Recensie

‘Het museum van oorlog’ is andermaal een sterk werk in Magris' oeuvre

Het werk van Claudio Magris werd bekroond met zowat alle grote Europese literatuurprijzen.Beeld RV

In zijn monumentale roman ‘Het museum van oorlog’ heeft Claudio Magris elk aspect van de oorlog willen vatten: de geur, de soorten wapens, de vertekende verhalen achteraf, het geweld, het verraad en misschien nog vooral: het uitwissen van de namen van de collaborateurs achteraf. 

Een duizelingwekkend aantal proeven van geweld passeert de revue in deze geëngageerde roman, maar de nadruk ligt op twee grote misdaden uit de geschiedenis: de zwarte slavernij en de Shoah.

De Italiaanse cultuurhistoricus Claudio Magris (1939) zette zichzelf in 1986 op de kaart met ‘Donau’, een ‘levensloop’ van de rivier en de beschavingen die langs haar stroom gedijden. Later volgde ‘Blindelings’, een zoektocht naar verraad onder kameraden. Magris’ werk werd bekroond met zowat alle grote Europese literatuurprijzen.

Maniakale verzamelaar

‘Het museum van oorlog’ is andermaal een sterk werk in Magris’ indrukwekkende oeuvre. Voor zijn jongste roman liet hij zich inspireren door de maniakale verzamelaar Diego de Henriquez (1909-1974), “een bevlogen Triëster, die zijn leven gewijd heeft aan het verzamelen van wapens, om een Oorlogsmuseum op te zetten dat, middels de expositie van talloze doodsinstrumenten, moest bijdragen aan de vrede”.

Deze bizarre figuur, legendarisch in Triëst, met wie Magris lang geleden zelfs een praatje maakte, werd voor de roman literair bewerkt tot een fictief personage, een spreekbuis voor het hele verhaal.

Ondertussen heeft de stad Triëst de immense verzameling van Diego de Henriquez ondergebracht in een echt Oorlogsmuseum. Maar in de roman is dat museum nog in opbouw, met als curator de fictieve Luisa Brooks. Elke zaal herbergt een specifiek wapen, dat telkens de opmaat vormt voor een nieuwe episode in dit totaalboek over oorlog.

Ballingschap

Luisa Brooks verenigt in haar levensverhaal de twee ballingschappen waar de schrijver het wil over hebben: die van de zwarte Afrikanen die als slaven naar Amerika werden verscheept en de Joodse diaspora met al zijn verschrikkingen. Luisa’s vader is een zwarte Amerikaanse soldaat die Triëst kwam bevrijden, haar moeder Sara is een Jodin uit Triëst. Ze werd als kind verborgen op het platteland en kon zo aan de nazi’s ontsnappen. Maar grootmoeder Deborah kwam om in de Risiera in Triëst.

Die Risiera di San Sabba, een voormalige rijstpellerij, staat centraal in de roman. De nazi’s bouwden in Triëst de enige verbrandingsoven die ooit in Italië heeft bestaan. Er kwamen vooral Joden terecht. Ze werden ter plekke vermoord of doorgestuurd naar kampen in Duitsland. In hun laatste uren hebben de gevangenen er met hun nagels boodschappen in de muren gekrast, “sporen van de ellende en de schande; afscheidswoorden, noodkreten, wanhopige berichten van stervenden of erger dan stervend, getuigenissen van verklikking, folteringen en folteraars, bloedvlekken”.

Beschuldiging

Na de oorlog werden de namen op de muren overschilderd met een laag kalk. Gevaarlijk waren niet de namen van beulen en slachtoffers - die waren na de oorlog bekend - maar die van medeplichtigen, ‘hooggeplaatste inwoners van Triëst die goede vrienden waren met de beulen’. Magris spreekt cynisch over ‘uitgewiste en dus voor altijd gerespecteerde namen’. Zijn beschuldiging is niet mis te verstaan: “Opnieuw heeft het burgerlijke, fascistoïde Triëst, een stad van collaborateurs uit roeping, zijn gezicht gewassen en zijn neus gepoederd.”

Het pendant van de Risiera is het ruim van de slavenschepen, “volgestouwd met lichamen, teruggebracht tot embryo’s in de buik van de geschiedenis; velen onderweg verloren, lijken opgeslokt door de oceaan en verslonden door de haaien, anderen die meer dood dan levend aankomen aan de andere kant van de grote wateren, uit de buik van het schip tussen bloed en vuil op het stand geworpen, op de andere oever aangespoeld tot rampspoed van hen en van allen die nog komen gaan”.

Tijdens haar werkzaamheden als curator mijmert Luisa over haar afkomst. Haar Joodse familie kwam om in de Risiera en haar vader heeft een familiegeschiedenis die doordrenkt is van slavernij en onderdrukking. Luisa’s vader heeft haar ook altijd verhalen verteld over ‘een andere Louisa’. Die Spaanse Luisa de Navarrete spreekt tot ons vanuit de bewaarde processtukken van de Inquisitie. De schrandere Afrikaanse slavin, gehuwd met een Spanjaard, maar ontvoerd door Caribische indianen, kan na haar ontsnapping de gehaaide inquisiteurs bespelen door ‘haar persoonlijke geval op het tweede plan’ te plaatsen en te spreken over goud in plaats van over magie.

Luisa’s overpeinzingen worden verder gevoed door de dagboeken van de verzamelaar Diego de Henriquez. Dat is natuurlijk een associatieve aanpak - via de dagboeken sijpelen heel veel verhalen de roman binnen - maar dat behoort nu eenmaal tot de vrijheid van de schrijver. En hoewel Magris’ roman sterk gedocumenteerd is, blijft het een werk van de verbeelding. Of zoals hij het zelf verwoordt: de schrijver werkt met inventie. Op basis van de realiteit ‘vindt’ hij zaken die waarachtig zijn.

Magris’ eruditie spat van de bladzijden, al komt ze nergens geposeerd over. Zijn stijl is poëtisch, vaak bewust herhalend, een enkele keer breedsprakig, maar altijd meeslepend. Zijn medeleven met de slachtoffers is groot, zijn analyse van de daders vlijmscherp. Want Magris is, als zoon van een verzetsstrijder, niet mals over de verraders. Hij toont onomwonden, in scherpe bewoordingen, zijn absolute verontwaardiging. De kreten van de Joden in de Risiera en de kreten van de slaven in de romp van de slavenschepen zijn voor hem een waarheid die de mensheid onder ogen moet zien. ‘Non luogo a procedere’ - buitenvervolgingstelling - zo luidt de titel van zijn boek cynisch in het Italiaans. Net die buitenvervolgingstelling, de gedachte dat het allemaal zo erg nog niet is geweest en dat het nu afgelopen is, betwist Magris met vlammende pen.

Claudio Magris
Het museum van oorlog
Vert. Linda Pennings. De Bezige Bij; 320 blz. € 24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden