Het moralisme van de anti-psychiatrie

'Beulsknechten van de bourgeoisie' waren psychiaters. Want zij sloten 'onaangepaste mensen' op, terwijl hun psychische crisis ook 'een weg naar persoonlijke groei' kon zijn. Deze en nog veel meer kritiek spoelde in de jaren zeventig over de psychiatrische inrichtingen, verwoord door de brede, boze beweging die de 'antipsychiatrie' wordt genoemd. Ten onrechte, vindt promovenda Gemma Blok, want de genezingsdrang was bij deze beweging groot.

door Eveline Brandt

Gekte? Psychose? Dat is een slechts een vorm van protest tegen de onderdrukking van het 'ware zelf' door ouders en samenleving. Er zit zin in de waanzin, betoogde de Britse psychiater Ronald David Laing. Hij was een belangrijke woordvoerder van de protestbeweging in de jaren zeventig die bekend is komen te staan als de 'antipsychiatrie'. Vandaag promoveert historica Gemma Blok aan de Universiteit van Amsterdam op wat zij liever noemt de 'kritische psychiatrie'.

In Engeland en Amerika maar zeker ook in Nederland, moest het helemaal anders binnen de muren van psychiatrische inrichtingen, vond deze beweging. De westerse samenleving was volgens Laing een gevangenis, die te weinig ruimte bood voor de zelfontplooiing van haar bewoners. De maatschappij is ziekmakend, gezinnen zijn gekmakend -en lopen mensen daar logischerwijs op stuk, zo luidde de kritiek, dan worden ze weggestopt in een inrichting. Waar ze gehospitaliseerd raken en beroofd van hun zelfvertrouwen, identiteit en initiatief.

De kritische psychiater Jan Foudraine publiceerde in Nederland zijn vuistdikke aanklacht 'Wie is van hout...' Ook boeken van (ex)patiënten verschenen er in die tijd, met woedende titels als 'Ik haat mijn psychiater' en 'Maar tenslotte verlies je toch... De ongelijke strijd tussen patiënten en de psychiatrie'. Hervormingsgezinde hulpverleners schaarden zich aan hun zijde. Zij wilden samen met de patiënt op zoek gaan naar de zin in diens waanzin. Waaróm was de patiënt 'vastgelopen'? En hoe kon die 'veranderen'? Cliënten werd geadviseerd hun leven in eigen hand te nemen. Ze moesten 'baas in eigen brein' worden, zoals een bekende leus uit die tijd luidde. Neem daarom eens een 'valiumvrije vrijdag', adviseerden ludieke actievoerders: 'sta stil bij die pil'. Praten en nog eens praten werd het devies, in plaats van de gangbare handvol pillen, het sussende schouderklopje en de onverschillige bejegening van de psychiatrische patiënt.

Uit het boek van Blok 'Baas in eigen brein', dat vandaag verschijnt, komen fundamentele meningsverschillen naar voren over de aard van geestesziekten. Waarom wordt iemand gek, en hoe is die het beste te helpen? Is het iets in de hersenen of iets in de jeugd? Zijn pillen beter, of gesprekken? Door de geschiedenis van de psychiatrie heen wisselen de 'verklaringsmodellen' elkaar af in populariteit. Spirituele, psychosociale en neurobiologische verklaringen voor psychiatrische aandoeningen domineren beurtelings, maar bestaan ook naast elkaar. ,,In de jaren zeventig kwamen deze meningsverschillen voor het eerst pijnlijk duidelijk naar voren voor het grote publiek'', zegt promovenda Blok. ,,Die tijd willen veel psychiaters van nu het liefst vergeten, omdat ze denken dat onderlinge verdeeldheid niet goed is voor het imago van het beroep.''

De 'kritische psychiatrie' was een aanzienlijke, breed gedragen en goed gebekte beweging die uitgroeide tot een ware culturele rage. Psychiaters, psychologen, patiëntenvereningen en psychiatrisch verpleegkundigen wilden een omwenteling binnen hun vakgebied. ,,Vooral verpleegkundigen komen uit mijn onderzoek prominent naar voren als motor achter het protest tegen het medische model'', zegt Blok. ,,Ze protesteerden tegen de autoritaire machtsverhouding tussen arts en verpleegkundige; geheel passend in die tijd. Ze wilden ook een andere omgang met de patiënten. Door te praten, praten, praten wilde men onderzoeken waarom iemand was vastgelopen, de relaties van de patiënt uitpluizen, de communicatieprocessen binnen diens gezin analyseren.''

Medicijnen waren in principe taboe want die onderdrukten het gevoel, terwijl het gevoel van de patiënt er juist 'uit moest komen'. Maar wanneer dat slechts gebeurde in de vorm van heftige erupties zoals psychoses, konden de hulpverleners er toch niet buiten, al was het maar omdat een gesprek anders onmogelijk was. In het psychiatrische ziekenhuis mochten geen vaste regels meer gelden; de patiënt moest juist geconfronteerd worden met chaos. Dat was bevorderlijk voor het bovenkomen van emoties.

In bijna elke inrichting in Nederland was er wel een afdeling die zich trachtte om te vormen tot een 'therapeutische gemeenschap' waar de vernieuwde vorm van hulpverlening gestalte moest krijgen. Blok: ,,In de loop van zo'n decennium komen daar heel wat mensen terecht. Dit heeft dan ook duizenden patiënten in Nederland in hoge mate beïnvloed. En hun families, niet te vergeten.''

Want de familie werd meegesleept, moest in gezinstherapie. Dat ging lang niet altijd even fijnzinnig. Niet alleen was het gezin 'ziekmakend', ook kreeg de moeder van de schizofrene patiënt vaak de schuld van diens ziekte. ,,Dat vond ik frappant'', zegt Blok. ,,Ik had verwacht dat het er een beetje Dennendal-achtig aan toe ging en mensen werden doodgeknuffeld. Dat tolerantie en empathie voorop zouden staan. Dat was ook het ideaal. Maar de kritische hulpverleners probeerden mensen vaak toch te veranderen. Er werd veel druk op de patiënt gelegd. Je moest analyseren waarom je was vastgelopen, de oorzaken aanpakken en ook anders in het leven gaan staan.''

De term 'antipsychiatrie' vindt Blok dan ook onjuist. De nieuwe lichting hulpverleners was niet principieel tegen psychiatrische hulpverlening. Wel tegen behandeling met elektroshocks, pillen, separeren. Maar vóór veel praten, in de vorm van groepstherapie en gezinstherapie. De patiënt moest door deze behandeling veranderen in een moderne burger die autonoom was en open over zijn gevoelens, en zelf verantwoordelijkheid nam voor zijn psychisch welzijn.

Veel mededogen met zware depressies, manische uitbarstingen of het horen van stemmen -met iemands ziekte kortom, spreekt daar niet uit. ,,Deze hulpverleners dachten niet in termen van ziekte'', verklaart Blok. ,,Niet dat ze ontkenden dat psychische problemen veel lijden veroorzaken -dat is hun vaak verweten maar dat is onterecht. Maar zij zeiden: 'Dit lijden heeft nút. Het is een moeilijke periode waar je beter uit kunt komen als je er achter komt waarom, en als je daar iets mee doet.' Daar zit een sterke genezingsdrang achter maar ook veel moralisme.''

Of deze wijze van hulpverlenen nu zoveel heilzamer was voor bijvoorbeeld de psychiatrisch patiënt die gekweld werd door stemmen in zijn hoofd -dat is moeilijk na te gaan, zegt Blok. ,,Er is nooit echt onderzoek naar gedaan. Hulpverleners zelf hebben wel verteld dat ze soms tegen de grenzen van menselijkheid opliepen. Dat patiënten zozeer in verwarring en angst bleven vastzitten dat zij het niet meer menselijk vonden om hen medicijnen te onthouden en aan ze te blijven trekken. Ook op de afdeling die ik heb geanalyseerd bleek dat het vaak toch niet werkte. De echt psychotische patiënten zaten op een totaal andere golflengte. Ex-patiënten zijn er weleens over ondervraagd, en daarvan zeiden sommigen: ik ben er echt slechter door geworden. Anderen waren heel tevreden. Mijn indruk is dat de zware patiënten met wanen en hallucinaties er het minst baat bij hadden, en mensen met bijvoorbeeld depressieve klachten meer. Maar dat is moeilijk hard te maken omdat het stellen van diagnoses in die tijd taboe was. ''

Achter de beweging, verzekert Blok, zaten sympathieke beweegredenen. ,,Deze hulpverleners wilden mensen echt helpen om weer uit de inrichting te komen. Ik wil het zeker niet verketteren door alleen te wijzen op de excessen. De psychiatrie werd veel dynamischer, en dat dat soms onverantwoord uitpakte moet je in zijn tijd zien. In die tijd dachten de aanhangers van de kritische psychiatrie dat het heel wetenschappelijk was, al die ideëen over ziekmakende gezinnen en zin in de waanzin. Die werden immers gesteund door diverse kopstukken, hoogleraren, en zelfs de overheid. Ronald Laing is nota bene voor een lezing naar Nederland gehaald door het toenmalige ministerie van Volksgezondheid.''

Ook het boek van Jan Foudraine, 400 pagina's dik, kwam op veel lezers waarschijnlijk heel wetenschappelijk over. Hij bespreekt een gigantische hoeveelheid literatuur, maar wetenschappelijk onderbouwd volgens de standaarden van nu was dat allemaal niet. De nieuwe inzichten werden bovendien soms met weinig zelfkritiek toegepast. Men greep fors in de levens van mensen in, en niet altijd op een deskundige manier. ,,Maar ja'', zegt Blok, ,,daar hangt de geschiedenis van de psychiatrie van aan elkaar. De critici vonden de zorgverlening van vóór die tijd ook onverantwoord. Toen leidden mensen een passief bestaan in de inrichting, kregen ze veel medicijnen, soms zelfs elektroshocks... Het dagelijks leven van veel patiënten was stilstaand water.''

Dacht men in de jaren zeventig nog dat psychische ziekten een 'uitdaging' waren, een kans om te groeien of toch tenminste een 'poging van het individu om autonoom te worden', nu is dat optimisme grotendeels verdwenen. ,,Bij echt zware stoornissen als depressiviteit, manische depressiviteit en schizofrenie is de genezingsdrang helemaal weg'', zegt Blok. ,,Hulpverleners zien dat nu als een handicap. Die moet verzacht worden, waar mogelijk, maar reken niet op genezing. Een invaliditeitsmodel, goed beschouwd.''

Voor de minder zware aandoeningen heeft het praten als therapie sinds de jaren zeventig wel een enorme vlucht genomen. Blok vindt dat een verworvenheid. ,,Zoals ik het ook een verworvenheid vind dat in de zorg voor psychiatrische patiënten het gezin veel meer dan vroeger bij de behandeling wordt betrokken. Niet omdat het gezin 'ziekmakend' zou zijn, maar om te zorgen dat patiënten het daar prettiger hebben. Dat is een indirecte erfenis van alle aandacht die de kritische psychiatriebeweging had voor communicatie binnen gezinnen. Ook de bejegening van patiënten is sindsdien sterk verbeterd. Maar het wordt niet erkend dat deze positieve veranderingen mede te danken zijn aan de jaren zeventig.''

Integendeel. Er verschijnen dezer dagen artikelen over de 'klaagcultuur', we zouden zijn doorgeschoten in 'slachtofferisme' en daarvan zouden de jaren zeventig de bakermat zijn. ,,Dat is niet helemaal terecht'', vindt Blok. ,,In die tijd werd er juist op gehamerd dat je je niet als slachtoffer moest opstellen. Je moest zelf verantwoordelijkheid nemen - dat kon je ook best, al was je patiënt. Sterker nog: je was patiënt omdát je vaak niet de kans had gekregen verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen leven. Omdat je ouders of de maatschappij je klein hadden gehouden en je geen keuzes gaven. Mensen werden sterk ingeperkt in hun keuzes op seksueel en religieus gebied. Patiënten moesten daarvan loskomen en psychisch volwassen worden; geen slachtoffer zijn, juist niet. Het eindeloos op de sofa piepen en mauwen over de jeugd is helemaal niet de cultuur die ik ben tegengekomen.''

Praten raakt uit, pillen zijn in. Het probleem van de psychiatrisch patiënt komt eerder uit diens hersenen dan uit diens jeugd. Dit is nu alweer een tijdje de dominante opvatting binnen de psychiatrie, en het einde daarvan is nog niet in zicht. Antidepressiva worden op steeds grotere schaal bij steeds mildere aandoeningen voorgeschreven, en met de psychotherapie kan het wel wat minder, vindt onze overheid die het aantal praatsessies dat vergoed wordt drastisch gaat beperken. Eenzijdig is het allemaal weer wel. Blok, droogjes: ,,Ja, ik denk dat het idee van de psychische crisis als 'leerproces' zwaar op zijn retour is. Dat vind ik jammer. Je moet het niet opdringen, zoals in de jaren zeventig werd gedaan, maar ik denk dat veel mensen er baat bij kunnen hebben. Dat is ook door grote aantallen tevreden patiënten betoogd. Het is jammer dat nu het kind met het badwater dreigt te worden weggegooid omdat al dat gepraat maar zou leiden tot een 'slachtoffercultuur'.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden