Het museum weet ons te verrassen

In het Filosofisch Elftal analyseren twee denkers een actuele kwestie. Deze week: verschillende musea worden met sluiting bedreigd. Wat is eigenlijk de waarde van een museum?

De voorgenomen bezuinigingen op kunst en cultuur zijn zo omvangrijk dat sommige drastische maatregelen opmerkelijk weinig aandacht krijgen. Naast de vele muziek-, theater- en dansgezelschappen die in hun voortbestaan bedreigd worden, staan ook musea onder druk. Streekmusea, maar ook rijksmusea, instellingen die vanouds staatseigendom zijn; het Rijk stelde zijn schatten open voor publiek. Dit wordt, getuige de adviezen van de Raad voor Cultuur, niet langer als een overheidstaak gezien: verschillende musea krijgen enkel nog subsidie voor 'beheer en behoud van de collectie'. Openstelling voor het publiek is volgens die logica een luxeproduct waarin de musea zelfvoorzienend moeten zijn.

Als de voorstellen van de Raad voor Cultuur door staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) worden overgenomen, moeten in elk geval vier rijksmusea hun deuren sluiten: rijksmuseum Twenthe, het Geldmuseum, Slot Loevestein en Huis Doorn.

Is er een verdediging denkbaar voor de ervaring die musea bieden, zonder in te gaan op elk museum afzonderlijk?

Paul van Tongeren, hoogleraar wijsgerige ethiek in Nijmegen en Leuven: "In de achttiende en negentiende eeuw, toen de eerste musea ontstonden, was het aanleggen en tonen van een verzameling het hoogste doel. Musea waren rariteitenkabinetten, met zoveel mogelijk voorwerpen en kunstwerken uit alle mogelijke tijden en culturen. In ouderwetse musea, zoals het nu eveneens flink gekorte Teylers Museum in Haarlem, zie je dat nog terug: zalen vol vitrinekasten. Er zou een museum moeten komen om het Teylers als museum te bewaren.

"Voor mij staat buiten kijf dat musea waardevol zijn, en toch valt het me niet mee om die waarde te onderbouwen. Want voor het verzamelen van kennis van de geschiedenis, de kunst en de menselijke cultuur hebben we strikt genomen geen instituties meer nodig. Via internet kunnen we voortdurend wereldwijd bekijken en bewonderen wat we maar willen."

Frank Ankersmit, emeritus hoogleraar geschiedfilosofie in Groningen: "Maar uitsluitend reproducties. Dan vergeten we wat het betekent om oog in oog te staan met een origineel object. In datzelfde Teylers Museum heb ik ooit een achttiende-eeuwse elektriseermachine gezien, vervaardigd in opdracht van de natuurkundige Martinus van Marum. Een gigantisch apparaat met stalen en glazen buizen waarmee je mini-bliksems van een paar meter lang kon genereren. Zoiets kun je ook op een foto of filmpje zien, maar dan is het niet half zo indrukwekkend. Hetzelfde geldt natuurlijk voor kunstwerken; de realiteit van authentieke schilderijen en sculpturen is onvervangbaar. Zoiets is voor de oorlog ook al betoogd door de Joods-Duitse filosoof Walter Benjamin. Sinds we kunstwerken fotografisch kunnen reproduceren, krijgt het origineel een aura waar men vroeger blind voor was. De paradox is daarom dat het kunstwerk zijn aura pas kreeg, nadat en doordat het dat verloor."

Van Tongeren: "Je hebt gelijk dat de fysieke confrontatie met een oorspronkelijk kunstwerk of een oeroud object nog altijd een bijzondere ervaring is. Alleen, als argument voor het behoud van musea is het in deze tijd denk ik een wankele basis. Het proces waar Benjamin als een van de eersten op wees, is nu nog veel verder gevorderd. Het verschil tussen 'echt' en 'kopie' wordt steeds moeilijker, totdat het zichzelf weg relativeert. Denk aan de discussie over de Heijboer-tekeningen een tijdje geleden. Je ziet trouwens dat musea zelf ook virtuele tours aanbieden en filmpjes over dat wat je er ook in het echt kan zien.

"Ik denk dat het museum wel op een andere manier een unieke functie blijft houden, een functie die vergelijkbaar is met die van een monument. Monumenten herinneren ons aan iets, of we daar nou op zitten te wachten of niet. Zo is het met een museum ook: het heeft de pretentie dat het iets waardevols herbergt, ongeacht of ik daarin geïnteresseerd ben. En het blijft me uitnodigen om een kijkje te komen nemen. Dat geldt niet voor informatie op internet, die is er weliswaar altijd, maar ik vind alleen wat ik zelf zoek. Het museum heeft een opvorderende werking. Het laat me in een bepaalde richting kijken, zoals een monument me dwingt te herinneren."

Ankersmit: "Dat lijkt me geen goede vergelijking. Monumenten worden al gauw opgenomen in het leven van alledag. Hoeveel mensen denken bij het monument op de Dam aan de oorlog? Velen zullen in plaats daarvan denken aan persoonlijke belevenissen die ze op de Dam hebben gehad. Monumenten en standbeelden in steden zijn een beetje als prostituees, die lenen zich voor alles. Allerlei particuliere gevoelens en herinneringen komen in te staan tussen ons en dat waar het monument ons oorspronkelijk aan moest doen herinneren.

"De kwaliteit van musea is juist dat ze dit niet snel laten gebeuren. Musea herbergen objecten die het waard zijn om vrij van afleiding gezien te worden. Ze beschermen die objecten tegen de willekeur van de levenden. Waar een monument te midden van het dagelijks leven vaak tevergeefs oproept tot herinneren, doet een museum dat een stuk effectiever, in de beslotenheid van zijn eigen muren. Het is een ruimte die geïsoleerd is van onze dagelijkse context. Daardoor kunnen we ons openstellen voor wat afwijkt van onze eigen realiteit. Voor dingen die we niet onmiddellijk kunnen plaatsen en die we in elk geval niet direct kunnen onderbrengen in de continuïteit van onze levenservaringen. Dingen die ons uit balans kunnen brengen, al is het maar even. Dat gebeurt ons niet makkelijk. Als er geen musea zouden zijn, zouden we die mogelijkheid missen."

Van Tongeren: "Dat herken ik. Als ik naar een museum ga omdat ik weet dat daar iets te zien is dat ik mooi vind, zie ik ter plekke meestal ook dingen die ik nog niet kende. Dingen waarvan ik me soms zelfs afvraag waarom ze in het museum te zien zijn. Daardoor word ik geconfronteerd met mijn eigen kijkpatronen. Musea verleiden mij met dingen die ik al ken, maar verrassen me met wat ik nog nooit gezien heb.

"We gaan niet dood zonder musea. Maar ik denk dat we wel als betekeniswezens, als cultuurwezens sterven als we ons niks meer herinneren, behalve op het moment dat we dat zelf willen. En als we niet meer verrast worden omdat we alleen maar kijken naar wat we al kennen en wat we zelf selecteren."

filosofisch elftal

Haring

Gude - Roeser -

Ankersmit

Van Tongeren

- Spruyt - Groot

Van Brederode - Huijer - Lock

Hermsen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden