Het motto van de bisschop

Pieter van der Ven ontdekt een blinde vlek in 2000 jaar religiegeschiedenis. Hoe komen bisschoppen, zoals de nieuwe van Den Bosch, aan hun motto's? Van der Ven zocht er duizenden bij elkaar. En geeft tips voor aanstaande prelaten.

Pieter van der Ven (1943) werkte 30 jaar voor Trouw. In 2001 was hij European Religion Writer van het jaar.

De stelling is: bisschop is helemaal geen leuk beroep. Het is eervol, staat in aanzien (nog, meestal), mensen voelen zich ongemakkelijk of zijn zichzelf niet bij zo'n doorluchtigheid - ook al probeert deze tegenwoordig zo gewoon mogelijk te doen: 'Excellentie' en 'Monseigneur' hoeft echt niet meer. Ring kussen, welnee. Zeg maar gewoon 'goede avond', net als de paus drie jaar geleden. Maar nog steeds is bisschop zijn zelf géén feest.

Een bisschop mag niet trouwen, niet in de Rooms-Katholieke Kerk maar ook niet in de Orthodoxe Kerken. (In andere denominaties wel, maar die laten we hier buiten beschouwing). Zelfs het onschuldigste slippertje kan ernstige gevolgen hebben, maar daar gaat het niet om. Dat trouwen en de eraan verbonden geneugten is 'klein bier' tegenover andere grote kopzorgen van het ambt.

Wie als priester in Rome heeft mogen studeren staat eigenlijk al voorgesorteerd voor een paarse carrière. Maar zelfs wie beseft dat hij voor de klus in alle bescheidenheid geknipt is, er stiekem op rekent dat het er ooit wel eens van zal komen - ook hij, ja altijd hij, steekt niet jubelend de vlag uit, als het eenmaal zover is. Zelfs niet als hij zonder één wanklank wordt bedolven onder de felicitaties.

Hij heeft niet gelobbyd, hij heeft niet gesolliciteerd, hij heeft niet geklankbord - eerder heeft hij de luwte opgezocht, in de hoop dat zullie-in-Rome hem over het hoofd zien. Al kan zo'n voorbeeldige bescheidenheid ook weer erg de aandacht trekken.

Bisschop-zijn is niet leuk, veel minder opwindend dan tal van andere bezigheden waar menig geestelijke zich ook mee kan profileren: briljante professor, gezochte herder, vurige prediker. Met de heilige olie van zijn wijding nog nat op hoofd en handen krijgt de nieuwe prelaat al meteen te maken met kerksluitingen, misbruikzaken, persmuskieten, klachten dat pastoor zus te streng, pastoor zo te soepel is; geldzorgen, personele misstanden. Hij vergadert zich een slag in de rondte, krijgt betweters op zijn dak, die catechismus beschouwen als een felien ongemak. Een fatsoenlijke preek maken is er voor hem nauwelijks meer bij, een stevige vastenbrief met een kop en een staart moet hij met vijf steekwoorden aan iemand uitbesteden.

Waarom moest de voormalige verslaggever van deze krant zijn binnenkort te verschijnen boekje dan zo nodig toch 'Hoog feest voor PAARS' noemen? Wat kan dat 'hoge feest' zijn voor iets wat zo alle kenmerken van een echt offertje is, een reuze offer, met pas pensioen op je 75ste. Is het feest zo hoog omdat je werkgelegenheid naar de mens gesproken tot ruim na je aow lijkt gegarandeerd? Is het ironisch bedoeld?

Tweemaal nee. Het hoge feest duidt op dat ene moment, dat nooit weerom komt, pal na dat gevreesde, verhoopte, overrompelende telefoontje van de nuntius en vóór de daadwerkelijke intrede in de nieuwe job (zo'n drie maanden). Vers benoemd, nog niet gewijd. Het is de kostbare tijd dat de 'bisschop-elect' zich terugtrekt in zijn Olijvenhofje, om daar alleen of liever nog met enige gezworenen, een MOTTO - een leuze uit te broeden.

Het is de laatste daad die hij in vrijheid kan begaan. Daarna is het uit: over zijn nek gluurt diezelfde nuntius mee, hoort hij diens zure adem hijgen, voelt hij de kille ogen in zijn rug, bezwijkt hij haast onder wat hij allemaal moet, onder al zijn goede bedoelingen en halve successen - én weer naar Rome om daar gekapitteld te worden: waarom willen de mensen niet meer naar de mis? Waarom is je seminarie zo leeg?

Hoe hoog is dat feest, tussen die vererende benoeming en de eerste dag op kantoor (of bureau, soms nog: Paleis). Wie de moeite neemt

om honderden, duizenden van die bisschopsmotto's bijeen te sprokkelen staat een teleurstelling te wachten. Je mag de woorden die je kiest wikken, wegen, tegen het licht houden, proeven op de tong - je mag ze smeden in het vuur, ze laten branden, priemen in je huid, als een tattoo. Bij de begrafenis van de bisschop - twintig, veertig jaar later - zal de volle kerk in de lofrede horen hoe deze bisschop zijn zelfgekozen, hoogstpersoonlijke motto voorbeeldig heeft waargemaakt.

Voor de overzichtelijkheid beperken we ons tot drie steekwoorden die bij de rondgang op dit paarse feest tot teleurstelling leidden: Herhaling. Open deur. Vroomheid.

Herhaling. In de broeikas voor zijn motto komt de nieuwe bisschop met een vondst, iets eigens, een visie op het labeur dat hem wacht, dat hij niet heeft gezocht maar waar hij niet voor wegduikt.

Telt alleen de 'eerste gebruiker'? Zo streng hoeft niet. Maar de nummer 50 zijn, de nummer 100+, de nummer dertien van het dozijn?

'Waarheid in liefde'; 'Christus' liefde dwingt ons'; 'Om te dienen, niet om gediend te worden'; 'De armen het evangelie brengen'; 'Uw wil geschiede'.

Toen halverwege de jaren zestig het Tweede Vaticaans Concilie ten einde liep was in menig bisschopshart een oprecht vuur van oecumene ontbrand. Zij herkenden zich in de tekst uit het Johannesevangelie: 'Mogen allen een zijn'. Toen een avontuurlijke nieuwigheid. Maar vijftig jaar en honderd spreuken later is dit motto grijs en sleets geworden. Nog steeds komt een bisschop-elect met dit devies tevoorschijn alsof hij zojuist een ei van Columbus heeft uitgebroed.

Natuurlijk allemaal geen speld tussen te krijgen, maar waarom jouw eerste en enige motto zo hengelen uit wat tweede-, derdehands al zo afgedragen was? Een buil zul je je er nooit aan vallen, maar was dat de voornaamste opgave als de verse bisschop-to-be zich voor zijn avontuur in zijn besloten hof terugtrekt?

Open deur. 'Geprezen zij de Heer'; 'God zij dank'; 'Omhoog de harten'; 'De Heer zij met u'; 'Christus onze hoop'. Opnieuw: geen speld ertussen. Maar ook geen punt die prikt. Geen schuurpapier, geen zout, geen gloeiende kool op de lippen. Geen mierikswortel, geen honing. En nul ambitie.

Vroom. Met het komende ritueel voor ogen, die lange wijdingsplechtigheid, de teraardewerping, al die gebeden, de zalving, die handen op het hoofd , het geraffineerde gedoe met mijter, ring en staf - het stemt bij voorbaat uiterst nederig en vroom. En daar prevelen ze al hun spreuk: 'Door Maria tot Jezus', 'Wees gegroet, Sterre der zee', 'Onder uw bescherming', 'O Maria, mijn Moeder'; 'Jezus ik vertrouw op u'. Mag dat niet? Op dit gebiedje mag alles, maar is hier geen kans gemist? Zullen de rafelranden van de dolende kudde daar echt van ophoren?

Voor de goede orde: voor de aanstaande bisschop is het ontwerpen van een wapentje en het bedenken van een motto geen must. Wie aan die kermis niet mee wil doen - uit principe of geen zin - kan even hoog in de kerkelijke carrière stijgen. Maar de meesten gaan er toch voor, zelfs hulpbisschoppen die voor een eigen visie of beleid maar bescheiden noten kunnen kraken.

Met een natte vinger en een half oog zijn er in het Oude, Goede Boek nog tal van pareltjes te vinden die tot dusver door die vele duizenden bisschoppen van alle tijden zijn gemist. 'Hij geeft het zijn beminden in de slaap'; 'Vol smart hebben we jou gezocht'; 'Maak je nergens te bezorgd over'; 'Een kleine jongen zal ze hoeden'; 'Wij zijn geen dwingelanden van jullie geloof'. Kersvers, kristalhelder, stampvol zin. Ook de geestelijke literatuur van de laatste duizend, vijftienhonderd jaar wemelt van nog maagdelijke schatten in de broze vaten. En wie nog weer verder over de rand kijkt vindt nog meer. Nochtans belijden tegen de klippen op -

Speurders naar juweeltjes tussen de bisschopsmotto's wacht veel vergeefse arbeid. Keer op keer 'zal de waarheid je bevrijden', 'zal God voorzien', 'zal het werk niet geweigerd worden', 'de weg des Heren bereid' en 'naar het diepe gekoerst'. Wat een verrassing als je eens in de honderd keer in plaats van al die spieringen een vette vis aan de haak slaat.

Al in het eerste jaar van zijn lange ambt stuurde paus Johannes Paulus II de bijbelgeleerde jezuïet Carlo Maria Martini naar Milaan, weg van de priesteropleiding in Rome. Wilde hij hem weg? Zag hij in hem misschien een opvolger die eerst nog wat moest oefenen in het besturen van een giga-bisdom? We weten het niet. Martini zegde zijn professoraat op, ging gehoorzaam naar Milaan en verzon (uit de eigen duim, dat mag ook) de spreuk: 'Voor de waarheid moet je ook de tegenargumenten liefhebben'. Opvallend. Aan Karol Wojty¿a, de paus van toen, was liefde voor andere waarheden dan die van hemzelf juist niet erg besteed.

Inderdaad dook Martini steevast hoog op in de lijstjes papabili - mogelijke kandidaatpausen. Maar de toenmalige paus hield maar vol, totdat in 2005 Martini zelf al te oud en te ziek was. Maar deze had wel een intense spreuk nagelaten én een niet mis te verstaan getuigenis dat zijn kerk tweehonderd jaar achterliep.

Raymond Lucker in Amerika stond tijdens het Tweede Vaticaans Concilie te boek - geprezen, verguisd, als 'progressieve' bisschop, voor wie veel anders moest in zijn kerk. Zijn spreuk was gewoon uit het evangelie, maar uniek: 'Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp'. Verrassend: meestal belijden bisschoppen hoeveel zij geloven, hun gebrek, hun 'beginneling' zijn in deze materie etaleren ze juist niet.

Honderd jaar voor Bachs geboorte, zijn Matthäuspassion nog niet in zicht met die indringende borstklopperij van Petrus: Wenn sie auch alle sich an dir ärgerten, so will ich doch mich nimmer mehr ärgern. De Franse bisschop Antoine de Clermont vat die hele zin samen in vier bonkige Latijnse woorden: Si omnes, ego numquam: 'Zij allen wel? Ik nooit.' Geen bisschop Petrus sindsdien heeft zich aan deze spreuk zijn vingers en tong gebrand.

De nieuwe bisschop van Den Bosch, Gerard de Korte, heeft zijn wapenschild aangepast: het geel-op-groene kruis van Groningen is vervangen door de adelaar van Sint Jan. Zoals gebruikelijk heeft hij zijn motto gelaten zoals dat was: Vertrouwend op Christus. Vergeefs heb ik hem nog gesuggereerd zijn spreuk te wijzigen in Jeroen Boschachtige zin: Zie de mensen.

Vorige week trad De Korte aan, vijftig jaar na de dood van de roemruchte bisschop Rinie Bekkers - die toen tot afschuw van de een en tot bevrijding van de ander op prime time op het enige tv-net voorzichtig maar onmiskenbaar bepleitte dat hij en zijn kerk nooit meer moesten meegluren in de echtelijke slaapkamers en pillenkastjes. Er werd gespot dat 'Organon' in Oss, de fabriek van de pil, het 'lekkers van Bekkers' verkocht.

Bekkers (58) stierf, zijn begrafenis was een ware happening. Zijn motto luidde: De liefde als wapen. De eerste was hij toen - de enige is hij nog steeds. Van de tien Bossche bisschoppen - van Zwijsen tot en met De Korte - blijft hij de enige met douze points.

Er zijn nog veel meer van die verborgen uitblinkers, een bescheiden bos, met wat lelies uit het veld, een gekrookte rietstengel, een walmende vlaspit.

Rest nog paus Franciscus. In mijn hoogst persoonlijke, maar niet ongerijmde afweging komt hij van alle pausen tot dusver met het sterkste motto uit de bus. Meer dan duizend jaar oude woorden, voorwaar geen nieuwlichterij. Maar wel nieuw, een eersteling onder die duizenden motto's. Lekker kort, zoals ik ze graag heb. Spanning erin: twee vonkende polen. 'Deerniswekkend en toch uitgekozen' (Miserando atque eligendo), tikje vrij vertaald maar goed genoeg.

Een pluim op de mijter van een bisschop die zijn motto kiest met een hoger voltage.

Religiegeschiedenis

Ik suggereerde

De Korte iets

à la Jeroen Bosch:

Zie de mensen

Pieter van der Ven: Hoog feest voor Paars. Bisschopsmotto's en andere vergeten groenten à la Romana. U2pi; 152 blz., euro 16,50

Uitermate teleurstellend,

al die herhalingen, vroomheden

en open deuren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden