was ze nooit humeurig, verdrietig of ongeduldig, het was heerlijk te zien hoe snel ze, dankzij haar veerkrachtige geest, weer blij en opgewekt was. Tijdens de laatste korte ziekteperiode gedroeg ze zich werkelijk engelachtig. (. . .) We hebben de lieveling verloren, en de troost van onze oude dag.''

,,Nog steeds komen er soms tranen in mijn ogen als ik aan haar innemende gewoonten denk'', schrijft Darwin in zijn autobiografie. Dat gebeurde ook toen Annie net overleden was. Gedurende korte tijd werden zijn misselijkheid en maagklachten door die tranen weggedrukt. Hier klopt de hypothese van Bowlby dus van geen kant. Darwin huilde wel degelijk om het verlies van zijn dochter. Waarover Darwin zich beslist niet rouwig toonde was het verlies van sommige interesses in de loop van zijn leven, zoals zijn liefde voor poëzie, schilderkunst, muziek en Shakespeare. Die laatste vond hij op latere leeftijd zo onverdraaglijk saai dat hij er misselijk van werd. Zoals veel mannen van boven de veertig in onze tijd, las Darwin op latere leeftijd liever een biografie dan een roman. En als het moest alleen een roman met goede afloop, waarin liefst een knappe vrouw voorkwam.

Een teer punt was het geloof. Van God en de Bijbel keerde Darwin zich steeds meer af, ook al wilde hij zijn geloof vanwege zijn religieuze echtgenote Emma niet opgeven. ,,Aan boord van de Beagle was ik nogal orthodox, en ik herinner me dat ik hartelijk werd uitgelachen door een aantal onderofficieren (hoewel die zelf orthodox waren) toen ik de Bijbel aanhaalde als onweerlegbare autoriteit op het gebied van een of andere morele kwestie. (. . .) Maar geleidelijk was ik gaan inzien dat het Oude Testament niet betrouwbaarder was dan de heilige boeken van de Hindoes, of de overtuigingen van welke barbaar ook.'' Dat de ongelovigen zoals zijn vader, broer en bijna al zijn vrienden gestraft zullen worden, zag hij als een weerzinwekkende doctrine.

In een door Emma Darwin geschrapte passage voegde hij daaraan toe: ,,Evenmin moeten we de mogelijkheid over het hoofd zien, dat de constante inprenting van een geloof in God een zo sterke en misschien erfelijke invloed uitoefent op de nog onvolledig ontwikkelde hersenen van kinderen, dat het zich bevrijden van het geloof in God even moeilijk voor hen zou kunnen zijn als het voor een aap is zich te bevrijden van zijn instinctieve angst en afkeer voor een slang.'' Opmerkelijk genoeg registreerde Darwin op dit punt de afwezigheid van verdriet, alsof hij wel verdriet om het verlies van zijn geloof had verwacht. Een niet door Bowlby genoemd argument voor diens hypothese?

Hoewel Darwin zijn symptomen minutieus te boek stelde, valt het raadsel van zijn ziekte niet helemaal op te lossen. Gesteld dat Darwin in onze tijd zou hebben geleefd, dan zou een modern middel uit de groep van de serotonineheropname-remmers, de zogeheten SSRI's, in combinatie met exposure-behandeling in door hem gevreesde sociale situaties hem misschien van zijn paniek en sociaalfobische klachten af hebben kunnen helpen. Het zou het proberen waard zijn geweest. Alleen betwijfel ik of Darwin aan zo'n behandeling zou hebben meegewerkt, gezien zijn aarzelende, licht wantrouwende karakter en bovenal het bijzondere voordeel dat hij van zijn klachten had.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden